Column

Geen nieuw jaar

Paul Hofstra, directeur van de Rotterdamse Rekenkamer, vertelde het zichtbaar aangedaan: Gerda Eeuwijk gestorven. Terwijl het droeve nieuws rondzoemde in de hal van het stadhuis, begon een verdieping hoger in de Burgerzaal de gemeentelijke nieuwjaarsreceptie. Velen wisten daar nog niet van het plotselinge overlijden van het D66-raadslid. Dat zou pas langzaam doorsijpelen.

Ongetwijfeld zou ze hebben genoten van de feestelijkheden rond de torenhoge kerstboom. En met ‘iedereen’ hebben gesproken. D66 Rotterdam schreef die avond in een necrologie: „Het was onmogelijk Gerda niet te kennen. Ze kwam overal. Van buurtborrels tot lustrumgala’s.” Of ze nodigde mensen uit in haar tweede huis in de Betuwe. Burgemeester Aboutaleb had er eens „echte pruimen mogen plukken”, zo memoreerde hij.

Gerda Verhaar Eeuwijk geloofde in de verbindende kracht van de burger, weet ieder die haar kende. Pas nog was ze founding mother van wijkraden waarin bewoners door middel van loting plaatsnemen. Burgemeester Aboutaleb zei het in zijn nieuwjaarsspeech: een stad draait niet op het gemeentebestuur, maar op eigenzinnige burgers en ondernemers.

À la Eeuwijk stond ook op de receptie de buurt centraal. Alle veertien Rotterdamse gebieden waren present met een held. „We willen meer burgers op ons feestje, niet alleen maar bobo’s”, legde D66-wethouder Langenberg uit. De buurtheld van IJsselmonde was de jonge Kaapverdiaanse kok Carlos. Samen met z’n collega Surgel is hij de drijvende kracht achter kookavonden in het wijkrestaurant. „Er komen per keer zo’n vijftig mensen . Zo verbinden we jong en oud in de buurt.”

Een paar tafels verder stond Jan, 57 jaar oud, en sollicitatiecoach in Charlois. De afgelopen vijf jaar steunde hij tachtig mensen, van wie er zeven een baan vonden. „Geen torenhoge scores”, erkende hij, „maar het zijn mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt, met weinig opleiding en taalvaardigheid.”

Toen begon Aboutaleb aan zijn aangepaste nieuwjaarsrede. „Gerda Eeuwijk is vannacht onverwachts gestorven in haar slaap, 68 nog maar.” Er viel een doffe stilte. De burgemeester vervolgde: „Gerda heeft bewezen hoe aanraakbaar, maar ook hoe kwetsbaar de politiek is.”