Wiebes onder druk: gaswinning moet omlaag

Veiligheid Groningen Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) vindt dat de NAM „niet concreet genoeg” is over hoeveel de gaswinning voor de veiligheid in Groningen omlaag moet.

Piek gaswinning lag in de jaren zeventig

Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) vindt dat de gaswinning in Groningen „flink” omlaag moet om het bevingsgebied zo veilig mogelijk te krijgen. Dit schreef de toezichthouder donderdag. Het SodM, dat vooruitliep op het eigen advies dat binnen twee weken komt, vergroot hiermee de druk op minister Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) om de gaswinning in Groningen sterk te verminderen.

Het SodM reageerde op het plan van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) om „substantieel” minder gas te winnen. De NAM kwam woensdag met dat plan na de beving van maandag. Die was, met een kracht van 3,4 op de schaal van Richter, de zwaarste in ruim vijf jaar. Volgens het SodM zijn de maatregelen die de NAM voorstelt „een stap in de goede richting, maar niet concreet genoeg”.

Zo wilde de joint venture van Shell en ExxonMobil geen uitspraken doen over wat het nieuwe winningsniveau, nu nog 21,6 miljard kuub per jaar, moest worden.

Sinds de gasbeving bij Zeerijp van afgelopen maandag bevindt het bevingsgebied in Groningen zich volgens de toezichthouder in het „hoogste alarmeringsniveau”.

De komende twee weken gaat het SodM onderzoeken tot welk specifiek niveau de gaswinning moet worden teruggeschroefd om het gebied weer zo veilig mogelijk te maken. De toezichthouder brengt dan advies uit aan minister Wiebes. Daarbij kijkt het SodM alleen naar de veiligheid van de bewoners – niet naar leveringsverplichtingen en gederfde schatkistinkomsten. Uiteindelijk beslist de minister.

In 2013 negeerde toenmalig minister Henk Kamp (VVD) nog een advies van het SodM om de winning „zo veel en zo realistisch mogelijk te beperken”: hij liet onderzoek doen en stond de NAM dat jaar een recordhoeveelheid van 53 miljard kuub toe. In de jaren daarna volgde hij wel een aantal SodM-adviezen op. Zo werd in april 2017 de gaswinning met 10 procent verlaagd naar het huidige niveau, na een advies van de toezichthouder.

Totdat het winningsniveau is aangepast, is „code rood” van toepassing in het bevingsgebied, schrijft het SodM. Een woordvoerder bevestigt dat dit betekent dat met de beving van Zeerijp het hoogste niveau, het interventieniveau, is bereikt uit het Meet- en Regelprotocol: richtlijnen die in werking treden na een afwijkende seismische activiteit. Volgens die richtlijnen was de NAM verplicht na ‘Zeerijp’ maatregelen voor te stellen.

Het SodM is verder kritisch op de NAM omdat het bedrijf de indruk zou hebben gewekt dat het de productie alleen zou willen terugschroeven om de ‘veiligheidsbeleving’ van bewoners te verbeteren. Volgens de toezichthouder is het meer dan een gevoel alleen: er zijn „concrete veiligheidsrisico’s”. Tegelijkertijd erkent de toezichthouder dat er te weinig kennis is over gasbevingen om te weten hoe krachtig een beving zal zijn bij een specifiek niveau van gaswinning.

Sinds de beving bij Zeerijp zijn er al meer dan 2.000 schademeldingen binnengekomen bij schade-afhandelaar Centrum Veilig Wonen (CVW).

Commentaar pagina 17
    • Milo van Bokkum