Franse anti-feministen doen er nog een schepje bovenop

Anti-#METOO

Na het ophefmakende stuk van Catherine Deneuve cs. gingen sommigen van haar mede-ondertekenaars deze week nog verder.

Catherine Millet, een van de schrijvers van de open brief tegen #MeToo, heeft eerder gezegd dat ze het „heel erg betreurde” dat ze nooit verkracht was. Foto AFP PHOTO / Joël SAGET

Hoe uitgesproken Frans de kritiek van honderd vrouwen op een nieuw „puritanisme” ook was, zelfs veel Fransen ging de rem op #MeToo van onder anderen filmdiva Catherine Deneuve in Le Monde wat ver. Nadat in een eerste tegenstuk feministen al spraken van „minachting voor slachtoffers” van seksueel misbruik en het op één hoop gooien van seksdelicten en klassiek Franse „galanterie”, liepen de gemoederen deze week verder op. Daar droeg de weinig fijnzinnige toelichting van enkele van de ondertekenaars van het manifest zelf aan bij. Radiopresentator Brigitte Lahaie, die veertig jaar geleden bekend werd als acteur in pornofilms, liet zich bij een debat op nieuwzender BFMTV ontglippen dat je als vrouw „kunt genieten van een verkrachting”. Zakenvrouw en columnist Sophie de Menton zei dat als haar man haar niet „had lastiggevallen, ik misschien niet met hem getrouwd was”.

Andere ondertekenaars bleken recidivisten. Zo had kunstcritica Christine Millet, in 2001 auteur van het expliciete (groeps-)seksdagboek La Vie sexuelle de Catherine M., in december al in een interview gezegd dat ze het „heel erg betreurde” dat ze nooit verkracht was. „Dan had ik kunnen laten zien dat je een verkrachting te boven kunt komen.” Elisabeth Lévy, hoofdredacteur van het conservatieve blad Causeur, had in de herfst al eens een cover gemaakt over „harcèlement féministe”, met als onderkop „stop de jacht op mannen”. Ook Deneuve had zich eerder over de kwestie uitgelaten: #MeToo noemde ze in een tv-interview „excessief”.

Sarah Chiche

Deneuve is het boegbeeld van de actie geworden. Maar de 74-jarige actrice heeft niet aan het stuk meegeschreven. Ze was slechts een van de 95 mede-ondertekenaars en het is de vraag of het manifest net zo veel aandacht had gekregen als zij niet had meegedaan. Het initiatief kwam in werkelijkheid van de ook in Frankrijk niet erg bekende schrijver en klinisch psycholoog Sarah Chiche. Zij schreef de tekst met Millet en drie andere vrouwen uit de kunst- en mediawereld.

Dat ging zo. Chiche was op bezoek bij haar uitgever om een door haar geschreven tekst te bespreken. Een stomende tekst, blijkbaar, want de uitgever waarschuwde haar dat het „niet meer in de mode is om zo enorm mateloos over seks en liefde te schrijven”, vertelde Chiche deze week op radiozender France Culture. Een roman als La Vie sexuelle de Catherine M. zou volgens de redacteur nu „geen uitgever meer vinden”.

Chiche ging naar eigen zeggen „extreem geschokt” de deur uit en belde direct met Millet. Die legde contact met seksblogger Peggy Sastre en zij belde journalist en filmmaker Abnousse Shalmani. De tekst was daarna snel geschreven. Behalve een pleidooi voor „het recht om te ontrieven” dat „ onmisbaar voor de seksuele vrijheid” zou zijn, keerden ze zich tegen wat ze een culturele „zuiveringsgolf” en „revisionisme” in de kunst noemden, zoals het „censureren” van naakten van Egon Schiele).

Bagatelliseren

Maar dat is niet wat in het debat is blijven hangen. Het bagatelliseren van bijvoorbeeld „schuren” in de metro wel. Daar hoeft een vrouw zich „niet voor altijd getraumatiseerd door te voelen”, schreven ze. Een vrouw kan het zelfs zien „als een uitdrukking van grote seksuele misère, ofwel als een non-evenement”. Staatssecretaris Marlène Schiappa, belast met ‘gelijkheid tussen vrouwen en mannen’, wees erop dat op het aldus lastigvallen van vrouwen een boete van 75.000 euro en drie jaar cel staat. Ze noemde de gebruikte woorden „gevaarlijk”.

Is er sprake van een generatiekloof tussen de opstellers van het manifest in Le Monde en de ook in Frankrijk bepaald niet geruisloos gepasseerde MeToo-beweging? Een „oude wereld is bezig te verdwijnen”, schreef de feministe Caroline De Haas, met anderen, in haar kritiek. Maar Deneuve (1943) en Millet (1948) mogen dan stemmen uit een ander tijdperk zijn, voor Chiche (1976), Sastre (1981) en Shalmani (1977) geldt dat niet. „Het draait niet om leeftijd maar om de uitdrukking van een wereldbeeld”, zei De Haas donderdag. „We vergissen ons als we denken dat deze anti-feministische lijn gaat verdwijnen.”

    • Peter Vermaas