opinie

    • Auke Kok

Een brok in de keel voor 10 euro, geen geld toch?

Ik moet geen Amsterdammer van het Jaar worden, maar Robert-Jan Prins beslist wel. Met Prins deel ik een brok in de keel bij het zien van die prachtige oude molen in West. Net als hij heb ik meerdere keren stilgestaan op de Beltbrug in de Jan van Galenstraat. Beiden hielden we de ogen bijkans niet droog: zo mooi, zo ontroerend is de aanblik van de zeventiende-eeuwse houten molen en die schuren met die golvende rode daken ernaast. Een ansichtkaart van een paltrokmolen aan het water en dat alles in de prozaïsche omgeving van West: het kan niet waar zijn. Dacht ik. Dacht Robert-Jan Prins ook.

Het verschil: ik deed vervolgens niets om dat sprookje uit vroeger tijden van de ondergang te redden. Prins wel. Vandaar dat hij van mij zondag uitgeroepen mag worden tot Amsterdammer van het Jaar. Ook de andere negen kandidaten hebben zich ongetwijfeld fantastisch ingezet voor de samenleving. Maar ik stem op Prins. In tegenstelling tot lamzakken zoals ik liet hij zich niet ontmoedigen door het eindeloos geruzie om De Otter. Hij dééd iets.

Prins dacht: hup, draaien met dat ding. Zo is dat! Een topgedachte, want de molen draaide al in geen jaren meer: gevolg van juridisch gedoe tussen het stadsdeel en de eigenaar. Stadsdeel wilde de molen op de historische plek handhaven, langs de Schinkel (nu Kostverlorenvaart), waar die vroeger het hout voor de VOC en de huizen hielp zagen. Eigenaar wilde de molen juist verplaatsen naar een plek met voldoende wind; die is er nu door de hoogbouw te weinig. Het was dus óf laten staan en opknappen, maar niet draaien, óf verplaatsen naar Uitgeest en wél draaien.

Een gekmakende kwestie. Tijdens het oeverloos armpje drukken tussen overheid en eigenaar gebeurde er niets en stonden de wieken stil. Al zeker tien jaar. De vrijwillige molenaar Prins zocht niet naar de schuldvraag – dat liet hij aan de rechters en Raad van State over. Die wieken moesten zo snel mogelijk in actie komen, wist hij, anders had het geen zin meer.

Met hartveroverend geduld en tact won Prins het vertrouwen van de eigenaar (een stichting) en sloeg met enkele kompanen aan het klussen. Ze maaiden het gras, ruimden rommel op, gingen de molen voorzichtig binnen en verrichtten kleine reparaties – en zo ging dat drie jaar door en op Koningsdag 2017 schreeuwde de buurt het uit van plezier, want kijk eens jongens, niet te geloven – nee echt? – De Otter draait.

Dankzij het positivisme van Robert-Jan Prins. Door af en toe te draaien behield De Otter iets van zijn vitaliteit en kon hij de wurggreep van stadsdeel en stichting overleven. En warempel, krachtens het laatste rechterlijk oordeel moet de molen blijven staan.

Hoe nu verder? Ik zeg: elektrisch aandrijven dat ding. Lok toeristen naar de Jan van Galenstraat. „Zie hier, ladies and gentlemen, een heuse houtzaagmolen van de VOC.” Een brok in de keel voor tien euro, geen geld toch?

Auke Kok is schrijver en journalist.
    • Auke Kok