Daan Breeuwsma werd voor het eerst individueel Nederlands kampioen en plaatste zich daarmee voor de Winterspelen. „Het moet net wat meer mijn kant op vallen.”

Foto Vincent Jannink/ANP

De teamplayer breekt eindelijk zelf door

EK Shorttrack

Daan Breeuwsma is een specialist op de relay, maar plaatste zich voor het eerst individueel voor de Spelen. „Het kwam er nooit uit.”

Als je Daan Breeuwsma wil straffen, dan moet je hem tijdens een relaywedstrijd langs de kant houden en laten toekijken. Seoul, de wereldbeker eind vorig jaar. In de heats van de 500 meter geeft Breeuwsma het op. Moedeloos, omdat na zijn lichaam zijn hoofd ook niet meer meewerkt. Hij ziet daarna meteen dat hij fout zit.

Het gesprek met coach Jeroen Otter na afloop is niet fijn. De avond en dag erna ook niet. „Ik had het even heel moeilijk”, zegt Breeuwsma (30). „Na mijn val tijdens de wereldbekerwedstrijd in Dordrecht heb ik doorgetraind, net gedaan of er niets aan de hand was. Maar ik was heel stijf en was daardoor zo verkrampt dat ik niet kon ontspannen. Ik dacht dat het wel los zou komen, maar het kwam maar niet. Dan begin je tegen jezelf te vechten. Ik kwam geen rit meer door, waardeloos.” Hij breekt in Zuid-Korea. „Het had niet mogen gebeuren. Ik was er ook zelf verre van trots op natuurlijk.”

De precieze woorden van Otter weet hij niet meer, maar die – „hij is op en top sportman natuurlijk” – heeft Breeuwsma wel „flink de waarheid gezegd.” Zo zou hij geen olympisch kampioen gaan worden. En de kans op een individuele startplek op de Spelen in Pyeongchang werd zo ook een stuk minder. Daarnaast mocht hij dus het ijs niet op voor de relay. „Ook al ben ik ziek, die rijd ik altijd goed. Ik dacht: nou, het wordt er niet beter op zo.”

Individuele prijs

Twee maanden later is het allemaal anders. In een zaal van het hotel in Dresden waar de shorttrackers verblijven voor het EK dat vrijdag begint, heeft Breeuwsma zich met zijn eerste Nederlandse titel op zak en twee individuele startplekken – op de 500 en 1.000 meter – geplaatst voor de Spelen. De man die al jaren zo succesvol is als onderdeel van een viertal op de relay, heeft nu laat in zijn carrière zijn individuele prijs.

Breeuwsma is een van de beste Nederlandse shorttrackers, dat zegt hij gerust zelf. Al tien jaar op het hoogste niveau actief, hij werd twee keer wereldkampioen en vier keer Europees kampioen met het relayteam. Hij is een Fries naar het cliché van nuchterheid, net als Sjinkie Knegt.

De twee zijn normaal onafscheidelijk. In de relay is Breeuwsma de man die de meeste rondes rijdt en Knegt afzet voor een genadeloze eindsprint. Hij de assist, Knegt de goal.

Ze liggen normaal altijd bij elkaar op de kamer tijdens wedstrijdweekenden, maar nu heeft iedereen zijn eigen kamer. „Het is bedoeld als upgrade, maar voor ons is het meer een downgrade”, zegt Breeuwsma lachend. Meteen slapen ze niet lekker meer. Gewenning. De routine is ook weg: hij als eerste in bed, dan Knegt. Hij ’s ochtends als eerste onder de douche, daarna Knegt.

Al bijna tien jaar heeft Breeuwsma een relatie met teamgenoot Rianne de Vries (27), vorig jaar Europees kampioen op de 500 meter. Ze wonen in Akkrum in een boerderij, Breeuwsma’s ouders zijn met hun veehouderij de buren, een kilometer verderop. „Hij wilde dat, hij vindt landbewerking mooi”, zegt De Vries.

Een stel pannenkoeken

Het is lastig om het shorttrack thuis buiten de deur te houden als je alles samen beleeft. Tegelijk kunnen ze elkaar door mindere periodes heen helpen. Toen eind vorig jaar Breeuwsma in zijn dip zat, zat De Vries zelf midden in het proces terug te komen van haar enkelbreuk in de zomer. „Ik kan alles wat ik voel tegen Daan zeggen. Hij is zelf iets meer gesloten. Na Seoul was het fijn dat we even de focus legden op wat er meer is dan het schaatsen, dat geeft energie. Nichtjes en neefjes die opgroeien, familie om ons heen, een mooi huis, onze toekomstplannen.”

Coach Otter denkt dat de winst op het NK van vorig weekend, een allroundtitel voor hemzelf, heel belangrijk is. „Hij doet al tien, elf jaar mee aan NK’s. Blijkbaar is het nooit te laat om op het hoogste schavot te staan. Maar aan de andere kant moet hij zichzelf ook de vraag stellen: waarom is het niet eerder gebeurd?”

Breeuwsma zelf weet het niet. Hij had vorig jaar al moeten winnen, maar je „rijdt toch ook niet tegen een stel pannenkoeken”. Otter kan zijn eigen vraag ook niet goed beantwoorden. „Hij heeft potentieel altijd veel kunnen bereiken, maar het is er niet altijd uitgekomen.”

Hij is meer van de relay

Hij is altijd een heel goede relayrijder geweest. Een echt specialisme, zegt Otter. Hij noemt het wel vaker het kroonjuweel van het shorttrack. Als je individueel goed bent, betekent dat niets voor de relay. Andersom niet. „Het is een kwestie van een goede arbeid-rustverhouding, en die heeft Daan.” Maar je bent als individu ook op de relay van groot belang, volgens Otter. „Als jij het team laat schijnen, schijn je zelf ook.”

Natuurlijk had Breeuwsma zich weleens afgevraagd waarom het op de relay wel lukte en individueel niet helemaal. „Het ene ligt je makkelijker dan het andere. Ik ben al blij dat ik dat goed kan. Individueel kan ik het ook, maar moet het iets meer mijn kant opvallen. Ik lig er niet van wakker.”

    • Frank Huiskamp