Frits Bolkestein, VVD-fractievoorzitter in de Tweede Kamer (1990-1998) „was niet van de opiniepagina’s weg te slaan”.

Foto Hollandse Hoogte

De revolte kwam van boven

Merijn Oudenampsen Socioloog De opkomst van Pim Fortuyn was niet het gevolg van onderbuikgevoelens, maar van de afgebroken opmars van Frits Bolkestein, zegt Merijn Oudenampsen na jaren onderzoek.

Merijn Oudenampsen moest zich op feestjes nog weleens verantwoorden, wanneer hij vertelde over zijn onderzoek naar de politieke ideeën achter de Fortuyn-revolte in 2002. „Bestaan die dan?”, werd hem dan gevraagd.

Politicoloog Oudenampsen beschrijft de anekdote in het proefschrift waarop hij deze vrijdag aan de universiteit Tilburg hoopt te promoveren. Hoewel de gangbare gedachte is dat Pim Fortuyn vanuit het niets de Nederlandse politiek binnenstormde, zit er volgens Oudenampsen een duidelijke intellectuele, conservatieve ideologie achter. In zijn analyse van de „opmars van nieuw rechts” richt Oudenampsen zich op de „revolte in de bovenkamer, in plaats van op de veelbesproken onderbuik”.

Over Pim Fortuyn en het populisme is al het nodige verschenen. Wat voegt u toe?

„Om de verrechtsing van Nederland te begrijpen, is populisme alleen een te dunne verklaring. De andere stijl en vorm van rechtse politici kunnen niet het enige verhaal zijn. Al in de jaren negentig ontstond in Nederland een groeiende beweging van conservatieven met kritiek op de progressieve consensus. Zij drukten een belangrijk stempel op het publieke debat en waren de wegbereiders voor de latere revolte. Als je terugkijkt op het publieke debat van de jaren negentig, dan zie je dat rechtse, conservatieve ideeën daarin een belangrijke rol speelden. Frits Bolkestein was niet van de opiniepagina’s weg te slaan, onder H.J. Schoo voerde Elsevier een duidelijke conservatieve koers, er verschenen tal van essays die de ‘consensusmaatschappij’ en het politiek-correcte denken ter discussie stelden.”

Waar kwam die conservatieve golf vandaan?

„Ik zie die als een duidelijk evenbeeld van nieuw rechts in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, waar al veel eerder een backlash tegen de progressieve revolutie van de jaren zestig en zeventig plaatsvond. Nieuw rechts in Nederland haalde die intellectuele bronnen ook expliciet aan: Bolkestein verwees veelvuldig naar conservatieve denkers als Leo Strauss, Samuel Huntington en Francis Fukuyama. Omdat de progressieve waarden in Nederland echter veel sterker door de elite waren omarmd en geïncorporeerd, ontstond die tegenbeweging hier veel later en had deze ook een ander karakter. Zo werd de seksueel progressieve moraal, met nadruk op vrouwen- en homorechten, hier onderdeel van de conservatieve beweging.”

Waren in de jaren negentig politici het niet grotendeels met elkaar eens?

„In de politiek was er inderdaad een sterke consensus. Het midden was dominant geworden, de rechterflanken van de partijen werden niet afgedekt, ook Bolkestein werd eind jaren negentig vervangen. De conservatieve denkers slaagden er niet in daadwerkelijk politieke invloed te hebben. Je kunt de opkomst van Fortuyn ook zien als het gevolg van een gefaalde paleisrevolutie van nieuw rechts.”

Er was eind jaren negentig, begin jaren nul toch ook veel onvrede. Het was niet alleen onderbuik: de problemen waren reëel.

„Er was onvrede, zeker, maar dat kan nooit de enige verklaring zijn. Uit onderzoek blijkt dat de opvattingen over bijvoorbeeld de multiculturele samenleving en immigratie nauwelijks veranderden. Nieuw rechts slaagde erin maatschappelijke problemen op een nieuwe, succesvolle manier te framen. Voorheen was integratie bijvoorbeeld vooral een sociaal-economisch probleem, terwijl rechts de nadruk ging leggen op de culturele kloof. Ze bleven weg van het besmette discours van extreem-rechts en benadrukten het verdedigen van onze cultuur.”

U maakt er geen geheim van zelf aan de uiterste linkerkant van het politieke spectrum te zitten. Kunt u wel een zuivere analyse van het rechtse discours maken?

„Ik geloof niet dat je een ideeëngeschiedenis kunt schrijven vanuit een strikt objectieve blik. Als je politieke ideeën wil definiëren, ben je altijd bezig met interpretatie. En ik denk juist dat ik als relatieve buitenstaander veel scherper de huidige conservatieve consensus kan zien en beoordelen. Uit de eerste reacties blijkt bovendien dat ook ter rechterzijde veel interesse is voor mijn analyse.”

    • Clara van de Wiel