Column

De hele afdeling aan de mindfulness

Versterken van de individuele veerkracht werkt beter bij het omgaan met stress, dan die stress proberen te vermijden.

Je kunt er gif op innemen: vlak voor de kerstvakantie slaat de collectieve paniek toe op het werk. Iedereen wil nog snel zoveel mogelijk artikelen, aanvragen en ethische commissieprotocollen afkrijgen en bij mij over de schutting gooien. Dan kan de chef dat lekker onder de kerstboom gaan zitten lezen. Het lijkt verdorie wel alsof de wereld vergaat op 1 januari! Ik zet tegenwoordig een week voor de kerst al een out-of-office aan, maar kan oprecht niet zeggen dat het helpt.

Stress. Zo aan het einde van het jaar wordt er koortsachtig gewerkt en zie ik bedrukte, nukkige, korte lonten en vaker dan gebruikelijk tranen. Moet ik me zorgen maken? Stress is toch al een ‘ding’ in de wetenschap: de werkdruk is hoog, de baanzekerheid laag, we vragen nogal wat van onze onderzoekers. Social media luiden geregeld de alarmbel over burn-out en depressie. Er wordt zelfs gesproken van een ‘depressie-epidemie’. Werken we onszelf de afgrond in?

Mythes

“We moeten ook weer niet teveel stressen over stress”, zegt psychiater Christiaan Vinkers. Samen met ziekenhuisapotheker Roeland Vis schreef hij het boek Even slikken, over de mythes van de depressie-epidemie en het toenemende gebruik van antidepressiva. “Iedereen heeft last van stress, maar het is lastig te zeggen hoeveel mensen er echt aan lijden. Stress hoort bij het leven. We zien dat sommige mensen ernstig uit balans raken door stress, maar die groep is niet schrikbarend groot en wordt ook niet groter over de jaren. De zorg over stress is er altijd geweest. Zelfs in de achttiende eeuw sprak men al van de druk van de moderne maatschappij.” Maar hoe komt het dat sommige mensen relatief snel bezwijken onder de druk, terwijl anderen maar door kunnen blijven gaan? Volgens Vinkers krijgen we daar beter de vinger achter als we kijken naar het begrip ‘veerkracht’. Zijn lab in Utrecht doet er onderzoek naar. Ik besloot een kijkje te gaan nemen.

Stress-experiment

Ik mocht meedoen als proefpersoon, zodat ik het onderzoek aan den lijve kon ondervinden. Nadat ik een stapeltje vragenlijsten had ingevuld over mijn dagelijkse leven, mijn jeugd, hoeveel stress ik had ervaren in de afgelopen maand en hoe ik daarop had gereageerd, werd ik met een hartslagmeter in een ruimte gezet voor een live ‘stress-experiment’. Dat experiment bestond uit een ad hoc sollicitatiegesprek met een commissie van getrainde psychologen uit Vinkers’ team. Ik moest hen ervan overtuigen dat ik de beste kandidaat was. Er kon geen lachje vanaf bij de commissieleden, zoveel was duidelijk. Ik had drie minuten om mijn verhaal te doen; uit de losse pols graag. Mijn gebruikelijke strategie om met een beetje charme een band te kweken had geen enkel effect. Hun gezichten vertoonden geen enkele expressie. Er stond een camera voor mijn neus, het rode lampje ging aan. Here goes nothing.

Kauwen op een watje

Voor en na mijn verhaal moest ik kauwen op een watje, zodat later in het laboratorium mijn cortisolwaarden bepaald konden worden. Cortisol is het ‘stresshormoon’ en wordt geproduceerd door onze bijnieren wanneer onze hersenen daartoe opdracht geven bij een stressvolle situatie. Na afloop van het onderzoek worden je resultaten verwerkt in een persoonlijk ‘stresspaspoort’. Daarin staat informatie over de stress die je ervaart, maar vooral ook over hoe je daarmee omgaat. Dat omgaan met stress heet coping en je kunt een actievere of een passievere copingstijl hebben. Copingstijl verschilt van mens tot mens, deels afhankelijk van bijvoorbeeld je genetische achtergrond, je persoonlijkheid en je sociale omgeving. “Uit de vragenlijsten blijkt dat je regelmatig stress ervaart in je dagelijkse werkzaamheden, maar dat je tegelijkertijd een actieve coping hebt”, legde Christiaan uit. “Je praat met mensen om je heen en gaat problemen niet uit de weg. Dat is goed tegen de stress. Met je veerkracht zit het wel goed.”

Stress blijft ingewikkeld

Er wordt al best lang veel onderzoek naar gedaan, maar stress blijft ingewikkeld. Psychologen, hersenwetenschappers, artsen, moleculair biologen, endocrinologen en allerlei andere specialisten werken samen om te achterhalen waarom stress bij ongeveer alle psychiatrische ziektes belangrijk is. En dat geldt ook voor neurologische aandoeningen, hart- en vaatziekten en ontstekingsziekten. Er wordt ook gezocht naar factoren die voorspellend zijn voor het ontwikkelen van een burn-out of depressie. En we weten al dat wanneer je als kind een trauma hebt opgelopen, je kans op een psychiatrische aandoening later in het leven aanzienlijk groter blijft en de succeskans van behandeling lager.

Het feit dat ieder mens net weer anders reageert maakt het lastig om stress met simpele oplossingen te managen. Het onderzoek van Christiaan Vinkers vertelt ons dat we beter kunnen werken aan het versterken van onze individuele veerkracht dan aan het krampachtig vermijden van stress. Dat is interessant. Misschien moet ik mijn afdeling voor de volgende kerst collectief aan de mindfulness zetten om hun coping en veerkracht te stimuleren. Maar ja, sommige mensen krijgen dáár dan natuurlijk weer stress van.

Jeroen Geurts is hoogleraar translationele neurowetenschappen aan het VU medisch centrum in Amsterdam.