Buurt wil rust, student wil kamer

Studentenhuisvesting Maastricht wil niet dat buiten het centrum hele straten ‘verkameren’. Maar de kamernood onder studenten is groot.

De Populierenweg in de wijk Limmel in Maastricht, een straat waar veel studenten wonen. Foto Chris Keulen

„Discriminatie is het”, briest Rik Wagemans, oud-student en medeoprichter van een lokale partij. „Een hele bevolkingsgroep wordt in Maastricht weggezet als tweederangsburgers.” Jaarlijks mogen er in Maastricht maar 120 particuliere wooneenheden voor studenten bijkomen: veertig in de vorm van kamers, veertig in de vorm van appartementen en veertig in herbestemde monumenten.

In de nacht van maandag op dinsdag sliepen er mensen voor het stadskantoor om maar als eerste een vergunning voor 2018 te kunnen aanvragen. In wijken net buiten het centrum geldt bij nieuwe aanvragen bovendien dat in slechts 20 procent van de panden kamers mogen worden verhuurd, aan de stadsrand is dat 10 procent. Tussen elk pand met kamerverhuur moeten vier andere woningen zonder liggen. Inmiddels zijn 87 van de 1.400 Maastrichtse straten ‘op slot’.

Het is precies dit soort beleid dat voor Wagemans en andere, veelal jonge mensen aanleiding was een nieuwe partij op te richten: Maastricht: Open Eerlijk Democratisch (M:OED). „De kansen voor de toekomst aangrijpen in plaats van blijven hangen in de Middeleeuwen.” Wagemans relativeert de overlast van studenten in de stad. „Visieloze politici laten hun oren hangen naar een paar azijnpissers en gesjeesde opbouwwerkers in buurtorganisaties in de hoop op stemmen”, zegt hij. „Ondertussen beweren ze te hopen op jongeren die na het halen van hun diploma in Maastricht blijven. Rara, waarom gebeurt dat niet, als je vier jaar lang in de straat en met beleid wordt weggezet als kutstudent?”

Gemeente nuanceert het beeld

Bij de gemeente nuanceren ze dat beeld graag. „Het streven naar spreiding wordt in de media geframed als studentenstops, terwijl we nota bene een internationale studentenstad zijn”, benadrukt een voorlichter. En wethouder Gert-Jan Krabbendam (wonen, GroenLinks):„Er staan hier nergens borden met het opschrift ‘Studenten ongewenst’. Ik ben zelf als student in deze stad terechtgekomen. We reguleren kamerverhuur, streven naar spreiding, gemêleerde wijken en leefbaarheid.”

Krabbendam gelooft niet dat klachten van de oorspronkelijke stadsbewoners iets te maken hebben met de nog jonge Universiteit Maastricht, die in 1976 van start ging. „Het hardnekkige verhaal is dat we geen studentenstad zijn, maar een stad met studenten. Onzin. Ik heb behalve in Maastricht ook in Granada gestudeerd. Daar speelden exact dezelfde problemen. De universiteit daar is nog opgericht door keizer Karel V.”

‘Pak liever overlast aan’

De wethouder ontving vorige maand brieven van universiteit, studentenraad en verhuurders. Zij wijzen op het snel toenemende tekort aan woonruimte en roepen daarom op tot versoepeling van het beleid.

Krabbendam wil eerst kijken of het geen tijdelijke piek is. „Bij een structureel tekort passen we onze maatregelen natuurlijk aan. Maar er komen nu inclusief nieuwe studentencampussen al 1.450 kamers in vijf jaar tijd bij.

„Pak overlast liever aan met handhaving”, zegt Huib van Gastel, voorzitter van de Vereniging Verhuurders Woonruimtes Maastricht. „Het aantal klachten was voorheen al relatief klein: tachtig, in negen maanden tijd, op elfduizend uitwonende studenten”, zegt hij. „Nu loopt er ook nog eens een proef in een aantal wijken. Toezichthouders maken ook ’s avonds hun ronde. En probleemveroorzakers krijgen een stevige brief. Het aantal herhalingsklachten is daardoor haast verwaarloosbaar.”

Mensen zijn het de omgang met elkaar ook verleerd, constateert Van Gastel. „Achter een studentenhuis was grind gelegd, omdat studenten en tuinen nu eenmaal geen gelukkige combinatie vormen. Twee bewoners rookten daar elke avond laat een sigaretje. De buurvrouw lag wakker van het knisperende grind. Die kwam bij mij. De studenten had ze nooit aangesproken. Met één belletje was het geregeld. Ze lopen daar niet meer.”

Een buurt waar ze het aantal studenten afgelopen decennia sterk zagen toenemen, is Limmel, ooit een zelfstandig dorp. „Te sterk”, meent Chris Meys, voorzitter van het buurtnetwerk. Bijna vier op de vijf huizen zijn huurwoningen. De studentenkamers zijn juist geconcentreerd in de overige oude koopwoningen in het hart van de wijk. „Dat is onwenselijk en geeft overlast vanwege verschillende leefritmes, lawaai, vuilnis en slordig geparkeerde fietsen.” Meys juicht het beleid van de gemeente dan ook toe.

In wijk Limmel gaat het nu beter

Het buurtnetwerk Limmel maakte inmiddels wel afspraken over wenselijk en onwenselijk gedrag. Die liggen vast in een buurtprotocol. De Hotel Management School, gevestigd in een kasteeltje aan de rand van de wijk, en zijn studentenvereniging Amphitryon behoren tot de ondertekenaars. „Eerstejaars praten ook standaard een avond met mensen in de wijk”, vertelt Matt Flipse, voorzitter van Amphitryon. „Dat kweekt begrip. We organiseren ook evenementen voor de wijk, een kerstmarkt en een sinterklaasmiddag.”

Het heeft volgens Flipse de onderlinge relaties een stuk verbeterd. „Voorheen spraken boze buurtbewoners de eerste de beste student aan op het wangedrag van leeftijdgenoten. Die kregen dan al het opgebouwde ongenoegen in één keer over zich uitgesproeid. Het wachten was op serieuze bedreigingen of erger. Dat klimaat is nu veranderd. Als buurtbewoners spreek je elkaar aan op de gemaakte afspraken.”

    • Paul van der Steen