Oplossingen van links en rechts voor de kokende woningmarkt

Interviews

Komende week barst de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen van maart pas goed los. De eerste lijsttrekkersdebatten zijn in aantocht en alle partijen kijken uit naar de peiling die het bureau Onderzoek, Informatie en Statistiek heeft gehouden. Lijsttrekkers Eric van der Burg (VVD) en Laurens Ivens (SP) spreken over een van de belangrijkste thema’s: de kokende woningmarkt.

Eric van der Burg (VVD): „De middengroepen, dat is het cement van de stad.” Foto Olivier Middendorp

Dat het thema wonen hoofdstuk négen is in het verkiezingsprogramma van de VVD, daar moeten we niets achter zoeken. Lijsttrekker Eric van der Burg weet zeker dat wonen een van de drie belangrijkste thema’s in de campagne zal worden. En van die drie – hij noemt daarnaast de drukte en ‘van wie is de stad?’ – is wonen het meest politieke. „Alle partijen willen het aantal toegestane verhuurdagen via Airbnb terugbrengen tot dertig. Alle partijen zullen de toeristenbelasting verhogen. Maar over wonen en bouwen zijn de partijen het fundamenteel oneens. Die van Laurens Ivens en mij het meest.”

In het VVD-verkiezingsprogramma van 2014, geschreven door toenmalig wethouder Eric Wiebes (nu minister van Economische Zaken), was wonen hoofdstuk één en het centrale thema. De VVD zette een frontale aanval in op de dominantie van sociale woningbouw in Amsterdam en in het Amsterdamse beleid. Er werd de lof gezongen van ‘keien’, veelbelovende mensen die naar de stad trekken om carrière te maken en (dus) rijk te worden. Zij waren de brandstof voor de economische motor die de hoofdstad is. Voor die mensen was er, door de granieten voorraad sociale woningbouw, veel te weinig ruimte in Amsterdam, vond de VVD.

Het woord ‘keien’ komt niet meer voor in het huidige programma.

Van der Burg: „Maar de gedachte is er nog altijd. Als ik in het programma van de SP lees dat de eerste 30 procent van nieuw te bouwen woningen bestemd moet zijn voor nieuwe Amsterdammers, dan plaats ik meteen een tweet: dat Laurens Ivens uit Doetinchem dan nooit in Amsterdam had kunnen wonen.”

‘Amsterdammers eerst’, dat staat ook in de Woonagenda van het college. Net als de constatering dat het grootste tekort in de sociale woningbouw zit. Ook is afgesproken nieuw te bouwen in de verhouding 40 procent sociale huur, 40 procent huren tot 1.000 euro per maand, en 20 procent duurdere woningen.

„Daar ben ik het als VVD’er dus volstrekt mee oneens.”

De VVD heeft vorig jaar wel vóór die Woonagenda gestemd.

„Wij deden ons woord gestand. De verhouding 40-40-20 is de prijs die ik heb betaald voor de steun van de SP bij de deal rond de erfpacht in 2017.”

De andere coalitiepartner, D66, stemde tégen de Woonagenda, precies vanwege uw punt: te veel sociale woningbouw.

„De VVD houdt zich aan haar afspraken. Dat heeft met mij als persoon te maken. Maar het is ook een kwestie van verhoudingen. Wij kunnen met onze zes zetels niet met de vuist op tafel slaan en zeggen: zó doen we het. Er is geen meerderheid voor rechts beleid. Ons politieke krediet is gebaseerd op het vertrouwen dat wij onze afspraken nakomen. Daardoor gunnen ook politieke tegenstanders ons iets.”

Had u dan geen spijt toen D66-leider Reinier van Dantzig als eerste met het woonthema aan de haal ging?

„Nee. Het was symboolpolitiek. Ze wisten dat die agenda toch wel zou worden aangenomen met de oppositie. D66 had net als wij beloofd de verhouding 40-40-20 te steunen – die belofte heeft ze gebroken. Die partij heeft een opmerkelijke haast om overwinningen binnen te halen. Alsof ze zelf niet geloven dat ze nog eens vier jaar de grootste zullen zijn. In mijn boekje betekent de grootste zijn niet dat je veel pakt, maar veel geeft.

Lees ook: Zeventien vragen over de hausse op de huizenmarkt

„En ik moet het nog zien. Als Van Dantzig in NRC aankondigt dat het woonbeleid ‘radicaal anders’ moet, denk ik: ga jij het maar eens radicaal anders proberen te krijgen met GroenLinks en de PvdA.”

De SP was de afgelopen jaren juist zo blij dat ook VVD en D66 instemden met ingrepen in de oververhitte woningmarkt.

„Dat klopt. Ook in de VVD is meer draagvlak ontstaan voor afspraken rond nieuwbouw. We leggen met projectontwikkelaars vast dat bepaalde huurwoningen voor 25 jaar niet duurder zullen worden dan 950 euro per maand. Maar de enige manier om de markt echt af te koelen, is bijbouwen. En dan bijbouwen in een segment van de markt dat oververhit is. Het sociale segment is niet oververhit.”

Dus de komende periode kiest u niet voor 40 procent sociale huur.

„Wij kiezen voor 50 procent middenhuur, 30 procent dure huur en koop, en 20 procent sociale huur. Middenhuur is voor mij alles tussen de 710 en de 1.000 euro. Volgens mij bouwen we dan echt voor de leraar, de verpleger, de agent – het spreekwoordelijke rijtje. En het is meer dan dat hè. De middengroepen, dat zijn ook de vrijwilligers voor het Rode Kruis, ook de bestuurders van de voetbalvereniging. Dat is het cement van de stad.

„Wanneer je middeninkomens definieert als inkomens rond de 45.000 euro, dan veroorzaak je problemen onder de groepen waar je juist voor zegt te bouwen. Een lerares en een politieman die zijn getrouwd, verdienen dan te veel voor die ‘middenwoningen’. Voor ons bestaat de middengroep uit mensen die tot 90.000 euro per jaar verdienen.

„Wij willen in totaal 10.000 woningen per jaar bouwen, waarvan 2.000 in het sociale huursegment. Dat is in absolute aantallen evenveel als de SP belooft. En dit college met woonwethouder Ivens heeft geen enkel jaar de 2.000 sociale woningen gerealiseerd.”

De afgelopen vier jaren – geen crisis, de VVD in het college en uzelf op grondzaken – werden telkens tussen de 6.000 en 7.000 nieuwe woningen gebouwd. Is 10.000 niet te optimistisch?

„Het record is 8.300 in 2015. Volgens mij kan er meer worden gebouwd. Dan moet je in hogere dichtheden bouwen – daar vindt de VVD bijvoorbeeld GroenLinks aan haar zijde en het CDA tegenover zich. Je kunt ook kleinere woningen bouwen, voor eenpersoons huishoudens. En hier en daar in de stad kun je echt de hoogte in, zoals in de Sluisbuurt of bij Sloterdijk.”

Laurens Ivens (SP)

In de campagnes voor de raadsverkiezingen van 2006 en 2010 hoopte de SP al dat wonen het centrale thema zou worden. Dat lukte toen niet, zegt de huidige lijsttrekker Laurens Ivens. Maar ditmaal is het thema volgens hem onvermijdelijk het belangrijkst.

„Alle partijen onderkennen dat de woningmarkt oververhit is. Iedereen kent de voorbeelden. Projectontwikkelaars met wie je afspreekt dat ze huizen bouwen in een betaalbaar segment, maar die er direct een hogere huurprijs voor vragen, gewoon omdat ze die huizen toch wel vol krijgen. Particuliere sociale huurwoningen die vrijkomen en gelijk duurder worden verhuurd. Particuliere kopers die worden verdrongen door beleggers. Die belegger krijgt in deze markt de hoogste huren, dus die kan veel hoger bieden.

„Het is toch ronduit achterlijk dat wie ooit een woning heeft gekocht voor twee ton, daarna die woning voor vijf ton kan verkopen? Waar is die drie ton dan gebleven? Of een woning in De Pijp die twintig jaar is verhuurd voor 400, 500 euro per maand. Die woning komt vrij en kost ineens 1.500 euro per maand. Waar zit de noodzaak dat je duizend euro per maand extra verdient aan je woning? Slapend rijk worden met woningen, dat is iets dat ik zo min mogelijk wil in onze stad.

„Zelfs de VVD en D66 zien nu in dat het nodig is krachtig in te grijpen in de woningmarkt. Voorheen werd alleen ingegrepen bij woningen voor lagere tot gemiddelde inkomens. Nu ook voor mensen die tot anderhalf keer gemiddeld verdienen. Meteen na de verkiezingen van 2014 ging de PvdA, voor het eerst in de oppositie, een speerpunt maken van de sociale huur. Nu kunnen ze niet meer terug. Dat is pure winst. Ik zit hier niet voor mezelf of mijn partij, maar voor de stad. Hoe meer partijen zeggen dat de sociale huur van belang is, hoe beter het is.”

D66-leider Reinier van Dantzig noemde in NRC de dominantie van sociale huur anders ‘asociaal’. En D66 stemde als coalitiepartij tegen uw Woonagenda.

„Van Dantzig diende een motie in dat hij alleen maar woningen in de vrije markt wil, ten koste van mensen met een laag inkomen, ten koste van mensen die met spoed een woning nodig hebben omdat ze dakloos zijn geworden, ten koste van vluchtelingen. De Woonagenda van dit college – inclusief D66 – heeft een sterke cijfermatige onderbouwing, er was uitgebreid inspraak gehouden onder Amsterdammers. Dat D66 dan in het jaar voor de verkiezingen zegt: het komt effe niet goed uit voor het groepje waar wij voor opkomen, dus zijn we er maar tegen…”

D66 zegt: wij kiezen voor de middengroepen, dus moeten we extra veel middeldure huurwoningen bouwen. Dat wil de SP toch ook?

„Het is maar wat je onder middengroepen verstaat. Voor mij bestaan de middengroepen uit mensen die rond het modale inkomen verdienen, van 25.000 tot 50.000 euro per jaar. Voor die mensen heb je sociale huurwoningen nodig of woningen die nét iets meer kosten dan 710 euro, de sociale huurgrens.”

Worden die mensen dan niet geholpen door de voorstellen van D66?

„De leraar, de verpleegster, de agent – het trio waarmee D66 in de campagne van 2014 schermde –; kunnen die 1.000 euro per maand betalen voor een woning? Want dat is wat er gebeurt als je het aan de markt overlaat: de prijzen gaan direct naar het maximum. Juist de groep met een bescheiden inkomen betaalt een te groot deel van hun inkomsten aan woonlasten. Wil je huren voor onder de 800, 700 euro, dan voel je je goed misleid als je op D66 hebt gestemd.”

Wil je huren voor onder de 800, 700 euro, dan voel je je goed misleid als je op D66 hebt gestemd

Wie zijn dan de ‘middengroepen’ die Van Dantzig de stad ziet verlaten omdat de sociale huurvoorraad de woningmarkt op slot zet? Er zijn toch veel reportages verschenen over gezinnen die naar Haarlem of veel verder uitwijken.

„D66 kiest voor de 15 à 20 procent van de Amsterdammers met een relatief hoog inkomen. Maar die groep redt zich wel op de woningmarkt. Niet allemaal even makkelijk, zeg ik er eerlijk bij. Niet al die gezinnen zullen in Amsterdam een woning naar hun smaak zullen vinden. Want die woning met dat tuintje is er nauwelijks, die kun je alleen nog maar in Noord of Zuidoost vinden, ongeacht je inkomen.

„Ik snap dat mensen groter willen wonen en dat ze dan misschien de stad uit willen of moeten. Maar ik kan niet accepteren dat mensen puur vanwege hun portemonnee de stad uit moeten. Dat is een strikt politieke keuze. In Londen is die keuze al gemaakt: de verkeerde kant op. Daar zie je nauwelijks kinderen in de binnenstad. En ook nauwelijks ouderen.”

Dus u zegt tegen de middengroepen van D66: veel succes buiten de stad.

„Zeker niet. Wij willen dat Amsterdam voor alle inkomensgroepen toegankelijk blijft. De werkelijkheid is wel dat we groter moeten denken, want we kunnen niet de hele stad volbouwen. Ik zie de meest onwaarschijnlijke aantallen in sommige verkiezingsprogramma’s; ik krijg bijna zin om honderdduizend nieuwe woningen per jaar te beloven.

„De enige manier waarop je in hoger tempo veel meer kunt bouwen is drastisch: het Vondelpark volzetten. Of je gaat in bestaande woonwijken, over de ruggen van de bestaande bewoners heen, alles slopen en de hoogte in bouwen. Dan zeg je dus tegen de mensen die daar een koophuis hebben: pech gehad.”

Dus: een deel zal de stad uit moeten?

„De buurgemeenten hebben ruimte voor nieuwe bewoners en willen die ook. Daar helpen wij ze bij. Ik, SP’er, ben naar de Bouwbeurs geweest. Met stropdas. Ik zat daar met een plaatje van de binnenstad naast me. Al die beleggers zeiden: dáár wil ik wel bouwen, geef mij maar zo’n stukje grond. Maar laten we nou kijken of we de mensen die bij mij aanklopten, kunnen verleiden om te bouwen bij mijn collega in Zaandam. Daarom zijn ambtenaren van mij aan de slag op het gemeentehuis van Haarlem. Daarom pleiten wij bij het Rijk voor een snelle verbinding naar Almere. Dan wordt Amsterdam net zoiets als the Greater London Area.”

    • Bas Blokker