Recensie

Alleen op een zondagmiddag de culinaire klok terugdraaien

Wim de Jong is culinair recensent in de regio Rotterdam.

Wim de Jong

De herinrichting van het Hilton was een jaar of vier geleden nog niet afgerond of de man die de operatie had geleid, directeur Jan Rutgers, pakte er zijn biezen. Kort na de opening ervan was het ook al meteen einde verhaal voor De Stadshal. Het nieuwe restaurant van het hotel, met ruimte voor maar liefst 140 gasten, bleek niet aan de verwachtingen te kunnen voldoen. Hoewel de neo-klassieke inrichting van de brasserie tot de mooiste van de stad behoorde en de kaart er zeker niet tegenviel, kwam er veel te weinig publiek op af.

In 2016 maakte de brasserie een doorstart onder een andere naam, waarvoor een prijsvraag was uitgeschreven. Dat werd Roots, als om te onderstrepen dat het wel degelijk om een plek zou gaan waar Rotterdammers als vanouds graag neerstrijken. En om te benadrukken dat dit restaurant zich onderscheidt door zijn regionale keuken. Daar valt in beiderlei opzicht het een en ander op af te dingen. Als we er ons in het weekend met twee personen voor de lunch melden, zijn en blijven we de enigen. Dat is óók op een zondag wel erg weinig voor een uitgaansstraat die zich volgens Rutgers, bruisend en wel, met die in echte metropolen zou kunnen gaan meten.

Het menu belooft wat minder roots dan je op grond van de naam mag veronderstellen. Mogelijk dat we de tomatensoep, de gerookte makreel, de paling, het MRIJ-rund, de bisque van strandkrabbetjes en gamba’s en wat Hollandse kazen erop tot typische ‘Dutch cuisine’ moeten rekenen. Op de dinerkaart die we er ter controle even bijvragen, staat evenmin een gerecht waarvan je denkt: goh, daar kun je als hotel indruk mee maken op je buitenlandse gasten. Bovendien is het aanbod aan gerechten ook getalsgewijs zo mager dat we ons afvragen of ze in Roots eigenlijk wel zin hebben om wat voor mensen te koken.

De schrale salade van geitenkaas met little gem, walnoot en honing (14 euro) die ik vooraf neem, verwacht je eerder in een plastic bakje in het supermarktschap dan bij een hotelketen van internationale allure. Oké, er horen dan wel twee voorbakbroodjes met boter en olie bij, maar doordat de bediening is die is vergeten, krijg ik ze pas als de stronken little gem al lang en breed zijn weggehakt. Bij het hoofdgerecht van staartstuk met puree en schorseneer (22 euro, prima verder) moet de serveerster zich opnieuw verontschuldigen. Er is merkwaardig genoeg geen merlot in huis, dus komt ze met twee flesrestanten Fleurie en Côte du Rhône over de brug. Zelf heeft ze er „helemaal geen verstand van”, dus een van deze wijnen maar doen dan?

Aan de overkant van mijn tafel schaft de Roots-pot een onder de frisée-sla bedolven stukje heilbot op een dik bed van fregola, op kleur gebracht met puntjes groene asperge en kappertjes (23 euro). Maar aangemaakt met hooguit een klont roomboter is zo’n van oorsprong Sardijnse pasta alleen geschikt voor een kinderschotel; het eetbare equivalent van een ballenbad. Mijn gezelschap laat het bij deze ervaring, ik wil in Roots dan toch ook nog wel even iets van de desserts hebben geproefd. Ook daarin heeft de keuken zich op het ‘herfstmenu’ niet heel erg uitgesloofd. De klok staat er ook culinair gesproken terug met een keuze uit een sorbet (7 euro), een cheesecake (10 euro) of een kaasplankje van 12 euro.

De serveerster moet zich zichtbaar door de kok van dienst laten voorzeggen hoe een en ander bij ons kan worden aangeprezen

Met laatstgenoemde afsluiter pak je op de valreep toch nog iets van die roots mee waarop het restaurant zich laat voorstaan. Opgeleukt met – het zal niet meer verbazen – wat druiven en walnoten krijg ik een bordje geserveerd met daarop onder andere een klein en koud schijfje ‘Hollandse brie’ en een brokje ‘Oud-Rotterdammer’. De serveerster moet zich zichtbaar door de kok van dienst laten voorzeggen hoe een en ander bij ons kan worden aangeprezen. Laat ik het erop houden dat de port die erbij werd geschonken veel goedmaakte. Ik werd er warempel een tikje rozig van. Heel behulpzaam wanneer je in je eentje in een restaurant van 140 zitplaatsen uit staart over een lege uitgaansstraat in een soort van wereldstad.

    • Wim de Jong