John Fentener van Vlissingen

Foto Merlijn Doomernik

‘Wat ik niet begrijp koop ik niet’

Beeldende kunst John Fentener van Vlissingen en zijn echtgenote Marine comtesse de Pourtalès tonen hun collectie impressionisten in Laren. „We worstelen met de vraag: moeten we een museum oprichten of niet?”

Voor een werk van Edgar Degas moesten ze „nog even sparen”, zeiden John Fentener van Vlissingen en zijn Zwitserse echtgenote Marine comtesse de Pourtalès drie jaar geleden in een interview. En dat hebben ze gedaan. Recent kochten ze op veilingen in New York twee pastels van de Franse impressionist, ballerina’s. En ook nog een tekening van Picasso, van een slapende Dora Maar, zijn toenmalige vriendin. „Zó mooi getekend”, zegt Van Vlissingen. Totale kosten, leert een blik in de databank van de grote veilinghuizen: ruim 5 miljoen euro.

De werken hangen op de expositie Impressionism & beyond – A Wonderful Journey. Deze selectie uit de collectie van de Van Vlissingen Art Foundation, met werken van Monet, Renoir en Matisse, opent 16 januari in Singer Laren.

Het echtpaar verzamelt al bijna een halve eeuw. En veel meer dan alleen impressionisten. Ook zeventiende-eeuwse schilderkunst, oude tekeningen en Haagse School. En ze hebben een passie voor zilver en Delfts blauw.

Emil Nolde, Bloemen, 1934, waterverf op Japans papier, 34 x 47,7 cm. Van Vlissingen Art Foundation

John Fentener van Vlissingen (78) is telg uit een oud ondernemersgeslacht. Zijn twee (overleden) broers maakten carrière in het familiebedrijf SHV. Zelf zette hij bedrijven op in de reissector. Die zijn actief in 109 landen en tellen circa 15.000 medewerkers. Van Vlissingen wordt tot de tien rijkste Nederlanders gerekend.

Over de tentoonstelling in Singer Laren is lang gepraat binnen de familie, zegt Van Vlissingen. Niet iedereen zat te wachten op de onvermijdelijke publiciteit rond de familienaam. Zelf is hij ook beducht voor „de vertaling naar geld toe, zo van: moet je kijken hoeveel die collectie waard is”.

Wat hem betreft had Singer Laren de collectie ook anoniem mogen tonen. „Maar dat werkt niet. Voor je het weet, is iedereen er toch achter.” Waarom de tentoonstelling er toch is gekomen? „Als je zo’n grote collectie hebt, dan moet je die zo nu en dan tentoonstellen.” Eerder exposeerden Van Vlissingen en zijn vrouw andere delen van hun collectie. Drie jaar geleden in het Rijksmuseum in Amsterdam bijvoorbeeld hun zeventiende-eeuwse landschapstekeningen.

Op verzoek van Singer Laren geeft Van Vlissingen twee interviews. Dat doet hij met plezier, zegt hij. „Ik ben ook trots op de tentoonstelling. De collectie is echt met emotie opgebouwd.”

In een statig kantoorpand in Zeist vertelt hij hoe zijn liefde voor impressionisten ontstond. Over de regels die hij als verzamelaar hanteert. En hij reageert op de vraag of zijn collectie geen eigen museum verdient.

Schilderijen uit de collectie van John Fentener van Vlissingen

Auguste Renoir, Jeune fille à la rose, 1907, olieverf op doek, 42 x 37,5 cm

Van Vlissingen Art Foundation
Henri Matisse, La Fille en blanc et le bouquet, 1919, olieverf op doek, 65,5 x 50,5 cm

Van Vlissingen Art Foundation
Claude Monet, Bateaux de pêche, 1885, olieverf op doek, 50 x 62 cm

Van Vlissingen Art Foundation
Albert Marquet, Porquerolles, 1939, olieverf op doek, 65 x 85 cm

Van Vlissingen Art Foundation
Met de klok mee: Auguste Renoir, Jeune fille à la rose, 1907; Henri Matisse, La Fille en blanc et le bouquet, 1919; Albert Marquet, Porquerolles, 1939; Claude Monet, Bateaux de pêche, 1885
Van Vlissingen Art Foundation

Wat was het eerste impressionistische schilderij dat u kocht?

„Een Monet, die 45 jaar geleden bij kunsthandel Robert Noortman in Maastricht tussen de oude meesters hing. Het lijkt heel snel geschilderd, en toch is het fantastisch. Even zo, pffft, pffft… en toen stonden er vier zeilbootjes op doek.

„Ik zei: ‘Goh Rob, je bent zeker aan een schilderij blijven hangen.’ Op zo’n moment komt de ondernemer in me boven. Toen Rob dat toegaf, zei ik: ‘Als je een goed prijsje hebt, kan ik het overwegen.’ Dat schilderij is nog nooit naar ons depot gegaan.

„Ik vind de impressionisten gewoon heel mooi. Na die Monet ben ik ze meteen begonnen te verzamelen. Dat deed toen niemand in Nederland.”

U kocht als zestienjarige op de veiling uw eerste kunstwerk. Werd verzamelen van huis uit aangemoedigd?

„Mijn grootvader had al een kunstcollectie, mijn vader ook. Maar thuis was het zeventiende-eeuws wat aan de muur hing. Mijn vrouw trekt mij nu naar de hedendaagse kunst toe. We hebben tien jaar terug een stichting opgericht om belangstelling te kweken voor onbekende hedendaagse kunstenaars. Dat lukt heel goed: al die kunstenaars zijn doorgebroken.

„Maar ik vind hedendaagse kunst soms lastig te begrijpen. En als ik het niet begrijp dan wil ik het ook niet kopen. Pas de laatste jaren hebben we af en toe iets moderns verzameld. Een tijdje geleden een paar Roy Lichtensteins [de Amerikaanse pop-artkunstenaar, red.]. Die vond ik origineel, laat ik het zo zeggen. Net op tijd overigens, want dat werk is snel veel duurder geworden. De prijzen voor moderne kunst zijn vaak opgeblazen.”

Ook voor een vermogend man zijn er grenzen?

„Zeker. Mijn reisbedrijf heeft ook moeilijke tijden gekend. Na 11 september en tijdens de bankencrisis heb ik op de rem getrapt. Toen ging het belang van de onderneming voor en heb ik kunstwerken verkocht. Van sommige droom ik nog weleens.”

Bepaalt u voor aanvang van een veiling uw limiet?

„Altijd. Al zit die grens soms wel boven de richtprijzen van het veilinghuis. En ik bied nooit zelf, dat laat ik doen, door verschillende mensen. Als ik zelf aan de telefoon ga zitten, weten ze alsnog dat ik het ben.

„Ik vind die enorme prijsstijgingen vreselijk. Laatst was er een mooie Chagall te koop. Maar een Chinees bood het dubbele van wat ik wilde betalen. Het dubbele! Ik ben niet iemand die rücksichtslos koopt. Er komt wel weer een andere mooie Chagall.”

U ziet een nieuw soort klanten op de veilingen?

„Jazeker. Vooral uit het Midden-Oosten en China. Die komen voor een prijsstuk, een ding dat hun masterpiece moet worden. Grote verzamelingen hebben ze niet.”

U woont op verschillende locaties. Als u een kunstwerk koopt, weet u dan al waar het komt te hangen?

„Ja, daar denk ik wel aan. Hedendaagse kunst hangt allemaal in Zwitserland.”

Want daar komt u niet zo vaak?

Lachend: „Nee, dat is niet de reden. Hedendaagse kunst is vaak zo groot. Grote lappen kan ik hier in Nederland niet kwijt.

„Leuk is dat we op de tentoonstelling eindelijk onze impressionisten samen zien. Onze drie Monets bij elkaar, en dan een Manet ertussenin.”

U bent 78. U hebt vast wel eens nagedacht over wat er met uw collectie moet gebeuren?

„Dat is een discussie in de familie. Over de tekeningen zijn we het met de kinderen eens geworden: die collectie gaat in een stichting. Over de andere collecties zijn we nog in gesprek. Maar het gevoel is, ook bij de kinderen: laten we nou niet alles uit elkaar gaan halen. We worstelen met de vraag: moeten we een museum oprichten of niet?”

Claude Monet, De Dam en de sluizen aan de Achterzaan (Canal à Zaandam), 1871, olieverf op doek, 44 x 72,5 cm
Van Vlissingen Art Foundation

Dat wilden we u net vragen.

Lachend: „Dat vermoedde ik al. Een deel van de familie zegt: koop twee prachtige grachtenpanden en begin gewoon een museum. De tekeningen in de kelder, de rest boven. Er is genoeg, we kunnen zelfs wisselen.

„Zelf ben ik nooit een groot voorstander van een Fentener van Vlissingen Museum geweest. Vanwege die naam, ja. Het komt over als protserig, ben ik bang. En echt hoor, mijn vrouw en ik hebben de collectie met liefde opgebouwd. Maar om een museum te beginnen… Je merkt het, ik begin al te zuchten.”

Hans Melchers heeft recent Museum More geopend, Joop van Caldenborgh Museum Voorlinden. Die musea heten niet naar de oprichters en zijn door het publiek omarmd.

„Onze familienaam is kwetsbaar. Wij zijn al generaties lang een van de grote zakenfamilies van het land. Elke keer als we zakelijk een investering doen, ook al is het maar voor 10 procent, worden wij er in de pers uitgepikt.”

Een collectie onderbrengen in een stichting en daar een museum omheen bouwen, dat kun je toch geen investering noemen?

„Dat is waar. We kijken ook in welke vorm het zou kunnen. Je kunt alles in eigendom houden, of er een stichting van maken. Ik moet er ook tijd voor vinden. En rust. Er zijn ook allemaal andere dingen die moeten gebeuren.”

Als we u zo horen, zou het besluit binnenkort toch kunnen vallen?

„Het was een mooi gespreksonderwerp geweest voor de Kerst. Maar het is moeilijk om onze familie bijeen te krijgen, want iedereen woont verspreid over de wereld. Hoe dan ook, het is een onderwerp dat bij ons enorm leeft. En uiteraard moet ik het initiatief nemen en zeggen: alles beluisterd hebbend, we gaan het doen.”

Impressionism & beyond – A Wonderful Journey 16 jan. t/m 6 mei in Singer Laren.
    • Gretha Pama
    • Arjen Ribbens