Opinie

Niet alle onderwijsdoelen zijn meetbaar

De veronderstelde tegenstelling tussen klassikaal en vernieuwend onderwijs bestaat niet, schrijven Hartger Wassink en Claire Boonstra.

Basisschool de Globetrotter in Rotterdam Robin Utrecht/ANP

De serie artikelen die NRC Handelsblad bracht over onderwijs in de basisvaardigheden taal en rekenen werd op 10 januari afgesloten met een hoofdredactioneel commentaar waarin enkele conclusies werden getrokken. Daarin wordt gesuggereerd dat het tijdperk van ‘onderwijsvernieuwers’ en ‘juffen en meesters die entertainers zijn’ nu voorbij is. En passant krijgen de pabo’s nog een veeg uit de pan, omdat ze „zwakke leerkrachten” zouden afleveren. Maar, zo besluit het commentaar: „Het tij keert. Het klassikaal onderwijs komt terug.” De leraar geeft weer gewoon les: directe instructie is het toverwoord, zo blijkt uit de artikelenreeks die aan het commentaar voorafging.

Wij denken dat de werkelijkheid genuanceerder is. Onderwijsvernieuwing vindt nog steeds dagelijks plaats. Meestal op initiatief van leraren zelf, die samen met ouders en leerlingen op allerlei plekken in het land bezig zijn met alternatieve vormen van onderwijs. Van radicaal anders, zoals Agora in Roermond of De Wittering in Rosmalen, tot het stapsgewijs invoeren van variatie in lesmethoden en -manieren. Zoals op de de Al Ihsaanschool in Lelystad, die door NRC werd geportretteerd. Zo zijn er letterlijk honderden scholen te noemen, waar het onderwijs in 2018 er behoorlijk anders uitziet dan in 2008 of 1998.

Niet alle leerdoelen zijn te vangen in ranglijsten

Die ontwikkeling is nog lang niet afgelopen. We weten dat veel ouders, werkgevers, de overheid – en niet te vergeten leraren en leerlingen zelf – aan onderwijs bredere doelen verbinden, dan alleen het behalen van cognitieve resultaten. Het gaat bij goed onderwijs niet alleen om basisvaardigheden, die erop gericht zijn jezelf van een inkomen te voorzien. Het gaat ook om het ontdekken en ontwikkelen van je talent, leren samenwerken en verantwoordelijkheid te dragen. Voor die doelen zijn geen wereldwijde ranglijsten waarop we kunnen stijgen of dalen, maar dat betekent niet dat we ze als maatschappij niet belangrijk vinden.

Voor zo’n brede oriëntatie op het doel van onderwijs, schiet een eenzijdige focus op directe instructie en klassikaal onderwijs tekort. Om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van leerlingen tot zelfstandige, verantwoordelijke en kritische burgers zetten leraren namelijk een breed pedagogisch-didactisch repertoire in. Dat deden ze vroeger, dat doen ze nu, en dat zullen ze blijven doen. Wel verandert daarin telkens wat. Want de samenleving van nu is niet die van 1950, 1980, of 2000. Onderwijs verandert daarin mee.

Een tegenstelling die niet bestaat

Het is daarom jammer dat de artikelenreeks, en vooral het commentaar, de tegenstellingen tussen vernieuwend en traditioneel onderwijs zo aanscherpt. Die tegenstelling bestaat niet zo scherp in de praktijk. Natuurlijk leidt expliciete directe instructie tot een hoger resultaat op een kennistoets. De vraag is alleen wat we nog meer beogen met onderwijs en welke onderwijsvormen daarbij aansluiten. Welke samenleving staat ons voor ogen en hoe kan de school daar een oefenplaats in zijn? Een plaats waar je soms stil bent en luistert, soms zelfstandig aan de slag bent, soms samenwerkt, soms speelt en soms alleen maar plezier hebt. Net als in de echte wereld, waar school op voorbereidt. De variatie in benaderingen is een van de sterke punten van het Nederlandse onderwijs.

De succesfactoren die wij voor goed onderwijs aandragen zijn een gedeelde visie op onderwijs en samenleving, lerende teams van autonome professionals, verbondenheid met ouders, omgeving en leerlingen en het serieus nemen van leerlingen in hun behoeften en mogelijkheden. In zulke scholen vindt óók directe instructie plaats. Maar er gebeurt nog meer, omdat onderwijs meer is dan alleen kennisoverdracht.

Als we van mening zijn dat onderwijs een belangrijke maatschappelijke rol heeft in het realiseren van een rechtvaardigere, vredigere, gezondere en meer duurzame samenleving, laten we dan het gesprek voeren over welke veranderingen er plaats vinden en wat dat dan van leraren vraagt. Zodat we leraren en schoolleiders daarbij de opleiding, ondersteuning en bijbehorende faciliteiten kunnen geven, om hun brede verantwoordelijkheid te kunnen vervullen. Want als we denken dat directe instructie in klassikaal onderwijs daarvoor voldoende is, maken we een grote vergissing. Daar worden leraren en hun leerlingen de dupe van. En uiteindelijk de samenleving.