Levenseindekliniek in de problemen door groei

Euthanasie

De Levenseindekliniek, voor complexe euthanasieaanvragen, wordt overspoeld. Dat was nooit de bedoeling.

Een oudere mevrouw tekent een wilsverklaring, ook wel ‘euthanasieverzoek’ genoemd ANP ROOS KOOLE

Voor het eerst in haar bestaan waren artsen van de Levenseindekliniek in 2017 betrokken bij meer dan tien procent van alle euthanasiegevallen in Nederland. Donderdag maakte de instantie, opgericht in 2012, bekend dat het vorig jaar zo’n 750 keer euthanasie verleende. Dat was 250 keer vaker dan een jaar eerder.

De groei is opmerkelijk, omdat de Levenseindekliniek – opgericht in 2012 – altijd heeft gezegd een niet te grote euthanasie-uitvoeringsinstantie te willen worden. In de beleidsplannen van de eerste jaren stond bijvoorbeeld steevast: „Het principe dat de Levenseindekliniek zich op termijn wil opheffen blijft overeind staan.” Steven Pleiter, bestuurder van de Levenseindekliniek, zegt nu: „Wij hebben altijd een vangnet willen zijn voor de echt complexe euthanasieverzoeken die artsen niet zelf kunnen of willen behandelen. Deze groei past niet bij dat streven.”

De Levenseindekliniek, rondreizende teams van arts en verpleegkundige die euthanasieverzoeken behandelen van mensen die bij hun eigen arts niet terecht kunnen, komt steeds verder in de problemen door de eigen groei. Zo is er een wachtlijst in de regio Zuid-Holland, waar mensen soms maanden moeten wachten voor hun euthanasieverzoek in behandeling wordt genomen. Pleiter: „Zij hebben vaak al een lang proces achter de rug om tot deze beslissing te komen en wenden zich tot ons in uiterste nood. Dan willen wij niet zeggen: ‘Het spijt ons. Kom over twee maanden maar weer eens terug’.”

Meer dementerenden en psychiatrische patiënten

De groei van de Levenseindekliniek past bij de maatschappelijke trend dat steeds meer mensen met complexe ziektebeelden om euthanasie vragen. Vooral mensen met dementie of een psychiatrische aandoening willen en krijgen vaker euthanasie. In 2016 kregen 141 mensen met dementie euthanasie en 60 vanwege een psychische ziekte. In 2012 gebeurde dat 42 (dementie) en 14 (psychiatrie) keer. Een arts mag pas euthanasie verlenen als de patiënt „uitzichtloos en ondraaglijk” lijdt. Bij dementie en psychiatrie is dat moeilijker te beoordelen dan, bijvoorbeeld, bij een patiënt die lijdt aan terminale kanker. Bovendien hebben meer artsen in dit soort gevallen principiële bezwaren, waardoor patiënten vaak worden doorgestuurd naar de Levenseindekliniek.

Lees ook het opinieartikel waarin psychiater Boudewijn Chabot vorig jaar uithaalde naar de euthanasiepraktijk en de reactie van Jacob Kohnstamm, voorzitter van de toetsingscommissies euthanasie.

Felle discussie

Dat steeds meer dementerenden en psychiatrische patiënten euthanasie krijgen, leidt al lange tijd tot felle discussie. Deze week werd bekend dat ethicus Berna van Baarsen na tien jaar is opgestapt als lid van de toetsingscommissie euthanasie in Noord-Holland. In het vakblad Medisch Contact vertelt zij dat ze teveel moeite heeft met het goedkeuren van euthanasie die wordt uitgevoerd bij patiënten die wilsonbekwaam zijn geworden. Dat is in sommige gevallen volgens de wet toegestaan, als de patiënt eerder een schriftelijk euthanasieverzoek heeft ingediend. Mensen euthanasie verlenen die dat op het moment van uitvoering niet meer in de gaten hebben gaat Van Baarsen te ver, zegt ze in het interview: „Ik denk dat we alleen zeker weten dat een patiënt ondraaglijk lijdt en dat zijn euthanasiewens vrijwillig is als hij het zelf kan vertellen.”

De Levenseindekliniek moet zich ook aanpassen aan de maatschappelijke veranderingen. Dat doet de organisatie op twee manieren. Aan de ene kant is het een „ambitieuze wervingscampagne” begonnen voor nieuw personeel. Er werken circa zestig artsen voor de Levenseindekliniek, terwijl de organisatie verklaart er meer dan honderd nodig te hebben. „De nood is hoog”, zegt Pleiter.

Aan de andere kant probeert de Levenseindekliniek er nog altijd voor te zorgen dat (huis)artsen zélf euthanasieverzoeken van hun patiënten begeleiden. Zij hebben tenslotte al een persoonlijke relatie. Dit jaar gaat de Levenseindekliniek „tientallen” nascholingsbijeenkomsten organiseren voor artsen. Bovendien werken er bij de organisatie consulenten bij wie artsen terecht kunnen met vragen over complexe euthanasieverzoeken.

Pleiter erkent evenwel dat de oorspronkelijke doelstelling van de Levenseindekliniek in de huidige maatschappij ver weg is. Hij zegt: „Het streven om onszelf op te heffen is nu niet actueel.”

Correctie (11-01-2017): in een eerdere versie van dit bericht stond abusievelijk dat de euthanasiewetgeving in 2012 van kracht ging.

    • Enzo van Steenbergen