Laat DNA-test zien of je sociaal bent op je werk?

Privacy Een assessmentbureau gebruikt onder meer DNA om werknemers te analyseren. Na de wetenschap is nu ook de Autoriteit Persoonsgegevens kritisch.

Robin Heman

„Welkom bij jezelf.” Wie aanbelt, ziet deze zin op een scherm naast de voordeur verschijnen. In een overlegruimte is een glazen bak gevuld met zachtroze stressballen in de vorm van hersenen. Op tafel staan potjes muizenbreintjes op sterk water. En er ligt een pakket met daarin een staafje om speeksel af te nemen.

BrainCompass, aan de Westersingel in Rotterdam, is geen standaard assessmentbureau. Hier worden ‘professionals’ aan de hand van onder meer hun DNA geanalyseerd. Al meer dan 6.500 mensen lieten op deze manier een profiel opstellen van hun professionele persoonlijkheid, onder meer werknemers van bedrijven als Vodafone, Delta Lloyd, LinkedIn, KPN en het UWV, zo meldt de website van het bedrijf.

Wetenschappers betwijfelen sterk of er met deze DNA-analyse iets te zeggen valt over persoonlijkheid. En de privacytoezichthouder Autoriteit Persoonsgegevens publiceerde eind november een kritisch onderzoeksrapport over dit bedrijf. BrainCompass „handelt in strijd met de privacywet”, schreven de onderzoekers. Het bureau verwerkt zogeheten „bijzondere” persoonsgegevens en daar zijn strenge regels voor.

Het assessment van BrainCompass bestaat uit een DNA-analyse van vijf genen door een laboratorium en vragenlijsten. Die gaan over je eerste levensjaren, persoonlijke ontwikkeling, drijfveren, persoonlijkheid en professionele houding. Daarna volgt een duidend gesprek met een coach.

Kennisnemen van de resultaten wordt voorgesteld als een soort reis door je onderbewuste. We dénken dat onze keuzes goed doordacht zijn, maar volgens BrainCompass is dat vaker niet dan wel het geval. De „manier waarop verschillende biologische systemen in onze hersenen zich hebben ontwikkeld” zou „als een soort persoonlijke filter” over onze belevingswereld heen liggen.

Duizenden genen

Dorret Boomsma, hoogleraar biologische psychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, bevestigt dat er steeds meer bewijs is voor genetische aanleg voor gedrag. „Maar iedere diagnose met betrekking tot persoonlijkheidseigenschappen is onmogelijk op grond van het meten van vijf genen”, zegt Boomsma. „Bij gedrag kunnen namelijk honderden of zelfs duizenden genen een rol spelen.”

Twee van de oprichters, John de Kok en Wouter van de Berg, leerden elkaar kennen op de Erasmus Universiteit. De Kok doceerde in ondernemen en Van de Berg promoveerde na een studie neurowetenschappen op de combinatie van verkoopgedrag en genetica.

De oprichters stellen dat de analyses nooit alleen zijn gebaseerd op de DNA-test, maar altijd worden gecombineerd met vragenlijsten. De uitkomsten samen maken volgens hen duidelijk in hoeverre iemand gedijt bij veel sociaal contact op de werkvloer. DNA is slechts een puzzelstukje in de analyse.

„Uit onder meer tweelingstudies blijkt dat bepaalde karaktertrekken genetisch bepaald zijn”, zegt De Kok. „We kijken bijvoorbeeld of je een variant van het gen hebt dat bepaalt of je makkelijker oxytocine aanmaakt. Dat hormoon speelt een rol bij het snel verbinding maken met andere mensen.

BrainCompass zegt de DNA-analyse te onderbouwen met internationale en eigen studies naar genetica. Wetenschappers zijn kritisch over deze onderbouwing. „Als je kijkt naar het aantal geanalyseerde personen in hun studies, dan zie je dat de groepen klein zijn”, zegt hoogleraar Manfred Kayser, afdelingshoofd genetische identificatie bij het Erasmus Medisch Centrum. „Wat mij betreft te klein om vertrouwen te hebben in de resultaten, zeker als het aankomt op persoonlijke eigenschappen die zo complex zijn als deze.”

Het laten uitvoeren van een persoonlijke DNA-analyse is steeds goedkoper geworden. Daardoor zijn er steeds meer bedrijven die voor consumenten DNA-onderzoek doen, over bijvoorbeeld etnische afkomst. Maar het leggen van een link tussen DNA en gedrag is in deze nieuwe branche nog niet gebruikelijk. BrainCompass lijkt vooralsnog het enige bedrijf dat dit doet.

Wel/niet geschikt

Zijn er al werkgevers die van sollicitanten eisen dat zij DNA afstaan, om te bepalen wie wel en niet geschikt is voor een functie? BrainCompass zegt dat het de ‘aannamemarkt’ altijd heeft gemeden. Van de Berg zegt dat hij dit soort verzoeken wel regelmatig krijgt. Volgens hem „past dit niet binnen de filosofie” van het bureau. „Toekomstig gedrag is nooit te voorspellen. Wij helpen jou alleen met kennis over jezelf, zodat je hier succesvol gebruik van kan maken.”

Desondanks heeft de Autoriteit Persoonsgegevens, dat in de eerste helft van vorig jaar onderzoek deed naar het bedrijf, bezwaren tegen de werkwijze van BrainCompass.

Het verwerken van bijzondere persoonsgegevens als DNA en persoonlijke vragenlijsten is niet zomaar toegestaan; organisaties mogen dit alleen doen met expliciete toestemming. BrainCompass werkt zelfs met verschillende typen van dit soort bijzondere persoonsgegevens en combineert die in een analyse. De autoriteit maakt zich er zorgen over in hoeverre werknemers deze analyses vrijwillig ondergaan. Bij BrainCompass zegt de autoriteit zich zorgen te maken over de combinatie van verschillende typen bijzondere persoonsgegevens: DNA- én psychologische gegevens.

Werknemers die een analyse ondergaan, doen dit binnen een arbeidsrelatie. Soms wordt volgens de oprichters een „heel team” uitgenodigd voor zo’n assessment. „In zo’n relatie, waarin de werknemer financieel afhankelijk is van de werkgever, is over het algemeen geen sprake van ‘vrije’ toestemming”, schrijft de Autoriteit Persoonsgegevens.

BrainCompass zegt inmiddels aan de privacybezwaren van de autoriteit tegemoet te zijn gekomen. Het bedrijf vraagt nu vaker en explicieter aan de werknemer toestemming voor het vergaren van gegevens. Werknemers kunnen er ook voor kiezen om bij de analyse het DNA-gedeelte buiten beschouwing te laten. Dat was al zo, maar BrainCompass legt dat nu duidelijker uit bij het online afnemen van de test. Om de werkgever niet te laten weten wat is gekozen, blijft de rekening – rond de 1.000 euro – dan even hoog. Of de analyse uiteindelijk wordt gedeeld met de baas, dáár heeft BrainCompass geen zicht op.

Wanneer de Autoriteit Persoonsgegevens de nieuwe werkwijze gaat controleren, weet de toezichthouder nog niet.