‘Iconisch boek’ verdwijnt uit huishoudens

Laatste telefoonboek

De papieren telefoongids mag naar het museum. De laatste editie, een ‘uniek bewaarexemplaar’, wordt dit jaar verspreid: slechts 2 procent van de Nederlanders vindt hem onmisbaar. „Het komt door de individualisering.”

Bellende vrouwen in Rijswijk uit 1956. Foto Lex van Lieshout/HH

Ergens in de jaren negentig kwam op de redactie van NRC Handelsblad een fax binnen van de politie Noord-Holland. Het was een persbericht over een wonderlijke schietpartij in een bepaalde straat in een bepaalde plaats. Wat was daar gebeurd? De politie gaf telefonisch geen nadere toelichting. Maar op de redactie stonden de telefoonboeken van alle plaatsen – als je ze op volgorde zette van Aadorp tot en met Zijtaart, zag je over alle ruggen de kaart van Nederland. Omdat het in dit geval ging om een plaats met tien- hooguit twintigduizend bewoners, kon je met een liniaal alle namen langs, zoekend naar de nummers aan die ene straat. Het was een lange straat. De mensen op pakweg nummer 247 wisten van niets. De mensen op nummer 110 waren niet thuis. De mensen op nummer 16 hadden wel wat geknal gehoord. En de mensen op nummer 67 konden vertellen wat ze hadden gezien.

Donderdag maakte het bedrijf DTG bekend dat de papieren telefoongids verdwijnt. Er verschijnt nog één editie, die wordt in de loop van het jaar uitgedeeld in de 45 regio’s waarin Nederland telefonisch is opgedeeld. Enschede is de laatste regio, in december krijgen de mensen die erom gevraagd hebben daar het „uniek bewaarexemplaar”, schrijft DTG in een persbericht, onder het kopje ‘Feestelijk afscheid van een iconisch boekwerk’.

Het naslagwerk kan worden bijgezet in het museum, naast datzelfde fax-apparaat, het cassettebandje en de videorecorder. Natuurlijk: de telefoonnummers die in de papieren boeken stonden, waren ook al online te vinden, via de website detelefoongids.nl, en dat blijven ze ook. Maar de oude telefoonboeken gaven toch het gevoel dat je heel Nederland onder handbereik had. Even geruststellend als de Bosatlas. De namen, de adressen, de nummers – het waren de coördinaten waarmee je vrijwel alle Nederlanders kon vinden.

Telefoonboeken waren, zegt Anja Tollenaar, conservator telecommunicatie in het COMM - Museum voor Communicatie te Den Haag, „het standaardregister voor Nederland. Je kon je hand ervoor in het vuur steken dat je daarin kon vinden wie je zocht.” Mits diegene een vaste telefoon had, en in de jaren tachtig, toen de PTT (Post, Telegraaf, Telefonie) nog over alle telecommunicatie ging, gold dat voor vrijwel iedereen.

„De vaste telefoonlijnen verbonden niet zozeer de mensen in Nederland als wel de ruimtes”, zegt sociaal geograaf Ben de Pater. „Het toestel aan de andere kant van de lijn ging over en als er iemand in de buurt was, nam die op.” De Pater schreef samen met zijn collega Hans Knippenberg in 1988 het boek De eenwording van Nederland over de integratie en schaalvergroting in de negentiende en twintigste eeuw. Zij noteerden de razendsnelle opmars van de telefonische verbinding. Van 4.000 mensen die waren aangesloten op het rijkstelefoonnet in 1914 naar 76.000 tien jaar later.

Geheim nummer

Door de mobiele telefonie doet de plaats waar iemand opneemt er niet meer toe. De mobiele beller is een zwerver geworden, het telefonische equivalent van iemand zonder vaste woon- of verblijfplaats. Hem vangen in een statische gids, geordend naar adres, is zinledig.

De overheid had de PTT verplicht de vaste nummers beschikbaar te maken voor iedereen, vandaar de gidsen. Privacy was toen een hobby voor enkelingen. Wie beslist niet in het telefoonboek wilde staan, kon een ‘geheim nummer’ vragen.

Is het verdwijnen van het telefoonboek daarmee een teken van de desintegratie van Nederland of Nederlanders? Nee, zegt Hans Knippenberg. „Hier wordt papier vervangen door bits. Dat is niet anders dan de vervanging van het fotorolletje door pixels. De connectiviteit tussen mensen is alleen maar toegenomen, door de digitalisering zelfs op de schaal van de hele wereld.”

Het overbodig worden van telefoongidsen is wel een teken van toegenomen individualisering, denkt De Pater. „De bereikbaarheid voor mensen die elkaar kennen is met de mobiele telefoon toegenomen. Voor mensen die je niet kent, ben je juist minder goed bereikbaar. Ik sta niet in een telefoongids.”

„Ik sta ook niet in de telefoongids”, zegt conservator Anja Tollenaar. En ze heeft er ook al jaren geen meer in huis. Tollenaar vindt de afschaffing van het papieren boekwerk een logisch gevolg van een maatschappelijke ontwikkeling. Maar ze noemt het ook het einde van een tijdperk. Sinds de Nederlandse Bell-Telephoon Maatschappij in 1881 de eerste gids uitbracht (met 49 aansluitingen) zijn de Nederlanders gewend geweest aan de steeds verder uitdijende boeken. Het museum heeft zijn historische collectie ter digitalisering overgedragen aan de Koninklijke Bibliotheek. Via de website delpher.nl zijn de telefoonboeken tot en met 1950 digitaal doorzoekbaar – en dat was een van de redenen waarvoor mensen naar het Museum voor Communicatie in Den Haag kwamen.

Van 7 miljoen naar 3,5 miljoen gidsen

Frank Witte die voor DTG de public relations doet, zegt dat er lang niet zoveel mensen in het laatste telefoonboek zullen staan als het er in de jaren tachtig waren. In de hoogtijdagen van de vaste telefonie gingen zo 7 miljoen telefoonboeken het land in. Van het „unieke bewaarexemplaar” worden er maar half zoveel gedistribueerd. Op de concurrerende website telefoonboek.nl zijn 3 miljoen particuliere telefoonnummers te vinden en 1,4 miljoen vermeldingen van bedrijven.

De laatste peiling van DTG wees uit dat 2 procent van hun klanten de papieren telefoongids „onmisbaar” vond – daarom schaft het bedrijf het af. Gevraagd naar de absolute aantallen, schat hij „twee grote voetbalstadions vol”. De laatste gebruikers zijn volgens hem ouderen en wonen buiten de Randstad. Daarmee staat het toch voor een maatschappelijke ontwikkeling, zegt Hans Knippenberg. „De mensen die nog niet waren ingelijfd in de algemene digitale connectiviteit, moeten zich alsnog voegen.” Wie dat niet kan, krijgt van DTG „in samenwerking met SeniorWeb tegen een kleine vergoeding” door het hele land workshops ‘online zoeken’ aangeboden. „Dit raakt aan de algemene tweedeling van Nederland”, zegt Knippenberg. „Die is niet geografisch, maar naar opleiding.”

Lees ook: Hij scheurde 117 telefoonboeken in 5 minuten
    • Bas Blokker