Opinie

    • Thijs Niemantsverdriet

Gezocht: roeptoeters vanaf de zijlijn (m/v)

Laatst liep ik politicoloog Ruud Koole tegen het lijf. Hij begon over één van zijn zorgen: het gebrek aan ‘realistische oppositie’. Huh? We hebben 74 kloeke oppositiezetels in de Tweede Kamer, van de PVV tot de Partij voor de Dieren. We wonen toch niet in Rusland?

Het gaat niet om de zetels, zei Koole, maar om de bril waarmee we naar de oppositie kijken. Hij begon over ‘verantwoordelijkheidsvakantie’, een woord dat premier Rutte graag gebruikte toen CDA-leider Sybrand Buma nog in de oppositie zat. Slim bedacht, en heel effectief: de meest gouvernementele partij van Nederland die weigerde te onderhandelen met het kabinet over steun in de Eerste Kamer? Onbegrijpelijk!

Buma antwoordde in die tijd steevast: ik neem juist mijn verantwoordelijkheid door níét de achterkamertjes in te duiken, zoals de ‘constructieve drie’ D66, ChristenUnie en SGP. Dat was een principiële keuze. Ik snapte Buma wel: het lijkt me gezond als niet alleen flankpartijen PVV en SP, maar ook een realistische middenpartij als het CDA oppositie voert.

Maar toen kwam het debat over de regeringsverklaring. Daar hoorde ik Buma ineens Jesse Klaver van GroenLinks aanvallen. „Democratie is niet alles binnen halen en ook niet vier jaar langs de zijlijn staan, roepen dat het anders moet,” kreeg Klaver te horen. Buma bracht het wat minder pakkend dan Rutte, maar de boodschap was dezelfde: u bent met verantwoordelijkheidsvakantie, meneer Klaver!

Buma’s principiële keuze bleek toch niet zo principieel.

Volgens CDA’ers was hun leider nog altijd getergd door Klavers vertrek van de formatietafel. Met bijna vijftig zetels aan getuigenispartijen (PVV, SP, FvD, PvdD, 50Plus, Denk) is iedereen nodig voor een stabiel landsbestuur – en daar was Klaver, hopsakee, van weggewandeld.

Kan best waar zijn. Toch wijzen Buma’s woorden op een ongezonde ontwikkeling in de politiek. Zodra partijen aan de macht komen, beginnen ze de oppositie – ook de gematigde – af te schilderen als onverstandig en opportunistisch. Er ging de laatste jaren geen Kamerdebat voorbij zonder dat de oppositie met de ‘zijlijn’ om de oren geslagen werd. Eerst door Rutte en Samsom, nu door Rutte en Buma.

Mij lijkt roepen vanaf de zijlijn juist cruciaal in een democratie – vooral ook door partijen die zelf regeringsverantwoordelijkheid kunnen dragen. Anders heeft de kiezer het gevoel dat er niets te kiezen valt en blijft hij zijn toevlucht zoeken bij de tegenpartijen.

De volgende keer dat ik Koole tegenkom, weet ik wat ik zal zeggen: laten we hopen dat Klaver zich opstelt als de oude Buma – en zich dus niets aantrekt van de nieuwe Buma.

Thijs Niemantsverdriet (t.niemantsverdriet@nrc.nl) vervangt Tom-Jan Meeus
    • Thijs Niemantsverdriet