Recensie

De tips uit ‘het ultieme zelfhulpboek’ van Ferriss zijn voor niemand haalbaar

Fit, rijk en slim Voor zijn ‘ultieme zelfhulpboek’ verzamelde auteur Tim Ferriss de beste adviezen van mensen aan de top. Maar is het leven wel zo maakbaar?

Foto John Keatley/Redux

Dit moet ‘het ultieme zelfhulpboek’ zijn, staat in het nawoord. Het ontbreekt schrijver Tim Ferriss niet aan ambitie in zijn recentste boek. Dat blijkt al uit de titel Fit, Rijk & Slim, een vertaling van de iets minder stellige, maar toch ronkende originele titel Tools of Titans: The Tactics, Routines, and Habits of Billionaires, Icons, and World-Class Performers.

De Amerikaan geniet faam als zelfhulpgoeroe dankzij eerdere bestsellers als The 4-hour Workweek, The 4-hour Body en The 4-hour Chef, waarin hij lezers tips geeft om efficiënter te werken of leven. De enorme pil die hij nu heeft geschreven – 672 pagina’s – is opgebouwd uit drie delen, gelijk de titel. Het grootste deel van het boek, dat in najaar van 2017 in het Nederlands verscheen, bestaat uit korte gesprekken met ruim 130 bekende investeerders, sporters, televisiesterren, schrijvers, muzikanten, acteurs, regisseurs, andere zelfhulpgoeroes en ondernemers. Onder hen acteurs Arnold Schwarzenegger, Kevin Costner en Jamie Foxx, schrijver Paulo Coelho, investeerders Peter Thiel en Marc Andreessen, muziekproducent Rick Rubin en Twitterbaas Jack Dorsey.

De geïnterviewden krijgen vaak dezelfde vragen voorgeschoteld: wat hun ochtendroutine is, wat ze tegen hun jongere ik willen zeggen, wat hun lijfspreuk is en wat hun spirituele dier is – er komen veel wolven voorbij, tijgers, leeuwen en haviken, maar ook een fuut, een gummibeer en een muis.

Lees meer over The 4-hour Workweek: Mens, durf minder te werken

Manische trekjes

De rode draad door al deze bladzijden is de zoektocht van Ferriss naar een succesvol leven. Al lezend ga je jezelf de vraag stellen hoe het zit met de psychische gesteldheid van de schrijver. Hij noemt zichzelf – soms grappend en soms serieuzer – enkele keren manisch depressief. Vooral die manische trekjes worden duidelijk in dit boek. Er is weinig wat Ferriss niet uitprobeert of doet. Hij heeft bijvoorbeeld een obsessie met thee. „Bijna elke ochtend ga ik aan de keukentafel zitten met een warme cocktail van geelwortel, gember, Pu-Er (theesoort, red.) en groene thee.”

Dan moet hij ook nog mediteren, allerhande krachtoefeningen doen, zit hij vaak in de sauna, volgt hij de technieken van de Nederlandse ‘iceman’ Wim Hof met koude baden en adem inhouden. Hij doet aan floaten (drijven in een afgesloten, donkere tank), hij neemt ketonensupplementen en microdoses psychedelische drugs, en voor het slapen gaan honing met appelciderazijn. Vervolgens zet hij een slaapmasker op en gaat hij onder een koeldeken liggen. Dit bovenop de lijst aan dingen die hij minder structureel doet. En alles wordt ook nog eens dwangmatig vastgelegd in notitieblokken.

Ferriss is ervan overtuigd dat het leven maakbaar is, net als het lichaam. Opvallend is een stevige disclaimer van de uitgever aan het begin van het boek: „Neem contact op met uw huisarts voordat u begint aan een in dit boek beschreven dieet, medicijnenkuur of trainingsregime.” Ferriss meent onder meer dat hij met zijn ketonendieet kanker kan voorkomen (iets wat door oncologen wordt betwist). Zijn zelfmedicatie met psychedelische drugs als ibogaïne leidt tot vreemde, onnavolgbare zinnen als: „Ik heb gemerkt dat microdoses mijn ‘aangeboren’ geluksgevoel met 5 tot 10 procent verhogen, om mijn subjectieve ervaring even van een percentage te voorzien. Die stijging houdt nog enkele dagen na gebruik aan. Het effect lijkt met name gerelateerd te zijn aan de upregulatie van mu-opiaatreceptoren. Uit een onderzoek: ‘Er zijn in-vivoaanwijzingen voor de mogelijke interactie van ibogaïne met de u-opiaatreceptor na het metabolisme in noribogaïne.’”

Het is niet de enige keer in het boek dat Ferriss met onderzoeken en stellingen strooit die maar lastig te controleren zijn, slecht onderbouwd worden of heel warrig zijn opgeschreven. In de veel gehanteerde methode om succesvolle mensen te vragen naar hun succes, wordt vrijwel altijd voorbijgegaan aan de belangrijke factoren als geluk. Onzekerheid komt niet aan bod in Fit, Rijk & Slim. Overal is een stellig antwoord op, helaas zit het dagelijks leven meestal niet zo in elkaar.

Kritiek pareren

Ferriss is geen geweldige schrijver en zijn inzichten gaan nooit heel diep. Hij is wel een briljante marketeer. Dat blijkt ook uit de beste stukken in het boek, zoals het hoofdstuk ‘Acht maatregelen tegen haters op internet’, daar is hij op zijn best. Hij weet uiterst slim tegenstand te pareren, dat deed hij ook toen boeken uitkwamen waar best wat op te zeggen viel (zoek bijvoorbeeld het blog: 5 Time management tricks I learned from years of hating Tim Ferriss waaruit blijkt dat hij wel honderd uur werkt in zijn vier-urige werkweek). Ferriss schreef blogs waarin hij kritische termen in de zoekwoorden opnam zodat zijn eigen stukken bovenaan Google verschijnen als je zoekt naar kritiek op zijn werk. Daarnaast gebruikt hij medestanders om zijn boodschap te verspreiden, zo kaapte hij de zoektocht van Wired naar de grootste zelfpromotor ter wereld. Hij weet haarfijn hoe je een publiek bespeelt. Op dat punt heeft hij veel goede lessen.

Wat is er mis met ‘snel buiten adem, modaal inkomen en gemiddeld intelligent’?

Wat nergens aan bod komt is de vraag waarom je fit, rijk en slim moet zijn of worden. Wat is er mis met ‘snel buiten adem, modaal inkomen en gemiddeld intelligent’? Iedere introductie van een nieuwe spreker in het boek gaat gepaard met verkoopsuccessen, bedrijfssuccessen of sportsuccessen. Het is bijna Trump-terminologie. Uit de bloeiende industrie van hulpboeken blijkt dat het verslavend is voor mensen om te lezen hoe ze hun leven kunnen veranderen. Lezen is makkelijker dan doen, zo zullen veel lezers van dieetboeken vast beamen. Misschien voelen mensen zich even beter door te lezen hoe ze succesvol kunnen worden. Misschien is het aan te raden dit boek niet van kaft tot kaft te lezen, maar te gebruiken als grabbelton. Al voelt het door het volume eerder als een ballenbak waarin je kunt verdrinken, met in iedere bal een advies, tip of spreuk. Adviezen die je het best met een korreltje zout kunt nemen.