Een premier, dat is geen ‘kapitein’

Interviews ex-minister-presidenten Dries van Agt, Wim Kok en Jan Peter Balkenende gaven op tv bij interviewer Coen Verbraak een relativerende kijk op het premierschap.

Drie (oud-)premiers bij een gelegenheid in 2005. Van links naar rechts: Van Agt, Kok, Balkenende. Foto Inge van Mill

Gewoon. Wat zijn ze toch gewoon gebleven, die Nederlandse oud-premiers. Dat is het beeld dat blijft hangen na het tweeluik Kijken in de ziel, waarvan woensdagavond de laatste aflevering op televisie werd uitgezonden. Drie minister-presidenten, drie tijdvakken: Dries van Agt (CDA), Wim Kok (PvdA) en Jan Peter Balkenende (CDA). Relativerend (Van Agt), bescheiden (Kok), afstandelijk (Balkenende). Ruud Lubbers (CDA) kon om gezondheidsredenen niet meedoen.

Het ging in de afzonderlijke gesprekken die interviewer Coen Verbraak met hen op landgoed Clingendael voerde niet zozeer over hun beleid en des te meer over het vak, het metier. Is het premierschap eigenlijk wel een vak? Niet dus; laat staan dat je ervoor kan leren.

Lees ook de recensie die tv-recensent Wilfred Takken vorgie week maakte: Van Agt steelt de show in ‘Kijken in de ziel’

Allen rolden min of meer bij toeval in het ambt. Van Agt gaf toe in 1977 hemel en aarde te hebben bewogen om het niet te hoeven doen. Hij belde verschillende partijgenoten van het CDA met de vraag of zij geen premier wilden worden. Iedereen zei nee. Van Agt was bij de verkiezingen lijsttrekker geweest van het toen net uit drie christelijke partijen gevormde CDA, dus diende hij ook de eerste man in het kabinet te zijn. Hij stemde in. Zonder echte kennis van economie. Daarvoor kreeg hij in de persoon van Rinus Peijnenburg een soort hulpminister toegeschoven.

Wim Kok wist natuurlijk dat de functie van premier tot de mogelijkheden behoorde toen hij in 1986 het leiderschap van de Partij van de Arbeid van Joop den Uyl overnam. Maar of het echt zover zou komen? Slechts omdat het CDA bij de verkiezingen van 1994 nóg zwaarder verloor dan de PvdA kwam Kok uiteindelijk in aanmerking een kabinet onder zijn leiding te vormen. Van een euforische stemming was bij hem geen sprake. „In de politiek liggen de ereloge en de nooduitgang dicht bij elkaar”, luidde zijn nuchtere constatering.

En dan Jan Peter Balkenende, die in 2002 plotseling met 13 andere ministers koningin Beatrix op de trappen van Huis ten Bosch omringde. Nog nooit was hij minister geweest, ervaring met de landspolitiek deed hij op tijdens de vier jaar van zijn Tweede Kamerlidmaatschap. Hoe het dan was om opeens premier te zijn? Balkenende ontweek de vraag op de voor hem kenmerkende wijze. „Het zei iets over de situatie in het land”, antwoordde hij.

Premier zijn. Het vereist goede mensen om je heen en jezelf goed informeren, vond Wim Kok. Gold dat ook voor Van Agt? Volgens hem stelde het allemaal niet zo veel voor. Kapitein op het schip? „Het was veel meer hozen dan kapitein zijn. Je bent niet eens een loods.”

Ze hadden alle drie hun memorabele momenten gehad, waarbij Wim Kok onomwonden toegaf dat de kwestie-Srebrenica hem nog steeds wakker kon houden.

En dan zijn ze opeens minister-president af. Moeten ze alles zelf doen. Ja, het was hun ook opgevallen dat ex-premiers in het buitenland met veel meer egards worden behandeld. Balkenende: „We zijn nuchterder, en dat is wel goed.” Gewone ex-premiers van een eigenlijk heel gewoon land.

    • Mark Kranenburg