Recensie

Een Mahler die de juichende zaal nog lang zal bijblijven

Onder chef-dirigent Daniele Gatti bracht het Concertgebouworkest een verpletterende uitvoering van de ‘Eerste symfonie’ van Mahler. Volgende week reist het orkest ermee naar New York.

Violiste Janine Jansen in 2013 ANP/Bas Czerwinski

Het is hoogst uitzonderlijk voor een klassiek musicus, maar violiste Janine Jansen did it: in The New York Times was ze vorige maand voorpaginanieuws. Jansen was in de Verenigde Staten nog niet wereldberoemd, maar de aftrap van haar eigen – zeer prestigieuze – serie in Carnegie Hall maakte daar subiet een eind aan: ook New York raakte in de ban van de „natuurlijke” en „kameleontische” kwaliteiten van haar spel.

In Nederland en Europa viert Jansen (40) juist met die eigenschappen al twintig jaar succes na succes. Haar signatuur is herkenbaar, de eruit voortvloeiende wow-factor slijtvast. In Bruchs Vioolconcert betoverde ze woensdag door haar zwierige en zwoele toon en verleidde ze je met de elegante intensiteit van haar spel haar in haar verbeeldingsreis te volgen.

Bekijk hier hoe Janine Jansen Bruch speelt:

Dat het al met al toch geen uitvoering was die je van je sokken blies, lag ook niet aan het Concertgebouworkest, dat het uiterste gaf om ook de tussenspelen te laden met maximale zeggingskracht: overweldigend in het openingsdeel, Mahleriaans in het middendeel. Maar chef-dirigent Daniele Gatti hield de teugels steeds strak, en daar wrong iets. Want de communicatieve spontaniteit die Jansens grootste charme is als soliste, bloeit nou juist het hoogst op een bedje van vrijheid.

Verpletterende Mahler

Voor het Concertgebouworkest waren Gatti’s gastdirecties in symfonieën van Mahler (sinds 2010) een van de leidende redenen hem te benoemen tot zevende chef-dirigent. Inmiddels voerde Gatti met het orkest al bijna een hele Mahler-cyclus uit: na deze week met de Eerste symfonie wachten alleen nog de nummers 7 en 8, die beide wel al gepland staan. En uiteindelijk zal, traditiegetrouw, de hele Mahler-cyclus met Gatti op cd verschijnen – net als bij alle chefs die hem voorgingen.

Vergelijken zal een feest zijn. Natuurlijk omdat Mahler voor het orkest sinds de oprichting en mét alle chefs kernrepertoire was en is. Maar minstens zozeer omdat Gatti op veel van Mahlers symfonieën een zeer eigen stempel drukte, en zijn cyclus zeker zeer divers zal zijn.

Walsende vrijheid

In één woord samengebald maakte Gatti´s blik op deze Eerste symfonie woensdag een verpletterende, zeer uitgebalanceerde indruk. De uitvoering miste de soms vervreemdende werking die eerder dit seizoen een eigenzinnige en extreme Mahlers Vierde symfonie onder zijn leiding ademde.

Sterker: dit was een Eerste die van de eerste tot de laatste maat ‘authentiek’ overkwam. Willekeurig voorbeeld: de pastorale houtblazers in het eerste deel, die woelig, spontaan en onregelmatig mochten fraseren binnen een overkoepelend juist indrukwekkend strak-ritmisch geheel: als een klok waarvan de levenstijd stram wegtikt. Treffend: de lekker trekkerig-walsende vrijheid van het Trio in het juist heel hoekige tweede deel. Prachtig was ook de manier waarop Gatti het orkest heel zacht en innig liet spelen, waardoor het Adagio een melancholieke, avondlijke glans kreeg; als een directe vooruitblik naar het Adagietto uit de Vijfde symfonie.

Hier toonde zich de zonzijde van Gatti’s verregaande perfectionisme: een Mahler die de juichende zaal nog lang zal bijblijven – en waarmee orkest en chef volgende week in New York zeker hoge ogen zullen gooien.