Column

De familie Froger keert terug naar 1972

Zap

In het retro-programma ‘Groeten uit 19xx’ blijken zanger René Froger en zijn gezin vooral geobsedeerd door de smartphone-verslaving van 2018.

De familie Froger kijkt Peppi en Kokki (Groeten uit 1972)

Misschien is het een trend. Misschien hadden ze bij RTL gewoon nog geen zin om de verkleedkist van de succesvolle zaterdagse retroquiz Oh, wat een jaar! naar zolder te tillen. Hoe dan ook, woensdagavond zagen we ineens de hele familie Froger (René, Natasja en vier volwassen kinderen) uitgedost als een gezin uit 1972 – in een vakantiehuisje dat helemaal was ingericht alsof het 45 jaar geleden was.

Het programma heet Groeten uit 19xx, het idee is dat elke week een ander beroemd gezin terug in de tijd wordt geslingerd. Drie dagen lang droeg de familie Froger jaren 70-outfits, terwijl ze hun tijd doorbrachten met dingen die typisch ‘1972’ waren. Tennissen met houten rackets, tochtjes maken op de Solex, filterkoffie drinken, Bartje („supersaai”) kijken op een tv zonder afstandsbediening, en sjoelen. (Ik deed dat laatste twaalf dagen geleden nog, maar misschien ben ik verminderd representatief.)

Het oranjebruine decor was tot in de puntjes verzorgd, tot aan het met filtersigaretten gevulde glas toe, al vergaten de Frogers deze op te roken. Op Twitter, waar men altijd alert is op mogelijk nepnieuws, werd overigens gesignaleerd dat de Betamax-videorecorder een anachronisme was. De kapucijners oogden zeer authentiek.

Alle lof voor de aankleding dus, maar verder gebeurde er weinig. Vooraf was het voornaamste gespreksonderwerp hoe het zou zijn om drie dagen zonder smartphone te leven. Daarna hoe het beviel om al een dag geen telefoon te hebben. Aan het eind van de driedaagse sprak men over hoe het was geweest, drie dagen zonder telefoon. Groeten uit 1972 leerde ons zo vooral iets over 2018: dat we niet alleen verslaafd zijn aan onze smartphones, maar ook volkomen geobsedeerd zijn door onze verslaving aan smartphones.

Het programma werd gered doordat de Frogers zo vreselijk aardig voor elkaar zijn: per scène werden ze meer opgetogen over hun weekend met zijn zessen bij elkaar, zonder afleiding. Zagen we de pater familias daar even volschieten toen hij vertelde dat hij enorm van het ouderwetse samenzijn genoten had?

Mogelijk was die sfeer besmettelijk, want later op de avond belandde ik op de retrozender ONS (die hadden ze niet in 1972). Daar zag ik in de rubriek Rijk Verleden een verleden dat géén verkleedpartij was: een item van een kwartier over de geboorte van prins Willem-Alexander in 1967. Ik keek mijn ogen uit. Allereerst naar de kleurenpracht, want ik was ervan uitgegaan dat de huidige koning in zwart-wit was geboren.

Een Polygoonstem zei: „In de snel vallende duisternis nam de spanning merkbaar toe.” Buiten het ziekenhuis had de politie na de geboorte moeite om „de menigte in bedwang te houden” – al zag het er op de beelden uit als een gezamenlijk dansje. De volgende dag werden in Nederland een miljoen (!) beschuiten met oranje muisjes verspreid, voor veel kinderen „een traktatie die men nog niet eerder had geproefd”. Er was een mooie dankrede van prins Claus, met een oude kaart van Afrika aan de muur van zijn kantoor.

De baby werd later aan het volk getoond toen zijn vader aangifte kwam doen, in gezelschap van de premier en de vicepresident van de Raad van State. Waarna het prinsje, in de armen van zijn vader, het op een misschien niet koninklijk, maar wel zeer hartstochtelijk schreien zette. De afsluitende woorden van de reportage: „Hij had professor Beel en minister-president De Jong gezien en wou nu wel weer eens naar zijn moeder.”