Recensie

Bevrijdende ‘flappermode’ had een rijkdom aan details

Na eeuwen van alles bedekkende kleding kon het vrouwenlichaam in de jaren twintig eindelijk vrijuit bewegen. In het Tilburgse Textielmuseum is de expositie 1920 Jazz Age – Fashion & Photographs te zien.

Fred en Adele Astaire voor Gershwin’s ‘Lady be Good’, Londen, 1926. Foto James Abbe/©James Abbe Archive.

Flappers! Wat een heerlijk woord. Flappers is de naam van die eerste generatie vrouwen die vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw ongeremd en publiekelijk zichzelf mag zijn. Vrouwen lopen in luchtige jurkjes op het strand terwijl slechts een paar jaar daarvoor de ergste oorlog ooit tot een einde is gekomen. De zomers van 1920 en 1921 zijn de bevrijding van de vrouw.

Na eeuwen van alles bedekkende kleding kan het vrouwenlichaam in de jaren twintig eindelijk vrijuit bewegen. Moderne flappers dansen in nachtclubs op de nieuwe jazzmuziek in soepele, rechtvallende en rijk versierde jurken waarvan de zoom steeds verder omhoog kruipt, „zoals het kwik op een zomerse dag”, schrijft de Britse modefotograaf Cecil Beaton in zijn autobiografie The Glass of Fashion.

Het flappertijdperk, waar het Tilburgse Textielmuseum de expositie 1920 Jazz Age – Fashion & Photographs aan wijdt, duurt tot de beurskrach van 1929 en de economische crisis die daarop volgt.

Er staan in Tilburg zo’n honderdvijftig jurken, afkomstig uit de privéverzameling van de Britse Mark en Cleo Butterfield. De expositie, die vorig jaar te zien was in het Londense Fashion and Textile Museum, illustreert de energieke flapperstijl met foto’s, filmfragmenten en kleurige mode-illustraties. Opvallend zijn de portretten van James Abbe, de bekende Amerikaanse fotograaf die als eerste de sterren vastlegde van de Jazz Age-generatie met als het grote icoon Louise Brooks met haar strak geknipte, voor flappers typerend korte bob. Helaas is Tilburg wat minder gul dan Londen met filmfragmenten, foto’s en illustraties.

Jazz Age is onderverdeeld in een tiental tableaus met poppen gekleed in de flappermode zoals die gedragen werd bij specifieke gelegenheden. ‘Picknick aan het meer’ en ‘Theetijd’ tonen liefelijke jurkjes in pastels met ruches of borduursels. ‘Het cocktailuur’ en ‘Het nachtleven’ laten de mooiste flapper-avondjurken zien met glitter, pailletten, kralen, waaierende veren en natuurlijk franjes, vele meters zwierige franje!

Het tableau ‘In het Boudoir’ verrast met een dof zwart wollen jurkje, hét kostuum van de dienstmeid dat volkomen detoneert tussen flamboyante kamerjassen in Oosterse kimonostijl van haar meesteres. Aan de vingers van het dienstertje hangt een kleurrijke blouse. Tsja, ook toen moest iemand de ‘troep’ opruimen.

Verwacht op Jazz Age geen kledingstukken van bekende modenamen zoals die van de geëmancipeerde Gabrielle Chanel (1883-1971) die begin jaren twintig de veranderde rol van de vrouw in gang zet met comfortabele mode. Wel vermelden onderschriften soms dat een jurk ‘is geïnspireerd op’ een ontwerp van Chanel of haar tijdgenoot Elsa Schiaparelli.

Wat de flappermode op de expositie ook interessant maakt is de enorme rijkdom aan details, zoals een jas met sluiting van koord, een stijlinvloed geïnspireerd op Russische emigranten die na de revolutie in 1917 naar Parijs vluchtten. Ook grotendeels verdwenen zijn de tijdrovende borduurtechnieken waarvan veel de afgelopen honderd jaar verloren zijn gegaan en in ieder geval onbetaalbaar geworden voor de feestvierende flappers van nu.

Op de expositie is te zien hoe de rechtvallende jurken zich ruim lenen als canvas voor verwijzingen naar toen actuele kunststromingen als Art Deco, waarvan de strakke lijnen terugkomen in avondjurken. Eén van de opvallendste kledingstukken is de zwarte sluikvallende jas met witte borduursels geïnspireerd op Egyptische kunst die een trend werd na de ontdekking van de graftombe van farao Toetanchamon in 1922.

1920 Jazz Age toont de prachtige mode van de jaren twintig in al haar facetten, maar de opstelling in de toch wat statige tableaus mist de speelsheid en het bruisende van de roaring twenties.