Aboutaleb blijft een ‘beetje salafist’

Rotterdam De burgemeester krijgt kritiek in de raad om zijn uitspraken, maar is niet van plan om terughoudend te zijn over religie en politiek.

Burgemeester Ahmed Aboutaleb (met ambtsketen) tijdens het raadsdebat van donderdag. „De terechte ophef had u van mijlenver kunnen zien aankomen”, zei een raadslid van Leefbaar Rotterdam. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Een burgemeester die zichzelf salafist of jihadist noemt, is niet handig bezig. Zeker niet op de radio, in verkiezingstijd en in een gepolariseerde stad als Rotterdam.

Die boodschap kreeg burgemeester Ahmed Aboutaleb (PvdA) donderdag van de fracties van coalitiepartijen Leefbaar Rotterdam en CDA, en oppositiepartijen VVD en SP. Het raadsdebat ging over de omstreden uitspraken van Aboutaleb in Dit is de Dag op NPO Radio 1 op Eerste Kerstdag.

In dit interview maakte hij een taalkundig en inhoudelijk onderscheid tussen orthodoxe en extremistische moslims. „In de kern” is hij niet bang voor salafisten, zei Aboutaleb, „maar wel in sommige uitingsvormen” die tot haat en geweld aanzetten.

Om zeven uur opstaan

„Een moslim die we nu voor salafist verslijten, is iemand die heel graag op de profeet Mohammed wil lijken”, zei Aboutaleb. In díe definitie kan hij zichzelf ook een salafist noemen, bevestigde hij desgevraagd: „Ja, elke moslim is in wezen een beetje salafist.” De burgemeester zei zichzelf ook wel eens een „jihadist” genoemd te hebben, omdat hij elke dag om zeven uur opstaat op om het goede te doen voor de stad Rotterdam.

De uitspraken leidden tot uiteenlopende reacties. PVV-leider Geert Wilders twitterde dat Aboutaleb moest opstappen; twaalf moskeeën uit Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht schaarden zich achter hem. Arabist Maarten Zeegers noemde de uitspraken in NRC „onhandig en stigmatiserend” voor alle moslims; arabist Jan Jaap de Ruiter noemde de uitspraken in deze krant juist „briljant” genuanceerd.

Ophef van mijlenver

De week voor Kerst had Trouw nog een interview met Aboutaleb gepubliceerd, waarin hij juist pleitte voor geduld in het verhitte islamdebat, zei Leefbaar-raadslid Tanya Hoogwerf, die het raadsdebat had aangevraagd. „De terechte ophef had u van mijlenver kunnen zien aankomen”, zei ze. Ook D66 vond de timing van de uitspraken daarom niet gelukkig.

De VVD en SP deden met klem een beroep op Aboutaleb om de komende tijd terughoudend te zijn met respectievelijk religieuze en politieke uitspraken. Het tast de „positie als boegbeeld” van de burgemeester aan, zei VVD’er Jan-Willem Verheij.

Maar Aboutaleb wilde zijn woorden niet terugnemen en zich geen spreekverbod laten opleggen. Het Trouw-interview was al eerder afgenomen, in oktober, legde hij uit. En met het salafisme-interview zelf was inhoudelijk niets mis, vindt hij. „Misschien is radio als medium te vluchtig.” Als burgemeester kan hij het thema salafisme ook niet ontwijken, omdat het college van B en W informatie moet delen over het dreigingsbeeld in de stad met de gemeenteraad en veiligheidsdienst AIVD, zei hij.

Geen nieuwe uitspraken

Zijn uitspraken waren ook niet nieuw, zei Aboutaleb. Tijdens een commissievergadering op 5 oktober vorig jaar zei hij tegen Leefbaar-raadslid Hoogwerf vrijwel hetzelfde. Namelijk: „Salafisme is geen misdaad. Salafisme is een vorm van orthodoxie en voor orthodoxie is plek in de Nederlandse samenleving.”

Hoogwerf bevestigde: „Niet iedere salafist is radicaal. Nee, dat klopt. Niet iedere salafist is een extremist.”

En in de Turks-Nederlandse krant De Kanttekening, voortgekomen uit de krant Zaman Vandaag, zei Aboutaleb op 2 november vorig jaar: „Iedere moslim is eigenlijk wel een beetje mainstream salafist, want iedere moslim wil wel lijken op de profeet.”

Maar nu, twee maanden voor de lokale verkiezingen, leidden de uitspraken wel tot een rel. En tot een motie van treurnis van Leefbaar Rotterdam en de VVD die het niet haalde.

Lees ook het nieuws over het royement van het Rotterdamse Nida-raadslid Peksert
    • Eppo König