Slow journalism en het leven op een familielandgoed

Redacteur Margot Poll signaleert welke boeken er ook nog zijn verschenen en kiest er deze week vijf om kort te bespreken.

De in mooi oud Vlaams geschreven roman Elias of het gevecht met de nachtegalen van de Vlaamse auteur en winnaar van de Prijs der Nederlandse letteren Maurice Gilliams (1900-1982) werd in 1936 in twee delen uitgegeven. Het eerste deel beschrijft het ‘onbegrensd verbeeldingsleven’ van de twaalfjarige Elias op een familielandgoed in de Kempen waar hij met zijn moeder, ooms en tantes en hun kinderen vakanties doorbrengt. Hij trekt vooral op met de vier jaar oudere neef Aloysius die hij adoreert. De nachtegalen zijn de spannende verbeeldingen waartegen Elias vecht en die hem vooral ’s nachts kwellen. Uiteindelijk lijkt Elias de kwellingen te overwinnen want aan het einde van het eerste deel besluit hij dat ‘alles van vroeger’ op dit uitgestrekte landgoed ‘nutteloos geluk en zelfbedrog’ is geweest. Het ‘tweede cahier’ gaat over de volwassen Elias, een architect met sociale idealen, maar dat deel werd destijds door Gilliams later weer teruggenomen. Bijzonder duidend nawoord van letterkundige Filip De Ceuster die een proefschrift schrijft over het tussenoorlogs proza van Maurice Williams.

Maurice Gilliams: Elias of het gevecht met de nachtegalen. Polis, 240 blz. € 19,99

Een welkom alternatief voor de snelheid waarmee meningen over populisme elkaar inhalen, bijgesteld of ontkend worden, biedt Ik brul, dus ik ben van Peter Wierenga. De classicus en journalist sprak dertien vooraanstaande denkers uit alle werelddelen over populisme. Ook al dragen de geïnterviewden verschillende ‘oplossingen’ aan – de jonge Duitse filosoof Markus Gabriel ziet alleen ‘de waarheid’ als medicijn tegen rechts-populisme terwijl de Belgische filosofe Chantal Mouffe juist ‘links-populisme’ als medicijn voorschrijft – het is bijna verheffend om deze vorm van slow journalism over een schreeuwend onderwerp te lezen. In het laatste hoofdstuk worden de gesprekken in degelijke conclusies of inzichten samengevat. Ook presenteert de schrijver de ‘Wet van Wierenga’ betreffende het oordelen over bevolkingsgroepen: Er bestaat een onoverbrugbare kloof tussen groep en individu: je kunt niet van groep naar individu redeneren, en evenmin andersom. Die kloof, stelt hij, moeten we koesteren.

Pieter Wierenga: Ik brul, dus ik ben. Denkers over populisme. Boom, 198 blz. € 20

De Belgische schrijfster en televisiemaakster Lucette Verboven trok naar het verscholen Sint-Benedictusklooster in de Rockey Mountains om de 94-jarige Amerikaanse cisterciënzer monnik Thomas Keating te interviewen. Keating, die al meer dan zestig jaar in het klooster verblijft, had een interview toegezegd maar meteen gewaarschuwd dat zijn gezondheid niet goed was en haar misschien moest teleurstellen. En zo gebeurde het dat de schrijfster aankwam en met een plaatsvervanger, de abt van het klooster, in gesprek raakte. Deze vader Joseph Boyle (76) spreekt over zijn religieuze roeping (‘ik had het gevoel dat ik op de drempel van de hemel stond’), zijn liefde voor de sterren en hoe hij sporen van God vindt in de natuur en zich bezighoudt met de landbouw en veeteelt rondom het klooster; ‘Ik vind het heerlijk om op de bulldozer en de tractor te rijden; het geluid van een dieselmotor is voor mij vergelijkbaar met een spinnende kat.’ De abt is ontwapenend in zijn antwoorden over de tijd waarin we leven. De volgende dag voelde Keating zich beter en kon het gesprek beginnen. Hij kijkt terug op zijn leven als monnik en verklaart de door hem ontwikkelde methode van ‘centering prayer’, het innerlijk of contemplatief gebed waar gesproken noch gebeden wordt. Volgens Keating is ‘stilte de efficiënte manier om toegang te krijgen tot het wezenlijke deel van onszelf waar God woont’.

Lucette Verboven en Thomas Keating: Wereld zonder einde. Oorspronkelijke titel: World Without End. Vertaling Jaap Slingerland. Kok, 183 blz. € 17,99

De geschiedenis van mijn leven is de autobiografie van de Algerijnse Fadhma Aïth Mansour Amrouche (1882-1967). Het sobere verhaal van een Kabylische vrouw, moeder van acht kinderen, onder wie de dichter en journalist Jean Amrouche en schrijfster en zangeres Taos Amrouche. Door de omstandigheden van Fadhma’s geboorte – onwettig en niet geaccepteerd door haar vader en de gemeenschap – trouwde ze jong en volgde haar man naar zijn geboortedorp. Op verzoek van haar zoon Jean (‘Moeder, je bent ons geheime wonder’) beloofde ze haar levensverhaal op te schrijven. Ze verzegelde de aantekeningen voor na haar dood. Het liep allemaal anders; Fadhma overleefde vijf van haar zonen en haar man. Haar dochter Taos heeft zich over de memoires ontfermd en die in 1967 uitgegeven.

Fadma Aïth Mansour Amrouche: De geschiedenis van mijn leven. Oorspronkelijke titel Histoire de ma vie. Uit het Frans vertaald door Hester Tollenaar. Maas, 278 blz. 19,95

In september 1914 kwam een miljoen Belgen, op de vlucht voor de Duitse legers, naar Nederland. De grootmoeder van Peter Frederiks was één van hen en zij kwam – haar dochters achterlatend bij haar moeder – terecht in vluchtoord-Uden. In De weg naar Parijs beschrijft Frederiks het bewogen leven van deze Maria Valckenaers (1891-1981?) die in Uden haar man ontmoette met wie zij een zoon kreeg die later sympathiseerde met het nationaal socialisme. Deze Ben kwam als stiefvader – zijn vader is jong overleden – in het leven van Frederiks die nu aan de hand van archief en (eigen) herinneringen de verhalen van drie generaties tot één geschiedenis heeft gesmeed.

Peter Frederiks: De weg naar Parijs. Boekscout, 168 blz. € 19,50