Woonbond verliest rechtszaak over inkomensafhankelijke huurverhoging

De huurdersvereniging had de zaak aangespannen omdat zij vindt dat verstrekking van inkomensverklaringen privacyregels schendt.

Foto Lex van Lieshout/ANP

Inkomensverklaringen verstrekken aan verhuurders voor de inkomensafhankelijke huurverhoging is niet in strijd met privacyregels en is daarom toegestaan. Dat heeft de rechtbank in Den Haag woensdag bepaald in een zaak die de Woonbond tegen onder meer de Staat en corporatiekoepel Aedes had aangespannen.

De huurdersvereniging had de zaak aangespannen nadat de Raad van State in 2016 had geoordeeld dat delen van deze inkomensgegevens illegaal is, omdat een wettelijke verplichting tot delen van deze informatie ontbrak. Toenmalig minister Blok (Wonen, VVD) liet hierop per 1 april 2016 de wet aanpassen waardoor belastinggegevens over inkomen wel verplicht gedeeld moesten worden. Desondanks spande de Woonbond een rechtszaak aan wegens privacyschending.

Volgens de huurdersvereniging behoren inkomensgegevens tot de Basisregistratie Inkomen en mag die informatie alleen gedeeld worden met overheidsorganen. Verhuurders vallen daar niet onder, aldus de Woonbond. Ook zouden verhuurders inkomensgegevens van hun huurders bewaren, terwijl het wettelijk verplicht is die gegevens te vernietigen.

De rechter stapt nu over die bezwaren heen. „De afgifte van inkomensverklaringen is niet in strijd met de door de Woonbond genoemde privacyregels”, staat in het vonnis. Ook stelt de rechtbank dat er sinds 1 april een wettelijke basis is voor het verstrekken van de gegevens. Voor die tijd kon de verhurende partij niet weten dat verstrekken van inkomensgegevens verboden was, schrijft de rechtbank, en dus kon de verhuurder deze gebruiken voor een inkomensafhankelijke huurverhoging.

De rechtbank heeft de collectieve claim van de Woonbond – een bedrag van 365 miljoen euro – niet ontvankelijk verklaard. Volgens het vonnis hadden huurders individueel de gang naar de bestuursrechter moeten maken in plaats van een gezamenlijke claim in te dienen.

Woordvoerder Marcel Trip van de huurdersvereniging noemt de uitspraak teleurstellend. „We hadden natuurlijk op een andere uitspraak gehoopt. Het leek ons logisch om na de uitspraak van de Raad van State collectief iets te regelen.”

De Woonbond heeft aangekondigd eerst de uitspraak te willen bestuderen, voor hij eventueel in beroep gaat. Aedes laat in een verklaring weten dat woningcorporaties altijd de wet hebben gevolgd en correct hebben gehandeld.

Scheefwoners

De inkomensafhankelijke huurverhoging werd in 2013 ingevoerd. Daardoor mochten huurprijzen voortaan niet alleen een keer per jaar op basis van inflatie worden verhoogd, maar ook op basis van een stijgend inkomen van de huurder. Om te bepalen hoeveel de huurprijs omhoog mag, kunnen verhuurders sindsdien inkomensgegevens van hun huurders bij de Belastingdienst opvragen.

Doel van de regeling was ‘goedkoop’ scheefwonen tegengaan. Dat is het fenomeen dat mensen met een te hoog inkomen in een sociale woning blijven. Door gebrekkige doorstroming zijn lange wachtlijsten ontstaan voor sociale huurwoningen.

Lees ook: Betaal jij te veel huur? Vijf vragen over scheefwonen

De Woonbond hoopte dat de rechterlijke uitspraak zou leiden tot afschaffing van de inkomensafhankelijke huurverhoging. Volgens de huurdersvereniging is het probleem dat de regeling moet tegengaan – scheefwonen – kleiner dan minister Blok destijds schetste.

„Wij denken dat er minder draagvlak zou zijn voor dit paardenmiddel als het probleem niet zo groot was gemaakt”, zegt Trip van de Woonbond. Hij wijst naar cijfers op Waarstaatjegemeente.nl, waaruit blijkt dat in 2015 slechts 13,5 procent van alle sociale huurders goedkoop scheefwoont. Blok stelde in 2016 nog dat het aandeel scheefwoners in de sociale sector 20 procent bedroeg. „Dat haalt de angel wel een beetje uit het probleem”, aldus Trip.

De Woonbond pleit voor andere oplossingen om scheefwoners te verleiden te verhuizen. De huurdersvereniging noemt het bovendien een groter probleem dat het percentage ‘dure’ scheefwoners – mensen die te veel huur betalen in verhouding tot hun inkomen – de laatste jaren is toegenomen. Dat aandeel is volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek gestegen van 9 procent in 2006 naar 28 procent in 2014. In 2015 bleef dat percentage gelijk.

Daarnaast stelt de Woonbond dat een recent rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving aantoont dat 28 procent van de middeninkomens niet in staat is een hogere huur dan het gereguleerde maximum van 710 euro per maand te betalen.

    • Sam de Voogt