Problemen voor zeevogels als tanker Sanchi ontploft

Milieuramp Oost-Chinese Zee

De tanker Sanchi kan elk moment ontploffen. Wat betekent het wanneer zo’n 1 miljoen vaten aardolie in de Oost-Chinese Zee stromen?

De Iraanse tanker Sanchi in de Oost-Chinese Zee foto afp

Vergelijkingen met de Exxon Valdez zijn al gemaakt: die gestrande olietanker zorgde in 1989 bij Alaska voor een van de grootste milieurampen ooit. Naar schatting stierven circa 580.000 zeevogels doordat ze met olie besmeurd raakten. Grote aantallen andere zeedieren raakten vergiftigd. Bij een eventuele ontploffing van de Iraanse tanker Sanchi in de Oost-Chinese Zee zou er nóg meer aardolie in zee kunnen komen: omgerekend zo’n 1 miljoen vaten.

Toch zal het effect op het zeeleven vermoedelijk meevallen, zegt Kees Camphuysen, marien bioloog bij het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee en expert op het gebied van olierampen. „Olie in zee is altijd slecht nieuws. De Exxon Valdez-ramp is alleen vergelijkbaar met de Sanchi in termen van tonnage. In 1989 ging het om ruwe aardolie. Dat type is veel dikker en zwaarder dan het lichte, kleurloze aardoliecondensaat van de Sanchi.”

Ruwe olie verdampt trager en verspreidt zich ook minder snel door de oceaan. Aardoliecondensaat is vluchtiger, wat betekent dat de giftige stoffen sneller in de atmosfeer terechtkomen. Maar daarmee is het probleem uiteraard niet weg.

Lees ook het nieuwsbericht: Iraanse olietanker botst met vrachtschip, tientallen vermisten

Camphuysen: „Vijfentwintig jaar geleden strandde er voor de kust van de Shetland-eilanden een tanker met licht aardoliecondensaat, vergelijkbaar met de Sanchi. De schapen hadden er toen meer last van dan het zeeleven: de olie uit de lucht sloeg neer op de weilanden, en de schapen raakten vergiftigd. De huidige tankerramp vindt 260 kilometer uit de kust plaats, waardoor de oliedampen al flink verdund zijn wanneer ze land bereiken.” Datzelfde geldt voor de giftige roetwolken: hoe meer olie er in rook opgaat, des te minder er in zee belandt. „In dat opzicht is de brand een voordeel”, stelt Camphuysen.

Nog een verschil tussen de Exxon Valdez-ramp en de Sanchi-ramp: de eerste vond plaats in de koude wateren voor de kust van Alaska, de tweede in de relatief warme Oost-Chinese Zee. Daardoor verspreidt de olie zich makkelijker en raken de concentraties dus verdund. Alleen de zwaarste componenten van het aardoliecondensaat klonteren samen tot teerballen: harde klonten die naar de zeebodem zinken, en geleidelijk worden afgebroken door bacteriën. Hoeveel effect die verdunde olie op het onderwaterleven heeft, is moeilijk te zeggen. Camphuysen: „De hele mariene voedselketen zal er wat van binnenkrijgen, maar hoe lager je in de keten komt, des te meer giswerk het wordt. De giftigste componenten zijn al verdampt, dus tot een massale vissterfte zal het niet leiden.”

Duidelijker is het effect aan het wateroppervlak: zolang het condensaat op het water drijft, kunnen zeevogels ‘lek’ raken. Camphuysen: „Door de olie plakken hun veren aan elkaar en kunnen ze niet meer goed drijven. Trekvogels als sterns ruiken en zien de olie al van verre en vliegen er met een grote boog omheen. Maar voor zwemmende vogels, zoals zeekoeten en alken, is de ontsnappingsreflex bij gevaar: onderduiken. Dat helpt natuurlijk niets, want zodra ze dan weer boven komen, belanden ze alsnog in de olie en raken ze direct lek. Zeevogels zijn wat dat betreft het kwetsbaarst.”

    • Gemma Venhuizen