Prijs voor beste cabaret op de schop

Cabaret

De Poelifinario, de belangrijkste prijs in het cabaret, wordt opgedeeld in aparte genres: voor amusement, kleinkunst en engagement.

Cabaretier Lebbis won de Poelifinario in 2011 en was blij met de spiegel: „Elke avond kijk ik erin en dat voelt goed.” Foto Roger Cremers

De toekenning van de Poelifinario, de prijs voor het beste cabaretprogramma van het jaar, wordt opgesplitst in drie prijzen. Er komen Poelifinario’s voor kleinkunst, entertainment en engagement.

Dat is de uitkomst van anderhalf jaar overleg van de cabaretsector over de door de VSCD (de vereniging van theaterdirecteuren) in 2003 ingestelde prijs, die de laatste jaren werd geplaagd door controverses. De naamgeving is nog onder voorbehoud. Mogelijk krijgen twee categorieën de namen ‘Bramie’ en ‘Kroet’: twee andere fictieve vogelsoorten uit de sketch van Toon Hermans over ‘de Ornitholoog’, waar ook de Poelifinario in voorkomt. Ook een geheel nieuwe naam wordt nog niet uitgesloten. Dat besluit neemt de VSCD pas later deze maand.

Volgens de VSCD doet de opsplitsing, die dit seizoen meteen ingaat, „meer recht aan het brede en zeer diverse aanbod van cabaret en cabaretiers”. De VSCD verwacht dat de nieuwe indeling „op meer draagvlak kan rekenen onder de cabaretiers” én dat „voor het publiek de waarde van de prijzen overzichtelijker” wordt. De prijs voor het grootste cabarettalent, de Neerlands Hoop, wordt niet gesplitst.

Lees ook: Poelifinario krijgt andere opzet na ophef weigeraars

Een adviescommissie heeft de criteria voor de drie categorieën vastgesteld. De Poelifinario kleinkunst is voor „een muzikaal cabaretprogramma dat voor minimaal vijftig procent uit liedjes bestaat. Daarbij gaat het om Nederlandstalige liedjes die zich inhoudelijk (literair) onderscheiden door vorm en woordgebruik.”

De Poelifinario entertainment is voor „een cabaretprogramma dat in hoofdzaak wil amuseren. Maatschappelijke thema’s, politieke beschouwingen en stellingname over de samenleving maken minder of geen deel uit van de voorstelling.”

De derde categorie, engagement, is voor „een cabaretvoorstelling gekenmerkt door persoonlijke en/of maatschappelijke betrokkenheid bij de samenleving. Door middel van een (eventueel persoonlijk) verhaal geeft de maker reflectie op maatschappelijke thema’s die het publiek aanspreekt en herkent.”

In 2015 lieten de genomineerde cabaretiers Micha Wertheim en Daniël Arends weten de prijs niet te willen ontvangen. Hun kritiek was aanleiding voor een breed onderzoek onder cabaretiers, impresariaten en theaters naar de ideale vorm en naam voor de prijs. In januari 2017 verscheen een ongepubliceerd gebleven rapport, waarin de sector het belang van een cabaretprijs onderschreef.

Imagoprobleem

Met de nieuwe indeling hoopt de VSCD een nieuwe start te maken en het probleem op te lossen dat toonaangevende cabaretiers niet meewerken aan de prijs. Tot de cabaretiers die niet genomineerd willen worden, behoren behalve Wertheim en Arends ook eerdere genomineerden als Ronald Goedemondt en Diederik van Vleuten.

Diederik van Vleuten liet vijf jaar geleden weten geen behoefte meer te hebben aan een nominatie. Hij had met Daar werd wat groots verricht „kleinkunstgeschiedenis” geschreven volgens de jury, maar de topfavoriet won niet. Het compliment was slechts een knipoog naar zijn geschiedkundige voorstelling. In 2013 stond Ronald Goedemondt volgens de jury „op de top van de cabaret-Olympus” met Binnen de lijntjes. Maar een jurylid dreigde na de eerste stemming op te stappen en vervolgens werd Wim Helsen tot winnaar gekozen.

Een ander pijnpunt is inmiddels wel ondervangen: het gebrek aan allure bij de uitreiking. Die vindt sinds 2016 plaats in theater Diligentia in Den Haag, tot veler tevredenheid. In 2015 bereikte de uitreiking nog een dieptepunt: André Manuel moest zijn prijs in ontvangst nemen in een Amsterdams café.

    • Ron Rijghard