Kritiek op onderzoek ‘politiemol’

Onderzoek rijksrecherche

Criminele buit van ‘politiemol’ Mark M. is maar deels getraceerd. Maandag begint de strafzaak.

In het onderzoek naar de van grootschalige corruptie verdachte politierechercheur Mark M. uit Weert heeft de rijksrecherche slechts voor een fractie zicht gekregen op de criminele verdiensten die de agent volgens schattingen van de politie heeft gemaakt met het jarenlang verkopen van vertrouwelijke politie-informatie. Binnen de politie valt veel kritiek te horen op de wijze waarop het corruptie-onderzoek in eigen kring afgelopen 2,5 jaar is uitgevoerd.

Na het stafrechtelijk financieel onderzoek zegt de rijksrecherche te hebben vastgesteld dat de ‘politiemol’ door zijn criminele activiteiten minimaal 77.283,84 euro verdiende. Dat is het verschil tussen de uitgaven en legale inkomsten van de verdachte in de laatste vier jaar. De conclusie staat in een proces-verbaal dat op 22 november 2017 is opgemaakt en waar deze krant over beschikt.

Het berekende bedrag is circa een tiende deel van de totale criminele omzet van Mark M. Op grond van digitaal forensisch onderzoek naar de computeractiviteiten van de verdachte en informatie van het Team Criminele Inlichtingen van de politie Zeeland-West Brabant gaat de rijksrecherche ervan uit dat de verdachte 764.000 euro ontving voor geheime politie-informatie. Mark M. zou 48 voorname leden van de Brabantse en Limburgse onderwereld jarenlang aan inlichtingen hebben geholpen. Ze zouden daarvoor eenmalig ‘abonnementsgeld’ van 5.000 euro hebben moeten betalen en een maandelijks bedrag van 1.000 euro, wat op 764.000 euro uitkomt.

Lees ook het achtergrondverhaal: De gangen van de politiemol zijn nog steeds ondoorgrondelijk

Te vroeg ingegrepen?

Volgens rechercheurs van de nationale politie heeft het er alle schijn van dat de rijksrecherche in het onderzoek naar Mark M. te vroeg ingreep. De aanhouding van M. en medeverdachten gebeurde binnen drie maanden nadat de eerste vermoedens rezen over een groot lek binnen het politie-apparaat. Langer observeren van verdachte personen zou volgens de critici meer voor de hand hebben gelegen. Mark M. is na zijn aanhouding door de toenmalige korpschef, wijlen Gerard Bouman „de rotste appel sinds tijden” genoemd.

Ter verdediging van het gevoerde opsporingsbeleid van politie en justitie in het onderzoek geldt dat het ook niet zonder risico was M. nog langer de kans te geven vertrouwelijke politie-informatie onder penose te verspreiden. Mensenlevens zouden gevaar hebben kunnen lopen.

Het onderzoek is verder bemoeilijkt doordat M. en medeverdachten voornamelijk geweigerd hebben op vragen van rijksrechercheurs antwoord te geven.

M. werd op 29 september 2015 aangehouden. Maandag begint bij de rechtbank in Den Bosch de inhoudelijke behandeling tegen M. en vier medeverdachten. M. stal uit zo’n honderd strafrechtelijke onderzoeken informatie.

    • Marcel Haenen