Hoe Japan zijn Nederlandse verleden herstelt

Nederland-Japan De Nederlandse handelspost van de VOC op het eilandje Dejima bij Nagasaki was eeuwenlang het enige contact tussen Japan en de westerse wereld. Hij wordt nu in oude glorie hersteld.

De ceremonie ter ere van de voltooiing van de nieuwe Omotemonbashi brug van Dejima in Nagasaki. Foto Robin Utrecht/ANP

De opening van een smal loopbruggetje diep in het zuiden van het land, duizend kilometer verwijderd van Tokio, oogt weinig relevant. Maar schijn bedriegt: dit bruggetje heeft zo’n symbolische betekenis dat prinses Laurentien, de Japanse prins en prinses Akishino, en een klein leger van Nederlandse en Japanse VIPs afgelopen november de reis naar Nagasaki maakten om het te openen.

Het is de nieuwe versie van een van de belangrijkste bruggen in de geschiedenis van Japan, de Omotemonbashi brug. Van 1641 tot 1859 verbond het de Nederlandse handelspost op het eilandje Dejima met de havenstad Nagasaki.

De gerenoveerde brug.
Foto Robin Utrecht/ANP
De ceremonie ter ere van de voltooiing van de nieuwe Omotemonbashi brug van Dejima in Nagasaki.
Foto Robin Utrecht/ANP
De openingsceremonie van de gerenoveerde brug.
Foto: Robin Utrecht/ANP

Toen de Nederlanders zich hier in 1641 gedwongen vestigden, had Japan net de Spanjaarden en Portugezen het land uitgeschopt. Hun evangeliseringsdrang was ze in het verkeerde keelgat geschoten. Alle westerse invloed, vooral het christelijke geloof, werd streng verboden. Als iemand gevonden werd met een Bijbel of kruis volgde doorgaans een afschuwelijke dood.

De protestante Nederlanders, vooral gezien als handelaars, mochten blijven. Maar ze moesten naar Dejima. Het eilandje was zo’n twee voetbalvelden groot en had een hoofdstraat met een groots gebouw voor het ‘opperhoofd’, zoals de VOC haar topbestuurders noemde, en enkele verblijven voor personeel en pakhuizen. Er waren tuinen, vee liep rond.

De regels waren streng. Nederlandse vrouwen en kinderen werden niet toegelaten, en de Nederlanders mochten in principe het eiland niet af. Hun contact was beperkt tot een klein groepje zorgvuldig geselecteerde Japanse handelaren, beambten, tolken en prostituees. Uitingen van het christelijk geloof waren verboden. De Nederlanders mochten aanvankelijk zelfs hun doden niet begraven, uit angst voor het christendom. Ze kregen een zeegraf voor de kust.

Een briefkaart van het eiland Dejima. Beeld: een briefkaart, gescand door Fraxinus2.

Brug naar westerse wereld

Door de Japanse isolatie werd de kleine stenen Omotemonbashi een brug naar de westerse wereld voor Japan. „In eerste instantie voor handel”, zegt Nederlands historicus Isabel Van Daalen. „Maar ook om geïnformeerd te worden over de situatie in de wereld.”

Die interesse werd door de jaren heen gerichter. „Men kreeg steeds meer belangstelling voor allerlei praktische en direct toepasbare kennis.” Westerse ontwikkelingen in onder meer geneeskunde, scheikunde en krijgskunde kwamen via de brug bij Japanse geleerden en leiders. Rangaku noemden ze het, Nederlandse studies.

Toen Japan in 1854 de deuren naar de buitenwereld opende kon het daardoor bouwen op een stevige basiskennis van westerse wetenschap. Van een geïsoleerd feodaal land met middeleeuwse technologie veranderde het binnen een halve eeuw in een moderne wereldmacht. In 1905 versloeg het zelfs de Europese grootmacht Rusland tijdens de Russisch-Japanse oorlog.

Ironisch genoeg werd de brug slachtoffer van de modernisering die hij zelf had ontketend. Meer dan een eeuw geleden groeide Nagasaki over Dejima heen de baai in. Omotemonbashi en het waaiervormige eilandje leken voor altijd verloren.

Een oude foto van het eiland Dejima.Foto: Basslé, M.H.

Er was niets van over

„Ik speelde er als kind. Het zag er uit als de rest van de stad”, zegt de 32-jarige Suzumu Terada. Zijn familie woont al drie generaties tegenover Dejima, maar Terada wist enkel dat het een historische plek was door „een of twee zinnen in mijn geschiedenisboek op school”. De brug had vrijwel voor de deur van zijn ouderlijk huis gelegen, maar er was niets van over. Dejima was vervlogen.

In 1951 besloot Nagasaki daar wat aan te doen. Dejima moest herbouwd worden. Gemakkelijker gezegd dan gedaan. Waar eens het eiland lag, stonden nu huizen en gebouwen in particulier bezit. De eigenaren gaven hun boedel niet zomaar op. Het duurde bijna een halve eeuw voordat de stad eindelijk aan de reconstructie kon beginnen.

In 2000 werden de eerste gereconstrueerde gebouwen geopend. Nu staan er zestien. Verscheidene fungeren als musea voor de geschiedenis van Dejima. Andere zijn ingericht alsof er nog iemand woont. In de woning van het opperhoofd staat zelfs een mooi gedekte tafel voor een kerstdiner. Bezoekers schieten er enthousiast selfies. Vooral de slaapkamers zijn een succes. „Oh wat schattig”, roepen Japanse vrouwen uit als ze een slaapkamer binnenlopen.

De ‘captain’s guest room’ in Dejima. Nagasaki. Foto: 663highland

Amerikaanse vloot

De reconstructie toont Dejima aan de vooravond van de revolutionaire metamorfose die Japan onderging nadat een Amerikaanse vloot in 1854 het land dwong de grenzen te openen. „We kozen voor de jaren twintig van de negentiende eeuw”, zegt Junji Mamitsuka, directeur van Dejima Restoration Office, „want er was veel documentatie uit deze periode. We hadden illustraties uit die tijd, en zelfs een maquette gemaakt in opdracht van Hendrik Doeff.” Opperhoofd Doeff woonde tussen 1799 en 1817 op het eiland.

„De kans was ook groot dat we de fundamenten van de gebouwen uit deze periode konden vinden in het archeologisch onderzoek dat vooraf zou gaan aan de reconstructie”, zegt Mamitsuka. Dit was belangrijk om de afmetingen te bevestigen.

Er waren verscheidene verrassingen. „Er stond een gebouw op een tekening waarvan we niet wisten wat het was. Toen we groeven, ontdekten we dat het een toilet was geweest.” Op een andere plek vonden ze grote hoeveelheden pijpen. „We stelden ons voor hoe de Nederlanders daar stonden te roken en te praten.”

De dag van de openingsceremonie ter ere van de voltooiing van de nieuwe Omotemonbashi brug van Dejima in Nagasaki.Foto Robin Utrecht/ANP

„De reconstructie hier was uniek omdat we zowel Japanse als Nederlandse documentatie gebruikten en dat combineerden met wat we vonden tijdens de opgravingen.” Er waren zelfs voorbeelden van de inrichting. „Heel kleurrijk. Heel anders dan in Japanse huizen”, zegt Mamitsuka.

„De reconstructie is mooi gedaan”, zegt historicus Van Daalen. „Je krijgt een goed idee van de oppervlakte, eigenlijk veel ruimer dan ik me had voorgesteld.” Maar, voegt ze toe, „op sommige punten blijft het natuurlijk gissen hoe het echt was”.

Het verhaal is verre van compleet. „Japanse beambten, tolken en prostituees waren de enigen die op het eiland werden toegelaten, maar de stem van de vrouwen is volledig verloren gegaan”, zegt Brian Burke-Gaffney. De Canadees is hoogleraar culturele geschiedenis in Nagasaki.

Hij noemt Doeff als voorbeeld. „Hij had een Japanse zoon en vrouw die hij hier achterliet. Hij noemt hen totaal niet in zijn memoires.” Dat de rol van vrouwen verzwegen wordt in de officiële geschiedenis is een grote tekortkoming vindt de hoogleraar. „De relaties met Japanse vrouwen was een van de redenen dat de Nederlanders de ontberingen konden verdragen. Maar we hebben slechts de helft van het verhaal.”

Een plattegrond van Nagasaki. Beeld: Nationaal Archief

Het leek een gevangenis

Studio NRC

Dat geldt ook voor de beruchte regels. Officieel waren die zeer streng, maar achter de schermen bleek veel mogelijk. „Er was veel meer onderling contact en verstrengeling van belangen dan de Japanse autoriteiten wilden”, zegt historicus Van Daalen.

Op het eerste gezicht leek Dejima een gevangenis. Zo schreef Johan Frederik van Overmeer Fisscher die tussen 1820 en 1829 op Dejima verbleef. „Wanneer men, na die eerste drukte op het eilandje Decima aangeland, des avonds de poorten ziet sluiten, en in dit klein bestek, onder die nauwgezette bepalingen, zijne vrijheid geheel verloren ziet, is het voor een pas aankomende schier onbegrijpelijk, hoe het mogelijk zijn kan, zich jaren lang dit leven te getroosten.”

De relaties met Japanse vrouwen was een van de redenen dat de Nederlanders de ontberingen konden verdragen. Maar we hebben slechts de helft van het verhaal.

Maar het viel enorm mee, ontdekte hij. Ten minste twee keer per maand trokken ze de omgeving in. De Japanners hadden inmiddels aan de andere kant van de baai een Nederlandse begraafplaats opgezet waar zelfs grafstenen werden toegelaten. In 1778 zowaar een met een klein kruisje erop.

Vele opperhoofden hadden hun „genoegelijkste dagen” op Dejima schreef Van Overmeer Fisscher. Volgens hoogleraar Burke-Gaffney speelden Japanse vrouwen een belangrijke rol in die goede herinneringen. De mythe van de Japanse vrouw die haar buitenlandse man verwende waarna hij haar in de steek liet, werd hier geboren. „Dejima was het prototype voor het verhaal van Madama Butterfly”, zegt de hoogleraar.

Dat de ontberingen meevielen komt tot uiting in een belangrijke statistiek. „Meer dan 200 jaar”, zegt Burke-Gaffney, „was er geen enkele vorm van geweld.”