Column

Hoe de jacht op ‘groen goud’ een ramp werd

Zap De documentaire Green Gold laat zien dat de wetten van het mondiale kapitalisme niets of niemand ontzien, ook als er milieudoelen worden nagestreefd.

2Doc: Green Gold (KRO-NCRV)

Het leek een geweldig idee, begin deze eeuw. De hoeveelheid biobrandstof in benzine geleidelijk verhogen, zodat de CO2 die door het verkeer wordt uitgestoten, weer kan worden opgenomen door het koolzaad, de soja en de palmen op de akkers. Uit die gewassen wordt dan weer olie gewonnen om nieuwe brandstof te maken. Een perfecte kringloop.

Wie het bovenstaande nog gelooft, is dinsdagavond niet opgebleven voor Green Gold (KRO-NCRV), van de Waalse documentairemaker Sergio Ghizzardi. In anderhalf uur liet hij precies zien hoe de jacht op ‘groen goud’ op een ramp uitdraaide nadat beleidsmakers vol goede bedoelingen de handen ineen sloegen met het bedrijfsleven. Symboolbeeld: Frans Timmermans die in 2008 blij het glas heft op de vestiging van een reusachtige bioraffinaderij in Rotterdam.

Ghizzardi verlegt de blik al snel naar het buitenland, waar pijnlijk duidelijk wordt dat óók als er milieudoelen worden nagestreefd, de wetten van het mondiale kapitalisme niets of niemand ontzien.

In het noorden van Argentinië worden kleine boeren van hun land gejaagd door ondernemers die soja willen verbouwen. Een boer toont het graf van zijn broer, die is vermoord omdat hij de sojagiganten dwars zat. Niet dat het inrichten van megaplantages veel zin heeft: „Deze grond is niet vruchtbaar. Na drie jaar soja verbouwen kun je er twintig jaar niets mee doen.” Een wetenschapper van de universiteit van Rosario legt uit dat het gebruik van pesticiden in 17 jaar is vertwintigvoudigd, wat niet goed is voor de Argentijnse aarde. Of voor de mensen die weleens over die aarde rondlopen.

In Indonesië zijn grote stukken tropisch woud platgebrand om palmolie te verbouwen, de goedkoopste grondstof voor biobrandstof. De lokale bevolking markeerde zijn land traditioneel met totempalen, maar die brandden even hard als het bos – en dus hadden kleine boeren geen poot om op te staan. In België wordt steeds meer koolzaad verbouwd. Het levert prachtige plaatjes op van felgele velden, waarin de betrokken boeren vertellen dat ze de concurrentie met de goedkope Indonesische palmolie niet aan kunnen.

Dan zijn er de gevolgen op de voedselmarkt. Want grond die gebruikt wordt door de brandstofindustrie, daar kan geen voedsel meer op worden verbouwd. Dus stijgen de prijzen – wat vooral het armste deel van de wereldbevolking hard treft. „Zij betalen de prijs voor de reductie van onze CO2-uitstoot”, zegt een van de academici in Green Gold mismoedig.

Ghizzardi laat met zijn pijnlijke film zien hoe hard we bij de productie van gewassen voor biobrandstof op ecologische en morele grenzen zijn gestuit. En hoe moeilijk het blijkt om de zaak te herstellen. Al na een paar jaar raakten veel politici overtuigd van de problemen. Maar inmiddels waren de tegenkrachten enorm. De biobrandstofindustrie heeft 120 lobbyisten in Brussel rondlopen.

Het laatste deel van Green Gold gaat over het zoeken naar nieuwe biobrandstoffen, maar het kost moeite om daar nog optimisme bij te voelen. Er wordt veel gedaan met brandstof winnen uit afval (zoals gebruikt frituurvet). Intussen gaat de aandacht steeds meer uit naar elektrisch rijden. Al zou alleen niet (of minder) echt helpen.

Green Gold is een belangrijke film om wat erin wordt verteld over onze energiehuishouding, maar vooral omdat het haarfijn laat zien hoe goede bedoelingen aangelengd met kortzichtigheid in een paar jaar leiden tot een situatie met alleen maar verliezers kent. Op een klein groepje bedrijven na.