Een ouderwetse opera voor nu

Opera Opera2day zet de tanden in Ambroise Thomas’ nog maar weinig gespeelde ‘Hamlet’: ‘Grand opéra’, nu zonder ballet, maar met film en de muzikale vrijheid van 150 jaar geleden.

Hamlet, Opera2Day. Foto Ben van Duin

Componist Emmanuel Chabrier zei het zo: „Je hebt goede muziek, slechte muziek, en dan heb je Ambroise Thomas.” Om over diens opera Hamlet (1868), in z’n tijd een geliefd repertoirestuk, maar te zwijgen. Een Britse criticus, vrij naar Shakespeare, omschreef het recentelijk zo: „There’s something rotten in the state of Denmark. En nu weten we wat het is.”

Dirigent Hernán Schvartzman en regisseur Serge van Veggel, drijvende krachten achter het Haagse operagezelschap Opera2day, halen er de schouders over op. Schvartzman: „Het probleem met Ambroise Thomas is dat de stijl van zijn werk in zijn eigen tijd soms al ‘ouderwets’ werd gevonden. Zijn muzikale taal ís ook relatief traditioneel. Maar in die taal was Thomas wel een echte grootmeester.”

Regisseur Serge van Veggel: „Hamlet is hier in ‘Théâtre Français’ in Den Haag tussen 1872 en 1919 153 keer met succes gespeeld. Dat is heus niet voor niets. Die ooit zo bloeiende Franse cultuur in Nederland is nu vergeten, maar wij zien onszelf wel als de erfgenamen van die traditie.”

Badkuip

Opera2day repeteert in het voormalig ministerie van Defensie, een groot gebouw met brede gangen, typisch ruikende donkerblauwe vloerbedekking en veel ruimte. In het repetitielokaal staat een maquette van hoe Hamlet – mét monoloog ‘Être ou ne pas être’ maar verder behoorlijk vrij naar Shakespeare – er straks uit komt te zien.

„Hier komt de badkuip waarin Ophélie na haar waanzinsscène haar ader doorsnijdt en sterft”, wijst regisseur Van Veggel, schuivend met een Lego-steentje. „Op het podium is dat een desolaat einde. Maar met filmbeelden tonen we een ander perspectief op haar einde: poëtisch en bloemrijk, net als de muziek.”

In de vorige productie, Dr. Miracle’s last illusion, verbond Opera2day losse operafragmenten met de sfeer van het Parijse variété uit het fin de siècle. Dit jaar wordt Thomas’ ‘grand opéra’ toegankelijk gemaakt met ‘film noir’-beelden die de binnenwereld van de personages, met name Hamlet zelf, inzichtelijk maken. We zien bariton Quirijn de Lang (Hamlet) door een verlaten watertoren dwalen, de geestverschijning van zijn vader (acteur Joop Keesmaat) in zijn kielzog. Maar tonen die beelden wat echt is gebeurd? Of speelt alles zich in Hamlets hoofd af?

„Die vraag laten we onbeantwoord”, zegt regisseur Van Veggel. „En we hebben ook alle clues over de voorgeschiedenis – de moord op Hamlets vader door de nieuwe koning, Claudius – expres weggehaald. Daardoor zijn de vragen die Hamlet plagen ook de vragen van het publiek geworden.”

Grand Opéra

Hamlet duurt in de oorspronkelijke versie 3,5 uur. Opera2Day bekortte de partituur tot twee uur. De balletmuziek is geschrapt, samen met de nodige „eindeloos uitgesponnen, echte grand opéra-momenten waarvan ik niet verwacht dat iemand ze zal missen”, aldus bariton Quirijn de Lang.

In Nederland is échte ‘grand opéra’ (grootschalige en langdurige, negentiende-eeuwse Franse opera, gebaseerd op een historisch onderwerp met veel toneeleffecten, virtuoze solorollen en balletmuziek) sowieso maar zeer zelden te zien. Bij De Nationale Opera gingen de afgelopen tien jaar La Juive van componist Fromental Halévy en Berlioz’ in zekere zin ook nog als grand opéra te boekstaven Les Troyens – maar dat waren uitzonderingen.

De bekorte Hamlet van Opera2day is meer naar de geest dan naar de letter nog ‘grand’. Het aantal musici is ingekrompen naar vijftien – plus negen in de ‘banda’ , een fanfare waarvoor in elke stad waar de opera te zien is enthousiast wordt samengewerkt met locale amateurmusici. Ook het koor is geschrapt: die passages worden gezongen door de twaalf solisten samen – een ingreep die ook „het incestueuze karakter van het Deense hof versterkt”, aldus regisseur Van Veggel.

Van Veggel gelooft in het nut van de bekorting c.q. bewerking, zegt hij. De meest recente opvoering van Hamlet die in de Benelux was te zien (Brusselse Muntopera, 2013) onderstreepte zijn punt: niet de grootse gebaren of de theatrale extra’s overtuigden daar het sterkst, maar de intieme, muziekdramatisch fijn-getekende scènes: Ophelia’s waanzinsscène, Hamlets existentiële vertwijfeling.

Regisseur Van Veggel: „De vraag die wij ons moeten stellen is welke grand opéra’s het theatraal en muzikaal verdienen nu nog te worden opgevoerd. De volgende vraag is dan hoe je zo’n stuk uitbeent tot overtuigend muziektheater voor het publiek van nu. Juist bij Hamlet ging dat heel goed. Deze opera is onder alle oorspronkelijke grootschaligheid in wezen intiem: een psychodrama met grotendeels maar twee of drie mensen op het toneel. Die essentie blijft, ook met minder middelen, uitstekend overeind.”

Dicht op de huid

Een doorloop van een sleutelscène tussen Hamlet en zijn moeder weerspiegelt Van Veggels nadruk op de psychologie van zijn personages. Was Hamlets moeder betrokken bij de moord op zijn vader? Bariton Quirijn de Lang onthult met donderstem zijn boze vermoedens, maar moeder Gertrude (sopraan Martina Prins) aarzelt – en zijgt dan neer in een smeekbede om vergiffenis.

Van Veggel, zacht maar eisend: „Wees eerst trots en groot! Dan komt het feit dat je daarna zomaar opeens knakt en gaat smeken, eens te meer als een schok voor Hamlet.”

Martina Prins: „Maar het voelt raar eerst de dwingende, dan opeens de smekende partij te zijn.”

Van Veggel: „Waarom? Je eist zijn vergeving. Dat is ook dwingend.”

In de volgende doorloop voegt Gertrude van waanzin glanzende ogen toe aan haar expressie en grappig: dat werkt direct. Wat je hoort? Twee fikse stemmen en een elektrisch pianootje. Wat je ervaart: grand opéra.

„Voor een bariton is deze rol een buitenkans”, zegt Quirijn de Lang. „Hamlet is zo’n opera die wordt geprogrammeerd als operahuizen een bariton hebben waar ze heel veel van houden. Anders gezegd: men moet het je gunnen. Maar áls je dan mag, is het ook wel echt geweldig. En ik vind de manier waarop Opera2day een stuk als dit probeert te vernieuwen ook heel aantrekkelijk. De filmbeelden die we afgelopen zomer al hebben geschoten voegen een wezenlijke laag toe. Het resultaat is opera op een heel directe, theatrale manier. Dicht op de huid van de toeschouwer.”

Foto Ben van Duin

Rauw-melkse camembert

Dirigent Hernán Schvartzman moet zich nu nog behelpen met één pianist, maar straks heeft hij het New European Ensemble voor zich, waarvan de kwaliteit in hoge mate bijdroeg aan het succes van de vorige productie, Dr. Miracle.

Schvartzman: „Alle musici met wie we werken hebben solistische én orkestrale ervaring, en de arrangementen doen ook een beroep op die beide kanten. Maar het belangrijkste element is voor mij het streven naar authenticiteit. Voor barokmuziek en ouder is de authentieke uitvoeringspraktijk gemeengoed geworden, maar voor muziek van één, anderhalve eeuw geleden is dat absoluut niet zo.”

Hij was dus opgewonden toen bleek dat er in het Nederlands Muziek Archief in Den Haag nog 600 dozen met orkestpartijen van het oorspronkelijke Theatre Français bleken te staan, vertelt Schvartzman. „Daar heb ik uiteraard naar gekeken, maar wat ik vond leverde geen levensveranderende inzichten op.” Lachend: „Opvallend was wel dat de orkestpartijen vol stonden met handgetekende karikaturen. Blijkbaar vonden sommige musici de muziek toen ook al te lang duren.”

Schvartzman moest dus dieper graven – en dook in oude geluidsopnames. „De oudste overgeleverde uitvoering van Hamlet is uit 1905”, vertelt hij. „Maar we hebben ook een opname van Nelly Melba, die Thomas zelf ooit omschreef als de ‘Ophelie van zijn dromen’. Als je naar haar luistert, zit je dus heel dichtbij het origineel.”

In de kleedkamer zet Hernan die opname op. „Hoor je? Melba zingt heel persoonlijk en vrij, in onze oren vervreemdend wars van een vast, volgbaar ritme”, reageert hij. „Probeer maar eens mee te dirigeren: dat is onmogelijk.” Daarbij benut Melba het borstregister van haar stem, dat wij nu ‘lelijk’ zouden vinden, en klinken er rare theatrale snikjes die de waanzin van Ophelia moeten uitdrukken.

Schvartzman: „Destijds werd opgenomen met één microfoon. Als experiment hebben we met het New European Ensemble en sopraan Lucie Chartin (Ophélie) haar beruchte waanzinsscène ook op die ‘ouderwetse’ manier geprobeerd op te nemen. In eerste instantie klonk het naar niks, maar we zijn net zo lang doorgegaan tot het wél klonk. Het geheim? Méér individuele expressie, meer legato, meer van de tel af spelen, meer portamenti (glijnoten) en een zanglijn die zich onafhankelijk van de begeleiding mocht bewegen. Het was enorm wennen, voor iedereen. Zangers zeggen vaak: je vraagt me zo te zingen als ik zong toen ik net begon. En dat is waar, in zekere zin wil je die vrije, ongekunstelde spontaniteit hervinden. De expressie die daaruit voortkomt is uiteindelijk veel rijker, theatraler, meer ‘vertellend’. Alsof je rauw-melkse camembert proeft na Babybel.”

Hamlet is te zien van 17/1 t/m 11/4 in theaters door het hele land. Inl: opera2day.nl
    • Mischa Spel