Een granaat in het portiek

Deze rubriek belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week: wat vertel je en wat mag je voor je houden?

Foto iStock

Moet een makelaar vóór het tekenen van het huurcontract de nieuwe bewoners van een bovenwoning vertellen dat zes maanden eerder een handgranaat in hun portiek is ontploft? En dat de buurt veel overlast heeft van de bovenburen, een familie waarvan een zoon bovendien een belendende woning huurt? En dat er eerder ‘geweldsdelicten’ plaatsvonden, die met dit gezin in verband zijn gebracht? En dat de woning vrijkwam omdat de eerdere bewoner, een dochter van dit gezin, vijf maanden tevoren voor de woning is neergeschoten? En dat inmiddels twee gezinsleden zijn gearresteerd?

De nieuwe huurders vinden van wel: zij zegden het contract geschrokken op en vorderen de vooruitbetaalde huurtermijnen terug. De eigenaar vindt echter dat het om geïsoleerde incidenten gaat. Er was bovendien veel persaandacht geweest. De kantonrechter vindt dat van woningzoekers niet verwacht kan worden dat ze de kranten spellen op dergelijke informatie. De huurders zeiden wel met Google te hebben gezocht, zonder dat deze informatie bovenkwam. De kantonrechter stelt vast dat als de huurders er wel van hadden geweten, ze het contract niet waren aangegaan. Dat is daarom niet rechtsgeldig tot stand gekomen. Ze mochten het dus buiten de rechter om ontbinden. De verhuurder moet terugbetalen.

Uitspraak op rechtspraak.nl ECLI:NL:RBAMS:2017:9028

    • Folkert Jensma