Dichtdraaien van de kraan drijft de olieprijs op

Olieprijs

In drie jaar tijd kostte een vat ruwe olie niet zo veel als nu. Moeten we ons weer opmaken voor tijden waarbij een normaal prijsniveau boven de 100 dollar ligt?

Zeker sinds het beperken van de olieproductie in het najaar van 2017 is de prijs van een vat olie flink gestegen. Een vat kost nu bijna twee keer zo veel als op het laagste punt twee jaar geleden. De grote vraag is op de opmars doorzet tot prijzen van rond de 100 dollar per vat. Grafiek en illustratie NRC Studio

Een ruime verdubbeling van de prijs ten opzichte van het dieptepunt twee jaar geleden. En de helft duurder dan afgelopen zomer. Olie is aan een serieuze opmars bezig. In drie jaar tijd is een vat Brent (Noordzee-olie) – woensdag zelfs even meer dan 69,30 dollar – niet zo prijzig geweest.

Slaat de prijs weer op hol zoals we dat in een lange periode tot de zomer van 2014 zagen? En moeten we ons dus opmaken voor een ‘normaal’ prijsniveau van boven de 100 dollar? Zo ver is het zeker nog niet, maar de stabiele opmars heeft natuurlijk wel zijn redenen.

Allereerst speelde het dichtdraaien van de kraan een grote rol. Eind november besloten de olieproducerende landen aangesloten bij de OPEC hun productie te blijven beperken en ook Rusland, geen OPEC-lid, heeft zich hierbij aangesloten. En tegelijk met een lager aanbod – 1,8 miljoen vaten per dag minder op een OPEC-totaal van 31 miljoen – blijft de vraag naar olie stijgen. Met name door de grotere vraag in Azië (India, China) stijgt de vraag met zo’n 1,7 miljoen vaten. Die effecten doen wel iets met de prijs. Zeker nu de voorraden lang niet meer zo groot zijn als een jaar geleden. Ook voor de langere termijn lijken de olieproducenten goed te zitten. Eind vorig jaar waarschuwde het Internationale Energie Agentschap (IEA) zelfs voor krapte op de oliemarkt, in het volgende decennium.

„Niet zo raar, want door het jarenlang ontbreken van investeringen in de olie-industrie zie je dat de hoeveelheid winbare olie elk jaar met 5 procent afneemt, zonder dat er nieuwe velden bijkomen”, zegt energie-analist Hans van Cleef van ABN Amro. Het gebrek aan investeringen kwam de afgelopen drie jaar zeker door de lage prijs, maar ook het vinden van financiers van grote projecten begint voor de olie-industrie steeds meer een probleem te worden. Ook de financiële industrie voelt de druk van beleggers om te vergroenen.

Wat op de kortere termijn nog een rol kan spelen, zijn – weinig verrassend – de politieke spanningen in het Midden-Oosten. Met name de relatie tussen Iran en Saoedi-Arabië heeft grote invloed op de olieprijs. „En als de relatie tussen de VS en Iran slechter wordt, kan dat ook zijn gevolgen hebben. Bijvoorbeeld als Iran door boycotmaatregelen zijn afzet moet terugschroeven”, zegt Van Cleef.

Allemaal afwegingen die zomaar richting een verdere prijsstijging kunnen leiden. Zeker gezien de aanhoudende mondiale economische groei. Voor 2018 gaat Van Cleef uit van een stijging van de olieprijs tot 75 dollar per vat. Die prijs steekt dan nog altijd bescheiden af ten opzichte van tien jaar geleden. In 2008 ging aan het einde van een periode van wereldwijde groei een vat Brent voor meer dan 144 dollar over de toonbank.

Anders dan toen speelt de Amerikaanse oliemarkt inmiddels een serieuze rol in het bepalen van de olieprijs. De winning van schalie-olie lijkt een dempende invloed te hebben op de prijs. Als de olieprijs maar hoog genoeg is, wordt investeren in schalie-olie snel aantrekkelijk. Voor dit jaar wordt op een Amerikaanse productie van bijna 10 miljoen vaten per dag gerekend. Tegen 8,8 miljoen in 2016.

Die groei in schalie-olie zet de voorgenomen productiebeperking van de OPEC – met 1,8 miljoen vaten – in een heel ander daglicht.

    • Erik van der Walle