Schaak-wonderkind Hou Yifan: „Het verschil is dat mannen gemiddeld veel sterker zijn.”

Foto Thomas Delley/EPA

‘Bij de mannen overleef je een slechte stelling niet zo snel’

Hou Yifan

Schaakster Hou Yifan (23) is de enige vrouw in de top-100. Een Chinees wonderkind dat talloze records breekt, maar ook wil werken aan een betere maatschappij.

Wanneer ze vertelt over haar plannen en dromen praat ze snel, gejaagd zelfs. Alsof ze geen tijd mag verliezen. Hou Yifan is 23 en kan al terugkijken op een rijke schaakcarrière. Ze was een wonderkind, brak het ene record na het andere en werd op haar zestiende de jongste wereldkampioene ooit. Maar altijd was ze nieuwsgierig naar meer, wilde niet alleen maar schaakster zijn. Daarom ging ze internationale betrekkingen studeren in Beijing, waar ze uitmuntende cijfers haalde zonder dat haar schaakambities eronder leden. Ze staat nu 64ste op de wereldranglijst, de enige vrouw in de top-100, en wordt uitgenodigd voor de belangrijkste krachtmetingen, zoals het Tata Steel Chess Tournament, dat zaterdag begint.

Maar vlak voor het toernooi in Wijk aan Zee nam haar leven een nieuwe wending. Ze veroverde in december een ‘Rhodes scholarship’, een uiterst prestigieuze internationale studiebeurs in Oxford. Daardoor was ze de afgelopen weken meer bezig met het schrijven van aanvragen voor een postdoctorale studie dan met de bereiding op ‘Wijk aan Zee’.

Dat een studie flinke gevolgen zal hebben voor haar schaken begrijpt ze, maar ze hoopt dat het een het ander niet uitsluit. „Ik heb mezelf geen enkele beperking opgelegd voor mijn toekomst. Het zou mooi zijn als het werk dat ik ooit hoop te doen verband houdt met schaken, maar het moet in elk geval internationaal zijn en idealiter te maken hebben met educatie.”

Ook diplomatie en global governance spreken haar aan, zolang ze maar iets kan doen met haar maatschappelijke betrokkenheid. „Ik zou graag meebouwen aan een betere maatschappij. Mensen helpen in onontwikkelde delen van de wereld. Dankzij het schaken heb ik veel kunnen reizen en me kunnen ontwikkelen. Met die ervaring denk ik iets anders bij te kunnen dragen dan studenten die hun kennis alleen uit boeken hebben.”

Schaken sinds haar vijfde

De wens om zoveel mogelijk uit het leven te halen had ze altijd. Haar palmares wekt niet de indruk dat ze veel tijd gemorst heeft. Ze leerde schaken toen ze vijf was. Niet het Chinese schaak, Xiangqi, waarvan ze alleen nog maar de regels kent, maar het westerse schaak. „Samen met mijn vader was ik in een winkel waar ze materiaal verkochten voor denksporten. Tussen de boeken en tijdschriften stond een kleurig schaakspel en meteen werd ik enorm aangetrokken door de mooie vormen.”

Een half jaar later speelde ze haar eerste wedstrijd, een jaar later was ze nationaal kampioen in haar leeftijdscategorie.

Terugkijkend is ze het meest trots op de prestatie die ze leverde toen ze elf was. „Kort na elkaar waren er twee kwalificatietoernooien. Eén om het Chinese vrouwenteam aan te wijzen voor het WK teams in Israël, en één voor het individuele vrouwen-WK. Ik kwalificeerde me niet alleen, maar won beide toernooien. Dat was bijzonder. Maar op het WK in Israël bleek ik nog te onervaren. Ik speelde drie partijen tegen grootmeesters en verloor ze alle drie.”

Dat ze als 16-jarige wereldkampioen werd was voor haar niet echt bijzonder. „Het lag in de lijn van de verwachtingen. Ik wist dat ik het kon. Natuurlijk was ik er ook blij mee. Je laat zien dat je een doel kunt bereiken, dat je met druk om kan gaan. Maar echt moeilijk was het niet.” Dan, alsof ze dit iets te zelfverzekerd vindt klinken, voegt ze eraan toe: „Maar je weet het nooit honderd procent zeker. Er zijn veel spelers waarvan ze ooit dachten dat ze wel wereldkampioen konden worden en om de een of andere reden is het nooit gebeurd. Ze misten hun kans. Ik heb die kans niet gemist.”

Twee keer was ze de wereldtitel kort kwijt, toen het WK als een groot knock-outtoernooi werd gehouden, maar beide keren heroverde ze de titel overtuigend in een match. In 2016 maakte ze bekend dat ze haar titel niet meer wilde verdedigen, omdat de FIDE het WK-systeem niet wilde veranderen. Een systeem dat haar weinig uitdaging bood en bovendien veel tijd kostte. „Als je steeds zoveel beter bent dan de anderen heeft het geen zin om zo’n lang kwalificatieproces te doorlopen. Ik was ook aan het studeren en wilde liever laten zien dat ik me in algemene toernooien kon meten met de beste spelers.”

Vrouwelijke tegenstanders

Ze kijkt redelijk tevreden terug op het afgelopen jaar. Hoogtepunt was haar eerste plaats in Biel, waar ze in een veld van verder louter mannen klinkende namen achter zich liet. Maar nog meer aandacht trok wat haar overkwam in Gibraltar, in een toernooi met een paar honderd deelnemers waar een computer elke dag de paringen bepaalde. Alsof de duvel ermee speelde werd Hou Yifan in zeven van de eerste negen rondes gepaard aan een vrouwelijke tegenstander. Toen dat in de tiende en laatste ronde weer gebeurde, was ze zo van haar stuk dat ze met een paar onzinnige zetten de partij weggaf. „Dat had ik natuurlijk niet moeten doen, dat betreur ik. Maar anderzijds vind ik het nog steeds vreemd wat er gebeurde.”

De rel in Gibraltar leidde later in het jaar tot de nodige hilariteit, toen de Chinese in de eerste zes ronden van een open toernooi op Isle of Man opnieuw steevast een vrouwelijke tegenstander kreeg. Ze kan er nu om lachen. „Natuurlijk gaf het me negatieve gevoelens. Statistisch is het erg onwaarschijnlijk dat dit gebeurt. Maar ik ging er nu beter mee om en nam een rustdag. En probeerde me te concentreren op mijn schaken.”

In Wijk aan Zee weet ze in ieder geval dat al haar dertien tegenstanders mannen zullen zijn. Ze lacht even, maar plaatst meteen een correctie: „Het is zeker niet zo dat ik niet tegen vrouwen wil spelen. Dat is niet zo.” Is het anders om tegen een man te spelen? „Het verschil is dat ze gemiddeld veel sterker zijn. En het is niet waarschijnlijk dat je een slechte stelling overleeft. Terwijl je in een vrouwentoernooi, ook als je een slechte opening hebt, bijna altijd kunt terugvechten. Ik hoop dat die verschillen kleiner zullen worden.”

Gezien de drukte van de afgelopen weken en haar gebrekkige voorbereiding weet ze niet goed wat ze kan verwachten. „Ik hoop dat ik interessant spel laat zien en dat ik geen partijen heb waarvoor ik me moet schamen. Mijn voorbereiding is natuurlijk niet ideaal, maar dat wil niet zeggen dat ik er geen vertrouwen in heb. Ik wil progressie laten zien.”

Ze zal ook nadenken over haar toekomst. „Als ik in Oxford ga studeren, zal ik nog wel blijven schaken, maar veel minder. Toch zal ik mijn schaakniveau willen behouden. Om te zien hoe ik het kan balanceren, hoe ik het allebei kan doen. Ik ben niet van plan te stoppen.”

    • Dirk Jan ten Geuzendam