Moet het tbs-systeem op de schop?

Manifest advocaten Beleidsmakers willen strengere regels voor tbs’ers, maar dat werkt niet, zeggen advocaten. Het vergroot juist het risico op recidive.

Gang met kamerdeuren in een tbs-kliniek. Foto Lex van Lieshout / ANP.

Minder invloed van de politiek en meer van rechters: dat is wat advocaten van tbs’ers willen. In een woensdag gepubliceerd manifest, gericht aan de Tweede Kamer en het verantwoordelijke ministerie van Justitie en Veiligheid, roepen ze op tot verbetering van het stelsel dat aan een stoornis leidende daders van misdrijven behandelt. Bijvoorbeeld door een einde te maken aan wat ze „incidentenpolitiek” noemen: politici die na incidenten met tbs’ers, of mensen die juist geen tbs kregen, oproepen tot strengere regels.

Lees ook dit opinie-artikel van twee tbs-advocaten: Tbs met einddatum zorgt voor minder tbs-weigeraars

Dat gebeurde bijvoorbeeld in het najaar. Toen bleek dat Michael P., de moordenaar van Anne Faber, in 2011 geen tbs kreeg voor twee verkrachtingen omdat hij weigerde mee te werken aan een psychisch onderzoek. Tbs-weigeraars moesten gemakkelijker alsnog tbs krijgen, vond een Kamermeerderheid. De Kamer steunde een oproep van PvdA en VVD aan minister Sander Dekker (VVD, Rechtsbescherming) om te onderzoeken of en hoe rechters aan tbs-weigeraars alsnog tbs kunnen opleggen.

Woensdag werd duidelijk dat verdachte Michael P. de moord op Anne Faber uitgebreid heeft bekend.

Waarom schrijven de advocaten dit manifest?

Aanleiding is het plan van PvdA en VVD. Behalve hun oproep aan Dekker stellen ze voor om gevangenen na twee jaar celstraf alsnog tbs te kunnen geven. In die twee jaar zou een gevangene genoeg geobserveerd kunnen worden om te concluderen of tbs alsnog nodig is. Nu zijn rechters terughoudend met het opleggen van tbs als onderzoek over de psychische gesteldheid van een verdachte ontbreekt. Verdachten kunnen medewerking aan zo’n onderzoek weigeren – niemand hoeft mee te werken aan zijn eigen veroordeling. Ongeveer een derde van de tbs-weigeraars krijgt alsnog tbs opgelegd door de rechter, bijvoorbeeld op basis van andere rapporten of eerdere veroordelingen. Maar gevangenispersoneel is niet gekwalificeerd om zulke rapporten te schrijven, vinden de advocaten. Bovendien, schrijven zij, kunnen gevangenen nu al extra psychische hulp, waaronder tbs, krijgen. De wet schrijft dat wie een „gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens” laat zien, alsnog naar een tbs-kliniek doorgestuurd kan worden. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij de in 2015 overleden, tot levenslang veroordeelde Koos H.

Lees ook dit artikel uit oktober 2016: Het dilemma van de tbs-weigeraars

Wat willen de tbs-advocaten?

In hun manifest doen de advocaten vijf voorstellen om de tbs te verbeteren. Die komen erop neer dat de bemoeienis van de politiek kleiner moet worden en de structurele problemen in de tbs-klinieken aangepakt. Bijvoorbeeld het gebrek aan personeel, waardoor soms uitzendkrachten worden ingezet. Daarnaast moeten rechters meer invloed krijgen. Nu worden verlofaanvragen nog door de minister behandeld. Dat zou een speciale rechter moeten doen, vinden de advocaten.

Wil de politiek dat ook?

Politieke partijen die iets aan tbs willen veranderen, willen vooral de positie van de verdachten verzwakken. Bijvoorbeeld door rechters toegang te geven tot medische gegevens van een verdachte als die weigert mee te werken aan een onderzoek. Over twee weken praat de Eerste Kamer over een wetsvoorstel dat dit moet regelen.

Wat politici vooral willen laten zien is dat ze zich bewust zijn van de gevaren van tbs’ers voor de samenleving. Strengere regels zijn daarom aantrekkelijk, die stralen daadkracht uit. Maar het werkt niet, vinden de tbs-advocaten. Door wat zij „incidentenwetgeving” noemen worden volgens hen behandelingen niet effectiever, waardoor het risico op recidive zou toenemen.

De belofte van een tbs-behandeling is dat een psychisch gemankeerde veroordeelde na behandeling kan terugkeren in de samenleving. Maar zo’n behandeling is ook een risico: een tbs’er moet met verlof kunnen, met geleidelijk meer vrijheden, om te werken aan zijn terugkeer.

Als het tijdens een verlofperiode misgaat, wat volgens onderzoek uit 2015 in minder dan 0,05 procent van de verloven gebeurt, wordt de minister daarop aangesproken. Daardoor is er een politieke prikkel om mensen langer opgesloten te houden, wat een uiteindelijke terugkeer in de samenleving weer risicovoller maakt. Een ex-tbs’er heeft dan immers minder aan zijn terugkeer kunnen werken.

Is er zicht op hervorming om tbs effectiever te maken?

Het nieuwe kabinet heeft in het regeerakkoord geen specifieke plannen voor de tbs, maar wil wel dat gevangenen moeilijker vroegtijdig vrij kunnen komen. Ook mogen ze pas later, en onder strengere voorwaarden, beginnen aan hun resocialisatie.

Een alternatief kan zijn: tbs een vooraf vastgestelde duur geven. Dat is wat twee tbs-advocaten deze donderdag voorstellen in NRC. Het zou de angst van verdachten om eindeloos in een tbs-kliniek te verdwijnen verkleinen, en daarmee de gewilligheid om mee te werken aan onderzoek vergroten, vinden zij. In 2013 liet toenmalig staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Fred Teeven (VVD) dat reeds in Zweden gehanteerde model onderzoeken. Dat bracht het aantal tbs-weigeraars omlaag, was een van de conclusies. Maar veroordeelden kwamen er wel eerder door vrij, en dat vond hij onwenselijk.

    • Mark Lievisse Adriaanse