Vrouwenoverschot bij zeeschildpadden door klimaat

Opwarming Een paar graden warmer en uit het ei van de groene zeeschildpad kruipen alleen vrouwtjes. Dat gebeurt nu op een Australisch strand.

Groene zeeschildpad Foto Searsie

In het noordelijkste puntje van Australië, aan de oostkust, vlak bij het Great Barrier Reef, leeft een van ’s werelds grootste populaties groene zeeschildpadden. Ruim 200.000 vrouwtjes leggen er hun eieren in het warme strandzand.

Uit die eieren kruipen de laatste decennia bijna alleen vrouwtjes. Die 99 procent vrouwtjes is een alarmerend hoog percentage, schreven Amerikaanse onderzoekers maandag in Current Biology.

Het geslacht van zeeschildpadden wordt bepaald door de omgevingstemperatuur. Dat is bekend. Hoe lager die is tijdens de broedperiode, des te meer mannetjes er geboren worden. Een stijging van een paar graden Celsius bepaalt de overgang van 100 procent mannelijk naar 100 procent vrouwelijk nageslacht.

De afgelopen jaren is niet alleen het water in het gebied warmer geworden, maar ook de temperatuur van het strandzand. Voor zeeschildpadden ligt de zandtemperatuur waarop de man-vrouwratio 50:50 is op 29,3 graden Celsius, en volgens het temperatuurmodel dat de onderzoekers gebruikten ligt de temperatuur van de stranden daar al zo’n 25 jaar boven.

In hun onderzoek vergeleken de biologen de noordelijke populatie met een populatie die zuidelijker langs het Great Barrier Reef broedt. Op die zuidelijkere, op het zuidelijk halfrond koelere stranden is het percentage vrouwtjes lager: 65 tot 69 procent.

Omdat de onderzoekers een goed beeld wilden krijgen van de langetermijntrend, richtten ze zich in hun onderzoek op de foerageergebieden van de schildpadden. Daarin komen dieren van verschillende leeftijden bij elkaar. De onderzoekers voeren langs een traject in ondiep water en vingen 337 groene zeeschildpadden, met ‘rodeostijltactieken’.

Het geslacht van de jonge dieren werd bepaald met behulp van een kijkoperatie, het geslacht van de volwassen schildpadden (20 jaar en ouder) werd afgelezen aan de staart – die is bij de mannetjes langer dan bij de vrouwtjes. Voor een extra check werd ook het testosterongehalte van de dieren gemeten via bloedmonsters. Aan de hand van DNA-tests werd achterhaald of de schildpadden van de noordelijke of de zuidelijke broedgronden afkomstig waren.

De onderzoekers maakten onderscheid tussen drie groepen: juvenielen (schild kleiner dan 65 centimeter, pakweg tussen de 4 en 16 jaar oud), bijna-volwassenen (schild tussen de 65 en 86 centimeter) en volwassenen (schildlengte groter dan 86 centimeter). De jongste dieren in het onderzoek waren zo’n vier jaar oud, want net uit het ei gekropen schildpadden zwemmen direct naar open zee en ‘verdwijnen’ dan voor een paar jaar, voordat ze zich weer in de buurt van land begeven.

Van de volwassen ‘noordelijke’ schildpadden was 86,4 procent vrouwelijk; van de juvenielen en bijna-volwassen dieren was dit respectievelijk 99,1 en 99,8 procent. Bij de zuidelijke broedgronden waren de verschillen tussen het percentage volwassen vrouwtjes (69 procent) en juveniele en bijna-volwassen vrouwtjes (68 procent en 65 procent) kleiner.

De groene zeeschildpadden leggen hun eieren tijdens de heetste periode van het jaar. Om de broedtemperatuur te verlagen, zouden ze in principe dus ook eerder of later kunnen broeden, of een andere broedlocatie kunnen kiezen. De onderzoekers denken, afgaand op het gedrag van de dieren, dat een snelle aanpassing aan de opwarming er niet in zit, terwijl ook om andere redenen de toekomst van de groene zeeschildpadden rond het Great Barrier Reef al somber is. Zeespiegelstijging en veranderende weerpatronen zouden de overlevingskans van pasgeboren schildpadden kunnen verminderen.

Een toegenomen broedfrequentie of voldoende polygaam gedrag van de mannelijke zeeschildpadden zou de afname kunnen tegengaan. Maar wat het minimaal aantal mannetjes is om een zeeschildpaddenpopulatie in leven te houden is nog niet bekend. Wel is duidelijk dat de mannetjes voor de paring vaak een plek kiezen in de buurt van hun geboortestrand: het is dus onwaarschijnlijk dat mannetjes uit het zuidelijk deel van het rif veel vrouwtjes in het noorden zullen bezwangeren.

    • Gemma Venhuizen