Recensie

Verkrampte visie op historisch tribunaal

Docudrama ‘Tokyo Trial’ beschouwt het tribunaal wegens oorlogsmisdaden tegen Japan vanuit het perspectief van een Nederlandse rechter. Maar hij komt niet tot leven.

Marcel Hensema (links) en Porgy Franssen in Tokyo Trial.

Dat Tokyo Trial – eerst een Netflix-serie, nu een bioscoopfilm – van Pieter Verhoeff een westers perspectief kiest op het Proces van Tokio dat na de Tweede Wereldoorlog Japanse oorlogsmisdaden aanklaagde, is zowel begrijpelijk als verwonderlijk. Voor zijn docudrama over het naar het Proces van Neurenberg gemodelleerde tribunaal baseerde hij zich namelijk op de memoires van de Nederlands afgevaardigde, rechter Bert Röling. Diens wederwaardigheden waren eerder al inzet van twee romans, De offers (2014) van Kees van Beijnum, die ook meeschreef aan het scenario; en de simultaan verschenen biografie De rechter die geen ontzag had van Rölings zoon Hugo. Rondom die twee boeken ontstond destijds controverse. Hugo Röling was het niet eens met Van Beijnums interpretaties van bepaalde elementen, en maakte bezwaar tegen het feit dat Van Beijnum zonder toestemming dagboekaantekeningen gebruikt zou hebben voor een deels gefictionaliseerde roman.

Röling komt uit de film naar voren als een bedachtzame twijfelaar, een principieel jurist, die zich niet zomaar voor de politieke en diplomatieke karretjes van het tribunaal wilde laten spannen, dat een van de langst slepende processen tot dan toe zou worden.

Om die redenen en waarschijnlijk om de nuance niet te verliezen, blijft de film, die deels uit archiefmateriaal bestaat en deels uit zowel in zwart-wit als kleur nagespeelde scènes, dicht bij de hoofdpersoon.

Tokyo Trial gaat over een rechter die voor moeizame keuzes staat, die in een strijd is verwikkeld met zijn rechtsgevoel, en misschien ook een beetje met zijn geweten. Maar het is niet een film over iemand voor wie persoonlijk iets op het spel lijkt te staan. Dat maakt hem ondanks de meer dan interessante vragen – op wat voor gronden kun je zo’n proces voeren: misdaden tegen de vrede, tegen de menselijkheid, conventionele oorlogsmisdaden? – saai en krampachtig.

Een interessante tegenpool is de Indiase rechter Pal, die Röling een koloniale houding verwijt. Dat had wellicht een boeiende kijk op de geschiedenis opgeleverd. Maar daarvoor is ook een Japans perspectief nodig, een antagonist, of zelfs enig begrip voor een tegengestelde lezing die de feiten op de spits durft te drijven. En niet de reductie van dat perspectief tot anonieme pionnen op gruizige zwart-witbeelden.