Commentaar

Iedere Nederlander heeft recht op kunnen tellen en spellen

Taal en rekenen zijn ‘basisvakken’ volgens het Nederlandse kabinet. Daar zet je dan op in, zou je zeggen, maar zo is het niet. De scholier die na het afronden van groep acht de basisschool verlaat is niet per se verzekerd van adequate kennis wat dat betreft. In het voortgezet en hoger onderwijs wordt al jaren geklaagd over het gebrek aan taal- en rekenkundige vaardigheden van te veel leerlingen. Het aanbod van bijspijkercursussen groeit explosief. Het aantal leerlingen met een ‘dyslexieverklaring’ ook, ook al is dyslexie een stoornis en iets anders dan moeizaam kunnen lezen en schrijven. En de verelendung zet door: spellen en tellen gaan ook aanstaande leerkrachten op de pabo slechter af , terwijl zij de komende generaties rekenen en taal zullen moeten bijbrengen.

Verbetering blijft uit. Het percentage laaggeletterde 15-jarigen lijkt gestegen. Intussen onderzoekt de Inspectie van het Onderwijs de „neergaande trend” in het reken- en wiskunde-onderwijs.

Al met al dreigen jonge mensen in hun toekomst gefnuikt te worden. Immers, wie onvoldoende taalvaardig is en wie het mankeert aan basale rekentechnieken, krijgt het eerst zwaar in het vervolgonderwijs en daarna op de arbeidsmarkt. Rekenen en schrijven zijn cruciaal. Rekenmachines en spellingscontroles lossen niet een gebrek aan kennis en routine op. Elk mens heeft baat bij hersenen die er niet mee zitten dat ze gebruikt kunnen worden voor moeiteloos hoofdrekenen, voor het automatisch kunnen putten uit woordenschat, grammatica en spellingsregels.

De basisschoolleerlingen zijn slachtoffer. Van onderwijs middels methodes die niet voldoen. Van ouders die menen dat hun kinderen het vooral ‘leuk’ moeten hebben en dat juffies en meesters entertainers moeten zijn. Van pabo’s die zwakke leerkrachten afleveren. Van een jonge garde leerkrachten die ongewild ‘hun’ kinderen op achterstand zetten. Van onderwijsvernieuwers die van ministers van Onderwijs ruim baan kregen voor het toepassen van theorieën die zich baseren op de natuurlijke nieuwsgierigheid en zelfredzaamheid van het kind, waarbij de leerkracht werd teruggedrongen in de positie van een stimulerende begeleider.

De staartdeling werd verbannen, want dan snap je niet wat je doet. Nee, maar hij werkt wel. En wie bepaalde werkwoordsvormen niet onder de knie krijgt, is geholpen met het ‘kofschip’. Leren hoeft niet vervelend te zijn, maar lastig is het soms wel. En dan doet een trucje geen kwaad, het helpt vooruit.

Al jaren waarschuwden en protesteerden gefrustreerde leerkrachten vergeefs tegen de onderwijsvernieuwingen die een verslechtering leken op te leveren, voor hun leerlingen en voor henzelf. Ook nu mag dat verband niet gelegd worden.

Uit een reeks artikelen in NRC valt op te maken dat het tij keert. Klassikaal onderwijs komt terug, net als het automatiseren van kennis. Daarbij wordt kinderen hun nieuwsgierigheid gegund zonder ze direct op te waarderen tot jonge onderzoekers.

Deze krant somde de ‘succesfactoren’ op voor geslaagd onderwijs. Leerkrachten op niveau. Niet al te grote klassen. Stabiele leermethoden. En niet te veel achterstandsleerlingen in één groep – de moeilijkste om te regelen maar niet ondoenlijk. Allemaal niks bijzonders, het onderwijs zou er per definitie op moeten kunnen rekenen. Dit kabinet trekt in het regeerakkoord een half miljard euro extra uit voor leraren. Daar zal een bedrag bij moeten om recht te breien wat er is gaan schorten aan het onderwijs in taal en rekenen. Erkende basisvakken mogen wel wat kosten.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.