‘Iedereen was welkom op de reisjes en feestjes van Pon’

Rechtszaak Pon

Autoverkoper Erik van B. van Pon wilde niet schikken in de corruptie-affaire. Hij had niks verkeerd gedaan. Maar vertellen wil hij wel.

Auto-importeur Pon in Leusden, Utrecht. Pon heeft volgens het OM politie- en defensieambtenaren bevoordeeld in ruil voor informatie over overheidsopdrachten. Foto Siebe Swart

Een college autoverkopen is het, dinsdag in de rechtbank Rotterdam. Daar zit autoverkoper Erik van B., voormalig manager fleetsales van autobedrijf Pon, tegenover de drie rechters in de zaak-Dotterbloem, die draait om het omkopen van ambtenaren door autobedrijven.

Pon, importeur van Volkswagen en de andere grote Duitse merken, is volgens het Openbaar Ministerie te ver gegaan in het bevoordelen van politie- en defensieambtenaren, in ruil voor informatie over grote overheidsopdrachten. Het bedrijf schikte in het najaar van 2016 de corruptie-affaire met het Openbaar Ministerie voor 12 miljoen euro. Bijna alle verdachte medewerkers van het autobedrijf accepteerden daarbij een schikking en een taakstraf.

Zo niet Erik van B., die als bij het bedrijf over de grote klanten („vanaf honderd auto’s”) ging. Van B. is een lange, nette man uit het Gooi met de uitstraling van een rector van een gymnasium. Hij vindt dat hij niets verkeerd heeft gedaan en wil dus niet schikken. Liever staat hij tegenover de rechter om uit te leggen hoe het eraan toeging bij Pon. En hoe hem als hoge manager geen blaam treft, ook al heeft zijn voormalige werkgever meegewerkt aan het justitie-onderzoek, spijt betoond en maatregelen getroffen om herhaling te voorkomen.

Een goede autoverkoper wekt bij klanten de indruk dat zij bijzonder zijn, zo legde Van B. aan de rechters uit. Dat is het spel: „Ik heb mensen uit mijn netwerk het gevoel gegeven dat ze bij Pon en bij mij beter af waren dan bij een ander. Terwijl dat helemaal niet zo is. Wat wij deden was niets anders dan wat de andere automerken deden. En ook als er korting werd gegeven, verdiende Pon gewoon geld aan een deal.”

„Iedere klant is een vriend”, schetste Van B. de verkoopfilosofie. „Nederlanders willen onderhandelen. Ze houden van het idee dat ze voordeel binnenhalen. Dan gaan ze met een goed gevoel naar huis. Als iemand die ik ken mij belt, ga ik mijn best voor hem doen. Dat kan mijn buurman zijn, mijn chirurg, maar ook een zakelijk contact.”

Tot 2012 kon er veel

Deze verkoopmentaliteit zit volgens hem „in het DNA van Pon. Daar zijn ze groot mee geworden.” Tot 2012 kon er veel. „Er was in die tijd geen echt beleid op het terrein van kortingen en voordeeltjes. De directie kende het woord compliance niet eens. We maakten geen enkel onderscheid tussen bijvoorbeeld ambtenaren en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven. Alle grote klanten waren welkom op de Pon-feestjes, gingen mee op de reisjes.”

Datzelfde gold voor het gebruik van de zogeheten demo-wagens van Pon: een vloot grote, bijzondere modellen die werden gebruikt om belangrijke klanten te imponeren. Iedereen die er voor Pon toedeed, mocht in die wagens rijden, zei Van B. „Ministers, het Koninklijk Huis, kolonels, generaals, journalisten kregen ze mee voor vakanties.”

Dat was niet op zijn initiatief, vertelde Van B. de rechtbank. Het was de directie die besliste over het inzetten van de demo-vloot of het matsen van belangrijke ambtenaren. Hij is slechts de zondebok: „Deze ellende moest ergens in iemands schoenen komen. Dat zijn de mijne geworden.” Dat terwijl de kosten van voordelen voor ambtenaren werden weggeschreven als „projecten directie” of „algemene kosten directie”, aldus Van B.

In die jaren kreeg het management opdrachten als „kill the competition” en zelfs „slaughter them”, vertelde Van B. „Er waaide toen een Amerikaanse wind, ook door een Amerikaans directielid. Het werd harder, was anders dan we gewend waren. We waren daar uitermate succesvol in, zonder over de schreef te gaan. Het gaf me energie, we waren een fantastisch bedrijf.”

Inmiddels is Van B. tot inzicht gekomen. Dat anno 2017 ambtenaren niet dezelfde behandeling mogen krijgen als commerciële klanten. „Als een ambtenaar me nu belt voor een voordeeltje wuif ik hem weg en zeg: ga maar naar een ander. Dan krijg je niet het soort problemen als waarvoor ik hier nu zit. Maar ik heb de zaken gedaan zoals ze toen gingen. Het waren voor die tijd normale deals. Inmiddels is zelfs de schijn van belangenverstrengeling al te veel. Dat begrijp ik. We willen met zijn allen het gevoel hebben dat gemeenschapsgeld eerlijk is besteed.”

Terugkijkend zit Van B. vol vragen, ook over de autobranche. „Waarom moet het altijd meer? Elke auto-fabrikant zet elk jaar te hoge doelstellingen. Zo raakt de markt overspoeld met auto’s. En de dealers moeten die weer wegzetten. Eerlijk is eerlijk: ik vind het zelf ook leuk om weer meer te scoren dan het jaar daarvoor. Maar waar is dat allemaal voor nodig?”