opinie

    • Ellen Deckwitz

De juiste tomaat

Laatst waren mijn zus en ik op een afstudeerfeestje dat meer weg had van een awardsgala: er was een twee uur durend programma vol speeches, muzikale entr’actes en lofdichten voor de laureaat. Toegegeven, de dame in kwestie had ook wel iets bovenmenselijks neergezet: het was haar derde mastertitel in vier jaar tijd, terwijl ze daarnaast ook nog een baan had en een gezin. De festiviteiten waren echter van zo’n omvang dat toen de taart-met-vuurwerk binnen werd gereden iemand achter ons bromde dat het haast leek alsof de laureaat zichzelf ten huwelijk had gevraagd en ook nog eens ‘ja’ had gezegd.

Mijn zus, die vaker de waarheid zegt dan een kind met drank op, gaf dit na afloop door aan het feestvarken. Die kon er gelukkig om lachen maar was ook een tikje verontwaardigd.

„Kom op”, zei ze, haar vijfde Bacardi in de hand, „ik heb een uitspatting verdiend.” En daar dartelde ze weer weg, in haar galajurk.

„Wauw”, zuchtte mijn zus verliefd, „ze is zo fantastisch. Waarom durven wij geen feesten te geven voor alles wat we hebben bereikt? Ons leven is minstens even druk en samen hebben wij bijna vier masters.”

Misschien kwam het door onze grootmoeder, type Joan Collins op speed, die er altijd automatisch vanuit ging dat de wereld louter bestond om haar te bedienen. Ze verdiende, zo vond ze zelf dan, louter het beste. Iedereen kent wel iemand van deze soort: die doodleuk en zonder aanleiding om opslag of promotie durft te vragen en het dan vaak ook nog krijgt. De types die een cola teruggeven aan de ober als de prik eruit is.

Mijn zus en ik zijn een ander slag: meer gedwee, nederiger, vaak vanuit een soort minderwaardigheidscomplex. Wij zijn gewend te dienen, de ander centraal te stellen, ook al komen zowel mijn zus als ik op het eerste gezicht over als schreeuwlelijken. Het heeft heel wat levenservaring gekost om ook een beetje voor onszelf te durven opkomen. Te durven zeggen dat we iets goed hebben gedaan, en ons daar een schouderklopje voor te geven.

„Ik denk dat het toch wel meevalt”, zeg ik na een poosje te hebben nagedacht. „We zijn echt wel assertiever dan vroeger. Ik zou ook een partij kunnen organiseren hoor, om ons bestaan te vieren.”

„Oh ja?” zegt mijn zus. „Echt? Stel je voor, je staat voor het groenteschap en hebt één tomaat nodig. In de bak liggen er nog twee: een gekneusde en een gave. Welke neem je?”

„De gekneusde natuurlijk”, zeg ik, „Iemand moet het doen.”

„En daarom”, zegt mijn zus, „zul je nooit dit soort feestjes geven.”

schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

    • Ellen Deckwitz