Burgertips tegen kinderporno

Opsporing Details op pornografisch materiaal kunnen helpen bij de bestrijding van kindermisbruik. Veel tips komen binnen via internet.

Europol zet elke maand details uit kinderpornografisch materiaal op zijn site om tips te krijgen over de herkomst. Foto’s Europol

Misdrijven spelen zich steeds vaker online af. En dus worden de oplossingen ook steeds vaker op het internet gezocht. Zo ook met kindermisbruik. Want hoe traceer je de makers van kinderporno, die zelf niet of onherkenbaar op beeld staan?

De politie redde het afgelopen jaar 130 Nederlandse kinderen uit misbruiksituaties door de vondst van kinderporno. Dat meldde de NOS zondag op basis van cijfers van de teams Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme. Er werden bijna vierhonderd verdachten opgepakt, van wie er honderd vermoedelijk zelf porno maakten.

Veel van de tips die de politie gebruikt in kindermisbruikzaken komen uit de Verenigde Staten. De non-profitorganisatie NCMEC verzamelde daar afgelopen jaar elf miljoen meldingen, voornamelijk afkomstig van internetbedrijven. Amerikaanse providers zijn namelijk verplicht te melden als bij hen (een verwijzing naar) kinderporno voorkomt. NCMEC sorteert deze meldingen vervolgens per land op basis van het IP-adres en stuurde er zo afgelopen jaar 18.000 door naar Nederland. Ook spoort de politie kinderpornomakers op via materiaal op in beslag genomen computers, door aangiftes in zedenzaken of aan de hand van meldingen bij het Meldpunt Kinderporno van mensen die zelf online op kinderporno stuiten.

Burgers kunnen sinds juni 2017 ook op een andere manier bijdragen aan de opsporing van kindermisbruikers. Het Europese samenwerkingsverband van politiediensten Europol plaatst namelijk elke maand zo’n tien nieuwe close-ups van voorwerpen uit kinderseksfilms op haar website in de hoop dat mensen de objecten herkennen en tips inzenden. Zo staan er foto’s van pyjama’s, kalenders en koffiedienbladen op de site. En het werkt, zegt Tine Hollevoet, woordvoerder van Europol. „We hebben sinds juni al meer dan 18.000 tips binnengekregen”, aldus Hollevoet. „En zo hebben we al tientallen objecten gelokaliseerd.”

Een hotelkamer op Mauritius

Bezoekers van de website herkenden bijvoorbeeld een boiler, een trampoline of een hotelkamer op Mauritius. „Bij die hotelkamer wisten we 48 uur na publicatie al exact om welk hotel het ging”, zegt Hollevoet. Vaak zijn de tips echter minder specifiek en weten bezoekers een object slechts te verbinden aan een regio of land, bijvoorbeeld omdat een merk of model alleen daar wordt verkocht. „Een plastic tasje van een Braziliaanse supermarkt zal een Nederlandse rechercheteam niet snel herkennen”, aldus Hollevoet, „maar elke Braziliaanse burger wel.”

Die tips die zo bij Europol binnenkomen worden gescreend en – indien overtuigend – doorgestuurd naar de zedenrecherche van het betreffende land. In Nederland komen ze binnen bij de teams Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme. Nederland is tot op heden nog geen misbruikonderzoek begonnen aan de hand van Europols zoekactie, maar de werkwijze zou niet anders zijn dan bij eigen zedenrecherchewerk, zegt Ben van Mierlo, coördinator van deze elf teams. „Soms leidt een tip direct tot de identificatie van een slachtoffer of verdachte”, zegt hij. „Maar meestal is het slechts het begin van een onderzoek. Dan gaat het vervolgens gewoon om ouderwets recherchewerk: zoeken en ploeteren, net zolang tot je wat hebt.”

Zo leidde in 2015 een foto met op de achtergrond een Aziatisch gebouw tot een bericht naar alle Nederlandse politie-liaisons in Azië. Agenten op de Filippijnen herkenden de architectuur en schakelden lokale makelaars in. Die wisten te vertellen in welk specifiek gebied deze stijl voorkwam en met behulp van scholen werden vervolgens het slachtoffertje en de dader gevonden. „Als je niks hebt, ga je op zoek naar aanknopingspunten”, aldus Van Mierlo, „en dan kan een algemeen gebruiksvoorwerp ineens het begin van een onderzoek zijn.”

Dat het herkennen van dit soort details bepalend kan zijn in misbruikzaken werd bewezen in 2010, toen de Amerikaanse recherche via Interpol beelden deelde die zij aantrof op een geconfisqueerde computer in Milford, Massachusetts. Een knuffel in de hand van het 2-jarige slachtoffertje werd herkend door een Nederlandse rechercheur. Het was Nijntje. Opsporing Verzocht deelde een foto van het slachtoffertje en twintig minuten later klopte de politie op de deur van kinderdagverblijfmedewerker Robert M.

Lees ook: Het afgelopen jaar zijn 130 Nederlandse kinderen uit misbruiksituaties gehaald door de vondst van kinderporno
    • Kasper van Laarhoven