Dure regeling zonnepanelen gaat op de schop. Wat nu?

Zonne-energie Het kabinet wil de regeling die consumenten aan de zonnepanelen moet brengen, afschaffen. Tegenstanders zeggen dat de verdere groei van zonnestroom zo wordt geremd. Of is er een voordeliger alternatief?

Op een woning in Mijnsheerenland worden zonnepanelen geplaatst Foto Sander Koning/ANP

Nederland kleurt glanzend zwart, zwart van zonnepanelen. Net voor nieuwjaar kwamen de nieuwste, optimistische cijfers binnen over zonnepanelen. In 2017 produceerden ze 40 procent meer stroom dan het jaar ervoor. Dat was meer dan was voorspeld.

Bijna een half miljoen huishoudens heeft al panelen op het dak, volgens een grove schatting, en dat is niet louter uit milieubewustzijn. Zonnepanelen brengen geld op. Door de dalende kosten van de panelen en de subsidie op de opgewekte stroom, verdienen kopers hun investering inmiddels in zes of zeven jaar terug. „Het blijft niet meer beperkt tot de groene voorhoede”, zegt directeur Marjan Minnesma van klimaatorganisatie Urgenda, „de middenmoot van de samenleving is inmiddels met zonnepanelen begonnen.”

Het is precies wat het kabinet wil – méér duurzame energie. De potentie van zonne-energie is groot. Op daken in dorpen en steden kan een kwart tot de helft van alle elektriciteit opgewekt worden die in Nederland nodig is, schatten onderzoekers. Op scholen, ziekenhuizen, kantoren, maar vooral: op woningen. De helft van álle stroom, zonder dat er plek voor vrijgemaakt moet worden.

Toch remt datzelfde kabinet nu de verdere uitbreiding van zonne-energie. De populaire ‘salderingsregeling’, waarmee de overheid de zonnestroom die huishoudens opwekken subsidieert, verdwijnt. En niet in 2023, zoals de vorige minister van Economische Zaken Henk Kamp (VVD) in de zomer nog aankondigde, maar al in 2020. Er komt een nieuwe regeling, beloofde Kamps opvolger minister Eric Wiebes (Economische Zaken & Klimaat, VVD) de Tweede Kamer, die de overheid minder geld kost maar „net zo aantrekkelijk” is. Die geeft „bestaande gevallen” nog altijd een terugverdientijd van zeven jaar, zei hij.

Zonne-ondernemers, de installatiebranche en milieu-activisten vinden het een slecht idee. Twintig organisaties stuurden het kabinet in december een ‘open brief’. Zij denken dat het kabinetsplan burgers de lust ontneemt om nog te investeren in zonnepanelen op eigen dak. „Hun vertrouwen wordt nu beschaamd”, zegt directeur Marjan Minnesma van de stichting Urgenda, een van de ondertekenaars van de brief.

Maar niet de hele duurzame beweging keert zich tegen het afschaffen van de salderingsregeling. „Als je de huidige regeling handhaaft, wordt het uiteindelijk zo duur, dat is niet houdbaar”, zegt Marc Londo van de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie (NVDE). Samen met branchevereniging Holland Solar bedacht het een goedkoper alternatief voor het salderen.

Uiteindelijk willen al die organisaties hetzelfde: panelen op élk dak, van goot tot schoorsteen. En dat terwijl het ook nog betaalbaar blijft – voor burgers én voor de overheid. Maar nu zonne-energie serieus is geworden, blijkt: die – drie – doelen kunnen we niet allemaal tegelijk verwezenlijken.

  1. Panelen op elk huis

    De zonnepanelenhausse begon in 2011. De aanschafprijs van panelen daalde flink, de terugverdientijd zakte onder de tien jaar, en particulieren gingen massaal aan de zonne-energie. In zeven jaar steeg de productie van zonne-energie van bijna niks naar ruim 2 miljard kilowattuur.

    Toch is dat nog geen 2 procent van het Nederlandse elektriciteitsverbruik – minder dan wat één centrale opwekt. Er kan nog veel meer bij. Hoe? Op eigen dak, om te beginnen.

    Maar de suggestie dat het salderen in 2020 verdwijnt „zorgt voor stagnatie in de verkoop van zonnepanelen”, schreven de twintig organisaties die protesteerden tegen de afschaffing. „Ik weet niet meer wat ik de klanten moet adviseren”, zegt directeur Marcel Kiekebos van Kiekebos & Bakker Klimaattechniek in Staphorst.

    Energie-instituut ECN voorziet dat door het versoberen van de salderingsregeling het aantal particulieren dat voor zonnepanelen kiest met 20 procent zal dalen. Tot 2030 zullen zo’n 400.000 huishoudens de boot afhouden vanwege de kosten, of koudwatervrees.

    Van alle klimaatplannen uit het regeerakkoord is het versoberen van de salderingsregeling het enige waardoor de CO2-uitstoot juist toeneemt.

  2. Het moet betaalbaar blijven

    Een Nederlandse particulier mag elke kilowattuur die zijn zonnepanelen opwekken, wegstrepen op de jaarlijkse elektriciteitsrekening. Zo werkt de salderingsregeling. Een kilowattuur stroom kost voor een huishouden ongeveer 20 cent. 14 cent daarvan is belasting. Salderen is daarmee in feite een belastingkorting voor panelenbezitters. De regeling stamt uit 2004, lang voordat de aanschaf van zonnepanelen een serieuze ontwikkeling werd.

    Volgens minister Wiebes is de salderingsregeling inmiddels te duur. De overheid gaf er in 2015 zo’n 80 miljoen euro aan uit. Als de subsidies gelijk opgaan met de groei van zonne-energie is het inmiddels al bijna het dubbele (zeg 150 miljoen euro) en dat wordt almaar meer.

    Dat is maar een klein deel van de miljardensubsidies voor groene energie. Maar voor wat het aan CO2-besparing oplevert is het veel, schreef adviesbureau PwC eind 2016 in een evaluatie. Salderen hielp de zonnebranche op weg, en meer burgers zijn erdoor met duurzame energie bezig, concludeerde PwC. Maar salderen is wel een „relatief dure regeling”, vergeleken met bijvoorbeeld het subsidiëren van windparken. „Het heeft een tijdje gewerkt maar het loopt nu tegen zijn eigen grenzen aan”, zei Wiebes.

    De minister komt komende zomer met een alternatief, kondigde hij aan.

    Eén optie is een premie op de aanschaf van zonnepanelen. „Maar het ministerie heeft volgens mij een lichte voorkeur voor een ‘terugleversubsidie’”, zegt Marc Londo van de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie (NVDE). Bij een terugleversubsidie krijgt de burger een vast bedrag per kilowattuur die hij aan het net levert – bijvoorbeeld 12 cent.

    Als de kosten van panelen in de toekomst dalen, kan de subsidie worden teruggeschroefd zodat de terugverdientijd op, zeg, zeven jaar blijft. Wiebes zei immers dat de regeling „even aantrekkelijk” moest blijven.

    De alternatieve regelingen leveren de overheid een besparing op van 60 procent, berekende energie-instituut ECN – bijna 5 miljard euro tot 2030.

  3. Álle daken moeten vol

    Bedek uw dak niet helemaal met zonnepanelen! Dat is het advies van de Consumentenbond. De reden: de huidige salderingsregeling. Wie aan het eind van het jaar meer stroom heeft opgewekt dan hij zelf gebruikt, krijgt over die extra stroom geen subsidie. Er valt immers niks meer weg te strepen op de energierekening. Voor de overproductie krijgt de particulier alleen een „redelijke vergoeding”, gemiddeld zo’n 6 cent per kWh. De verschillen tussen leveranciers zijn groot, maar hoe dan ook zijn de extra panelen veel minder rendabel. Dus niemand legt zijn dak vol.

    De terugleversubsidie en de panelenpremie kennen dat bezwaar niet, en daarmee komt het derde doel dichterbij. Maar álle daken vol leggen met panelen – inclusief flats, huurhuizen, scholen, kantoren – dat wordt de grote klus van de komende twaalf jaar. Hoe dat moet, is de grote vraag. „Zorg dat je als burger overal stroom kan opwekken”, oppert directeur Lars Falch van energieleverancier Powerpeers. „Dan kunnen je panelen overal in Nederland liggen, ook als je bij de 70 procent hoort die geen geschikt dak heeft. Je legt je panelen op het dak van een flat, of bij een boer op een stal.” Zijn bedrijf ontwikkelde software waarmee de opbrengst aan individuele huishoudens toegeschreven zou kunnen worden, net als op eigen dak.

    „Charmant plan”, reageert directeur Frans Rooijers van onderzoeksbureau CE Delft. „Daarmee vergroot je burgerparticipatie.” Alleen, zegt Rooijers: „Ik denk dat het voor de overheid duurder is dan een andere subsidievorm.” Er bestaan al twee subsidieregelingen. Grootverbruikers, en landeigenaren die een zonnepark willen beginnen, kunnen gebruikmaken van de subsidie voor duurzame energie SDE+. Voor de overheid is dat een voordeligere regeling dan salderen. Daarnaast is er nog de ‘postcoderoosregeling’, waarmee burgers gezamenlijk kunnen investeren in panelen op een dak bij hen in de buurt.

    Iedereen moet grond inleveren voor zonnepanelen om klimaatdoelen te halen, vindt Henk Bleker, oud-staatssecretaris voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Oók de boeren. Lees ook: Bouw zonneparken ook op landbouwgrond

    Of die regelingen optimaal werken, is niet goed bekend. Er loopt nu een onderzoek bij ECN. Marc Londo: „We weten nog niet goed wat de grootste knelpunten zijn voor een school of kantoor om te beginnen met zonnepanelen.” Via de postcoderoosregeling kunnen ouders nu al investeren in panelen op de school van hun kinderen, alsof het hun eigen panelen zijn. Toch gebeurt dat nog zelden. „Een school is vooral bezig met lesgeven.”

Correctie (11 januari 2018): eerder stond vermeld dat Marcel Kiekebos directeur is van Kiekebos Installatietechniek in Assen. Dat klopt niet. Het gaat om Kiekebos & Bakker Klimaattechniek in Staphorst.

    • Hester van Santen