Albumoverzicht: tegendraadse bouwwerkjes en trage rockritmes

De muziekrecensenten van NRC beoordelen de nieuwe albums van deze week, met onder meer Black Rebel Motorcycle Club, Belle & Sebastian en Sinistro.

  • ●●●●●

    Black Rebel Motorcycle Club: Wrong Creatures

    Black Rebel Motorcycle ClubRock: Na een hiaat van vijf jaar waarin drumster Leah Shapiro een hersenoperatie onderging en de wielen na het vele touren bijna letterlijk van de toerbus vielen, pakt Black Rebel Motorcycle Club de draad van hun sombere postpunk weer soepel op. Het achtste album Wrong Creatures van het Californische trio slingert zich rondom overwegend trage rockritmes waarbij zang en gitaarspel van Peter Hayes en Robert Levon Been samenvloeien in duistere geluidswolken. Met songs als ‘Haunt’ en ‘King of Bones’ bericht BRMC over de spoken die hen op de hielen zitten, nauw verwant aan het artistiek exorcisme van Nick Cave en The Jesus and Mary Chain. Dieper dan ooit daalt het trio af in de spelonken van in vibrato gedrenkte galmrock, die zijn bezwerende werking niet verliest wanneer in ‘Little Thing Gone Wild’ het tempo flink wordt opgeschroefd of er bij ‘Circus Bazooka’ een frivool orgeltje van zolder komt. Jan Vollaard

  • ●●●●

    Belle & Sebastian: How To Solve Our Human Problems (part 1)

    Belle & SebastianPop: Elk nieuw nummer van het weinig productieve maar om zijn muzikale naïviteit geliefde Belle & Sebastian wordt beschouwd als een kleinood. Daarom was het vorige album een tegenslag: op Girls in Peacetime klonken de nummers voor Belle & Sebastian-begrippen lomp, door gierende keyboards en een al te gestaald geluid.

    Gelukkig keert de Schotse groep op de nieuwe EP, met opnieuw een typische uitvoerige B&S-titel, ‘How To Solve Our Human Problems (Part 1)’ terug naar de bekende stijl van puur en onschuldig. De onschuld van nummers als ‘Fickle Season’ en ‘We Were Beautiful’ zit hem in de jubelende koorzang en orgeldeuntjes en de onderstroom van ploppende bastonen - nostalgisch maar niet stoffig. De vraag uit de titel wordt overigens niet beantwoord. Of het zou ‘door meesterlijke liedjes’ moeten zijn. Hester Carvalho

  • ●●●●

    Sinistro: Sangue Cássia

    SinistroHeavy: Portugezen en melancholie, het is bijna een cliché. Sangue Cássia, het derde album van Sinistro uit Lissabon, loopt over van dat typische gevoel van saudade – heimwee, verlies, verlangen, liefde. En hoewel de band muzikaal meer gemeen heeft met Moonspell en Paradise Lost dan met Amália Rodrigues, is de zongedroogde doomrock/metal die ze maken zeer warmbloedig, sensueel en mysterieus.

    Sinistro begon als wat inwisselbare metalband, tot ze zangeres Patrícia Andrade inlijfden. De tweede plaat die ze samen maakten is heavy, vooral door de twee monolitische songs van respectievelijk ruim en bijna tien minuten die het album openen en sluiten. Ze fungeren als de zuilen van Hercules, waartussen het water van de Middellandse Zee onstuimig vloeit. Ook binnen Sangue Cássia mengt kille oceaanwind zich met de broeierige levanter: de diepgevoelde zang van Andrade wentelt zich rond de logge metalakkoorden in sterke, melodieuze songs. Peter van der Ploeg

  • ●●●●

    Daria van den Bercken: Doménico Scarlatti – sonates

    Daria van den BerckenKlassiek: Pianisten Marcelle Meyer en Vladimir Horowitz bewezen in de vorige eeuw dat de klavecimbelsonates van Domenico Scarlatti tot volle bloei kunnen komen op een moderne vleugel. Echte kunst weet zichzelf altijd opnieuw uit te vinden. De hypnotiserende tederheid van Meyer uit de tweede helft van de jaren veertig is ook de rode draad op het Scarlatti-album van de Nederlandse pianiste Daria van den Bercken. Haar spel doet denken aan de liefde, waarmee een tuinier zijn bloemen verzorgt en geduldig met de handen in de zwarte aarde wroet. Over het wonder van de Scarlatti-sonate schreef zijn biograaf Ralph Kirkpatrick dat ‘dit geweldige en unieke organisme langzaam als een plant tot bestaan leek te komen onder zijn tien vingers’. Van den Bercken laat horen dat deze sonates geen versteende fossielen geworden zijn, maar met al hun kleuren ook nu het gehoor nog kunnen verrukken. Joost Galema

  • ●●●●

    Krupa & The Genes: Two

    Krupa & The GenesJazz: Al even uit, maar beslist niet onbeschreven mag het album Two van Krupa & The Genes, een van de meeste gepeperde Nederlandse jazzbands van dit moment, blijven. Onder aanvoering van de drummers Joost Patocka en Stefan Kruger klinkt met de twee saxofonisten (Maarten Hogenhuis, Jasper Blom), twee gitaristen (Raphael Vanoli, Anton Goudsmit) en bassist Sean Fasciani een bonte mengvorm van jazz en electrogrooves met het fluitende effect van een suizende, veelkleurige vuurwerkfontein.

    Niet voor niets werd de bandnaam ontleend aan de grootse Amerikaanse jazzdrummer, Gene Krupa, die de drums in de band naar de voorgrond bracht. Wilde, doch dwingende ritmiek is dus de leidraad. Maar het zijn minstens ook de bevlogen felheid, de puntige motieven van blazers en gitaar op die synchrone beats en de genuanceerde solo-momenten die maken dat deze club van braniejazz ronkt. Amanda Kuyper

  • ●●●●

    Hot Snakes: Audit in Progress / Suicide Invoice / Automatic Midnight (re-releases)

    Hot SnakesRock: ‘The older you get, the less you’re worth”, jengelt Rick Froberg, emo-pionier en zanger-gitarist van Hot Snakes in het nummer I Hate the Kids. Tussen 1999 en 2005 maakte het kwartet uit San Diego drie albums die niet per se goed verkochten, maar wel hun stempel op de punkrock en post-hardcore drukten en nu – volkomen terecht – opnieuw verschijnen. Froberg groeide met medegitarist en muzikale kompaan John Reis op in het nog furieuzere Drive Like Jeru. Maar in Hot Snakes laten ze hun razende punksongs evolueren in tegendraadse bouwwerkjes van vernuftig in elkaar verweven gitaarpartijen. Dat klinkt soms dromerig als Sonic Youth (maar dan zonder de noise) of rauw en getergd als Fugazi (maar dan zonder de verstikkende politieke correctheid). En dreigt een liedje uit de bocht te vliegen, dan was er altijd een onweerstaanbare melodie die het terug op de rails trekt. Laat die nieuwe plaat (later dit jaar) maar komen! Frank Provoost

    • Len Maessen