Opinie

    • Arjen Fortuin

Wie is de Mol heeft geen mol nodig

Zap

In de veilige eenentwintigste-eeuwse wereld van AVRO-TROS zagen we hoe alleen al de gedachte aan een mol in hun midden de spelkandidaten een authentiek KGB-gevoel bezorgde.

Het leek of ze zich net op een fiets met zachte banden vanuit Tbilisi naar het Vondelpark hadden geworsteld, zo geagiteerd begonnen Chris Zeegers en Margriet van der Linden aan het napraatprogramma Moltalk: „Wat een ongelooflijke en verbijsterende eerste aflevering van Wie is de Mol!” Het was „extreem spannend”, „uniek”, „fantastisch” en „echt uniek”.

De hysterische analyselust in Moltalk gaf mij het idee dat ik in het exegeseclubje van een nog niet ontdekte sekte was beland: heel veel opwinding over niet zo veel. Al bevatte de eerste aflevering van Wie is de Mol van 2018 daadwerkelijk een spectaculaire verrassing. Na ruim een kwartier bleek dat de kandidaten niet door dezelfde non-descripte Oost-Europese stad dwaalden, maar in duo’s waren gedropt in respectievelijk Kiev, Moskou, Jerevan, Almaty en Bakoe.

Ook voor de kijker was het een leermomentje: kennelijk lijken de hoofdsteden van voormalige Sovjetrepublieken zo op elkaar met hun lege koffiebarretjes, megamonumenten en dakterrasbarren dat je helemaal niet opmerkt dat de deelnemers zich op honderden kilometers van elkaar bevinden.

Zo waren op vijf verschillende locaties mensen hartstochtelijk bezig om verkeerde straten in te slaan, kaarten verkeerd om te houden en van alles straal voorbij te lopen. De grootste klunzen waren televisiepresentator Ron Boszhard en actrice Loes Haverkort. Boszhard viel als eerste af, Haverkort zal de mol wel zijn. Dit duo zag nergens iets liggen, dreigde halverwege de opdracht een koffiepauze te nemen en had enorme moeite om in Moskou het Rode Plein te vinden. Misschien hadden ze beter niet de tjokvolle metro kunnen nemen.

Elders liep er taxigewijs wat in het honderd. Tekenaar Jean-Marc van Tol en presentator Jan Versteegh belandden bij een zelfbenoemde chauffeur in de wagen die de halve stad doortufte, onderweg sigaretten kocht, die bij een vriendin ging afleveren en uiteindelijk na een half uur eens ging opzoeken waar de bestemming van zijn rijke klanten zich nu eigenlijk bevond. Het tijdverlies maakte het duo op slag kansloos. Waarschijnlijk was het taxigedoe toeval (want erg ingewikkeld om te regelen), anders is Van Tol de mol (en een genie).

Obsessie met verraad

Het onderlinge wantrouwen van de molgravers sloot naadloos aan bij het post-Sovjetdecor: de deelnemers zaten in steden waar de geheime diensten het dagelijks leven decennia in hun greep hadden en waar je je altijd, in bittere ernst, moest afvragen wie de mol kon zijn.

In de veilige eenentwintigste-eeuwse wereld van AVRO-TROS zagen we hoe alleen al de gedachte aan een mol in hun midden de spelkandidaten een authentiek KGB-gevoel bezorgde. Ze onthielden elkaar informatie (of meenden dat anderen dat deden), hingen plots telefoons op en zullen, als ze vanaf de tweede aflevering één groep vormen, beginnen met het elkaar zwartmaken.

In de praktijk loopt het gros van de mol-opdrachten op eigen kracht in het honderd, met of zonder mol. De obsessie met verraad is zo alomtegenwoordig, dat Wie is de Mol eigenlijk geen reëel bestaande mol meer nodig heeft. De gedachte aan de mol is voldoende.

Het zou een daadwerkelijk ‘uniek’, ‘fantastisch’ en ‘echt uniek’ slotakkoord zijn: de bekendmaking dat geen enkele kandidaat de mol is, omdat de mol al in onszelf zit. (Ik sluit niet uit dat sommige fans hier boos om worden.) Ongetwijfeld zal ook deze hypothese ook bij Moltalk nog uitgebreid worden doorgelicht.

Correctie (9 januari 2018): In een eerdere versie van dit stuk stond Astana in plaats van Almaty. Dit is reeds aangepast.

    • Arjen Fortuin