Opinie

    • Menno Tamminga

Was Asscher vergeten om de FNV te bellen?

Wie wil begrijpen waarom buschauffeurs en leraren staken en PvdA-Tweede Kamerlid William Moorlag onder vuur van partijgenoten ligt, moet een stapje terug in de tijd zetten. Naar vrijdag 18 november 2016. Die dag hielden bestuurders van FNV, CNV en VCP (Vakcentrale voor professionals) een ‘demonstratie’ in het hart van het poldermodel: de vergaderzaal van de Sociaal Economische Raad (SER). Een ongewone vertoning. De drie bonden zitten namelijk zelf in de SER. Samen met de werkgevers en een trits economische deskundigen.

In hun brandbrief hekelden de bonden de onzekerheden op de arbeidsmarkt, de overrompelende flexibilisering en de race van werkgevers naar de laagste loonkosten. De brandbrief was een ultimatum aan de werkgevers: als jullie nog een overkoepelend sociaal akkoord willen vóór de Tweede Kamerverkiezingen (15 maart 2017), dan is dit ons laatste wensenlijstje. Er werd nadien veel gepraat. Ook in de kabinetsformatie. Zonder resultaat. Nu wil het kabinet-Rutte III op deelterreinen (arbeidsmarkt, pensioen) graag tot overeenstemming komen met de bonden en bazen.

De brandbrief had een bijlage met een waslijst van praktijkvoorbeelden van bedrijfstakken waar de race naar de laagste loonkosten en schijnconstructies actueel zijn. En daarbij zitten nogal wat sectoren waar nu sociale onrust heerst. Zoals de internationale luchtvaart (Ryanair). De KLM. Het onderwijs. Het openbaar vervoer. De bonden ageerden tegen onder meer de aanbestedingen en de werkdruk in het ov. Vandaar die staking in het busvervoer vorige week.

De race naar beneden dwingt ook werkgevers die het beste met hun mensen voor hebben om te kiezen voor onzeker werk en zelfs ontwijkingsconstructies

De brandbrief klaagt ook over de gevolgen van de Participatiewet. Dat bijstandsgerechtigden door gemeenten worden ingezet voor werk dat voorheen gewoon betaald werd.

In hun brief zeiden de drie vakbonden dat zo: „Steeds vaker dwingt deze race naar beneden ook de werkgevers die het beste met hun mensen voor hebben om te kiezen voor onzeker werk en zelfs ontwijkingsconstructies om maar te zorgen dat hun onderneming overleeft.” Kortom: ook goedwillende bazen kunnen de dupe worden van misstanden elders.

Dat is in de kern ook de verdediging van Kamerlid Moorlag. Hij was van 2015 tot oktober 2017 directeur van Alescon, een sociale werkplaats in Assen. Alescon nam via een eigen uitzendbureau nieuwe mensen aan tegen slechtere voorwaarden dan de cao voor de sociale werkvoorziening. De rechter heeft dat eind vorig jaar veroordeeld. Moorlag erfde die regeling met dat uitzendbureau. Hij behield ’m zodat meer mensen ondanks de bezuinigingen betaald werk konden krijgen. Moorlag had die constructie kunnen ontmantelen. Wellicht heeft hij daar achter de schermen voor geijverd. Een onderzoek van de Partij van de Arbeid moet uitsluitsel bieden.

Maar waarom stond hij ondanks deze controversiële zaak nummer negen op de PvdA-kandidatenlijst? Was partijleider Lodewijk Asscher, die zijn opvolger als minister van Sociale Zaken opriep elke dag de FNV te bellen, dat zelf een keer vergeten? Het kan hem en Moorlag, zelf oud-vakbondsman, toch niet zijn ontgaan dat de FNV strijd weer met hoofdletters schrijft. En dat de bond sinds 2014 het Team handhaving en naleving heeft, intern bekend als de ‘cao-politie’. Dat team onderzoekt schijnconstructies en onderbetaling. Het is heel alert op zulke trucs, op plaatsen waar de burger het niet meteen vermoedt, zoals bij publieke projecten (wegen, gemeentehuizen). Desnoods stapt de FNV om die trucs naar de rechter.

De rechter zei tegen Alescon: gelijk loon voor gelijk werk. Dat zegt de PvdA doorgaans zelf ook. Wie daartegen zondigt, moet op de blaren zitten. Buiten de Kamer bijvoorbeeld.

Eind 2011 werd de FNV verscheurd door interne ruzie, nu leeft het zelfvertrouwen op. Lees ook: Hoe de eigen ‘cao-politie’ de FNV nieuw vuur moet geven
Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.
    • Menno Tamminga