Opinie

    • Carolien Roelants

Tarief voor belediging van Erdogan is elf maanden cel

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.

Het lijkt warempel wel een vroeg voorjaar in de Turks-buitenlandse betrekkingen. Ik bedoel nieuwe lente nieuw geluid: premier Rutte is voor president Erdogan een „oude vriend” in plaats van de leider van een nazi-restant; Erdogan steekt zijn hand uit naar Duitsland en ging vrijdag bij „mijn vriend Emmanuel Macron” op bezoek. Boosaardig als ik ben denk ik dat hij vrienden nodig heeft – en dan met name de economie. Met alleen nog prettige relaties met andere min-of-meer schurkenstaten als Rusland, Iran en Qatar, schieten 80 miljoen Turken niet op. En dat is weer niet goed voor Erdogan straks in verkiezingen.

Binnenslands houdt Erdogan zich zeker niet in. Intussen zijn meer dan 150.000 ambtenaren, rechters, advocaten, docenten en militairen ontslagen en/of opgepakt onder verwijzing naar de mislukte staatsgreep van juli 2016. Allemaal terroristen in dienst van superterrorist Gülen. En dat aantal is nog zonder al die ándere terroristen, die van de Koerdische zaak.

Ik wil het hebben over Erdogans derde doelwit: de pers. Meer dan 180 kranten en andere media zijn gesloten of genaast, 2.500 journalisten zijn ontslagen, 150 zitten achter de tralies. Erdogan ontkent overigens dat het om journalisten gaat – dat zijn ook terroristen, of gewone misdadigers die zijn betrapt bij het leeghalen van de pinautomaat.

Alleen al de afgelopen vier weken hadden zeker drie rechtszaken plaats tegen wat ik wél journalisten noem. Achttien stonden terecht omdat ze de krant Cumhuriyet hadden willen kapen om de democratie te ondermijnen. Twee anderen op beschuldiging van terroristische propaganda. Tegen drie journalisten werd levenslang geëist omdat ze voorkennis zouden hebben gehad van de coup. Bewijs is niet nodig; de gelijkgeschakelde rechterlijke macht is de stempelautomaat van de president.

Ik sprak vorige maand Baris Ince, hoofdredacteur van de krant Birgün, die in Nederland was voor een lezing. Birgün is een van de weinige onafhankelijke bladen die er nog over zijn, een linkse krant, met 20.000 abonnees op de papieren editie, en een miljoen volgers op Twitter. Dit tekent de huidige atmosfeer in Turkije: de papieren krant verliest abonnees, zoals overal wegens sociale media, maar hier óók omdat mensen bang zijn ermee te worden gezien.

Hoe opereert een onafhankelijke journalist in Turkije? Dat is voortdurend op je woorden passen, want als je verhaal de regering niet bevalt, word je aangeklaagd, op zijn best wegens belediging van Erdogan. Daarop staat gemiddeld elf maanden cel; „Als ze je voor langer kwijt willen, krijg je een aanklacht wegens steun voor terrorisme”. In 2016 zijn 1.080 mensen veroordeeld wegens belediging van Erdogan.

Tegen Birgün lopen 120 zaken, waarvan vier tegen Ince, omdat hij de president met corruptie in verband bracht. Hij is tot 21 maanden gevangenis veroordeeld, wegens twee op elkaar gestapelde beledigingen van Erdogan, maar is vrij in afwachting van de uitspraak in hoger beroep. Hij hoopt dat zijn straf tot die 11 maanden wordt teruggebracht; dat wordt doorgaans tot een boete of een voorwaardelijke straf gereduceerd. De oplopende boetes zijn een groot probleem voor de krant. „We worden voorzichtiger; we omschrijven het corruptiemechanisme in plaats van het rechtstreeks te benoemen.” Zo knijpt het regime de pers af.

Terug naar Europa, ons bastion van burgerlijke vrijheden. Een woordvoerder van de Europese Commissie zei donderdag dat Turkije een strategische partner blijft, denk aan het migrantenakkoord. Maar „wanneer het nodig is te herinneren aan Europese principes die moeten worden gerespecteerd, dan doen we dat natuurlijk.” Natuurlijk.

    • Carolien Roelants