Rennen voor het leven

Oud-wielrenner Jens Voigt

Jens Voigt wilde zeven marathons in evenveel dagen lopen voor het goede doel. Onze verslaggever liep een dag met de oud-profwielrenner mee.

Foto's Gordon Welters

Jens Voigt (46) beent deze vrijdagochtend een Berlijns café binnen alsof hij elke herinnering aan de marathons van de voorbije dagen aan de wind heeft meegegeven; op zevenmijlslaarzen en met een rimpelloze tred. Hij liep de klassieke afstand al drie keer en moet er nog vier, ‘Marathon Madness’ heeft hij zijn actie genoemd. Voigt wil er geld mee inzamelen in de strijd tegen kanker. Deed hij vorig jaar ook, toen hij net zo lang tegen de Teufelberg in zijn achtertuin opfietste tot hij 8.848 hoogtemeters had gemaakt, gelijk aan de top van Mount Everest. Ruim 26 uur ploeteren door sneeuw en kou leverde toen meer dan 30.000 euro op. Dat verdiende een vervolg.

De oud-wielrenner smijt zijn muts op tafel, groet wat bekenden en banjert op feloranje sneakers richting de toonbank van het Indonesische etablissement. „Een cappuccino graag. En een rozijnenbroodje. Ik kan wel wat energie gebruiken.”

Nadat hij zich in een bouwvakkerachtig trainingspak over een glazen vitrine heeft gebogen en het grootste exemplaar heeft aangewezen, trekt hij zijn linkerbroekspijp tot onder de knie op om te laten zien waarom hij zich zorgen maakt over het vervolg van zijn actie. Op zijn scheenbeen vreet een vuurrode vlek ter grootte van een bierviltje zich een weg naar boven. Zijn botvlies is ontstoken, en niet een beetje ook. Zie daar een overbelast lijf dat op 2 januari minimaal voorbereid aan de start van de eerste marathon stond. Maar hij had dit nu eenmaal in z’n kop.

De eerste drie marathons gingen strak in iets meer dan vier uur, het tempo van een gemiddelde recreant. Toen begon het lichaam tegen te sputteren. Voor nummer vier kreeg hij van zijn fysio vanochtend groen licht. Die plakte kuiten, schenen, rug en nek vol met blauw sporttape. Ja het doet pijn, en ja hij is bang voor wat hem te wachten staat. „Aber heute schaffen wir das” – vandaag gaat het ons lukken. „Ik moet op krukken of in een rolstoel eindigen wil ik niet starten.”

Buitensporig populair

Met die instelling stal Voigt tijdens zijn carrière de harten van wielerfans over de hele wereld. Tussen 1997 en 2014 reed hij zeventien keer de Tour de France, hij won twee etappes en hij droeg twee keer de gele trui. Hij stond bekend als spijkerhard en zijn nooit aflatende aanvalslust maakte hem buitensporig populair. Pas op zijn 43ste was hij van mening dat hij alles uit zijn lijf had geperst en stopte hij met topsport. Op zijn palmares staan ruim zestig overwinningen.

Na zijn laatste wielerwedstrijd in augustus 2014 begon hij met hardlopen. Om fit te blijven, want hoe vaak had hij niet gezien dat wielrenners die waren gestopt, in een zwart gat belandden waar ze zich al bier drinkend in hun pyjama op de bank amper uit wisten te redden.

Jens Voigt

Zijn telefoon gaat. Het is de automonteur die meldt dat zijn Ford-gezinswagen gereed is. De accu was leeggeraakt. Voigt klinkt opgewekt. „Alles wat me afleidt van die marathons grijp ik aan. We moeten nu weg. Is dat een probleem? Welcome in my life.”

Buiten praat Voigt rollend op een celestegroene damesfiets met een mandje voorop, onverstoorbaar verder. Hij vertelt hoe gelukkig hij zich prijst dat hij zes gezonde kinderen kreeg, dat hij een liefhebbende vrouw heeft en dat hij altijd heeft kunnen doen wat hij het leukst vond: fietsen, de wereld over reizen, goed verzorgd worden, en daar geld mee verdienen. Bovendien is hij gezond, terwijl hij om zich heen leeftijdsgenoten zag sterven aan hartfalen en verkeersongelukken. Hij besefte dat het leven eindig is, zeker toen zes jaar geleden de moeder van zijn dochtertje Kim aan kanker overleed. „Ik voelde hoe goed het leven voor mij is geweest. Ik heb veel meer genomen dan gegeven en daar voel ik me schuldig over. Het werd tijd dat ik iets terug ging doen.”

Voor zijn woning staat een in het geel gestoken automonteur onder Voigts motorkap te turen. De motor draait, dat is al een succes. „Maar je moet eigenlijk een stuk met die auto gaan rijden om de accu verder op te laden”, zegt de monteur. „Aber nanatürlich, alles klar”, buldert Voigt. Het is hem duidelijk. Hij stapt in en rijdt de wijk uit, richting snelweg.

Het is alsof de lege Autobahn hem terug in de tijd laat kijken, want hij begint zonder al te veel aandringen over zijn jeugd te verhalen. Over hoe zijn vader, een staalarbeider, hem al jong leerde dat jongens niet huilen. Voigt denkt dat hij als wielrenner daarom bovengemiddeld veel pijn kon verdragen.

Zilveren racefiets

Hij groeide op in Mecklenburg, in het Oost-Duitsland van de jaren zeventig, met een oudere zus en een jongere broer. Zijn moeder was fotograaf. Hij heeft ADHD, was een druk kind en kon zijn energie kwijt in sport. Van voetballen bakte hij weinig, hardlopen kon hij aardig, maar toen hij van de plaatselijke wielerclub een zilveren racefiets kreeg – gesponsord door de staat – was hij om. Het ding verschafte hem vrijheid.

Voigt vertelt dat hij in de jaren die volgden zo’n beetje alle wedstrijden won waaraan hij meedeed. In 1985, op zijn veertiende, kwalificeerde hij zich na drie zware inspanningstests voor het grote sportinternaat van Oost-Berlijn, waar hij leerde boksen, gewichtheffen, zwemmen, en ook wielrennen. Berucht waren de gereguleerde dopingprogramma’s. „Ik had het geluk dat de muur viel toen ik zeventien was. Als dat later was gebeurd, was mij waarschijnlijk ook dope aangeboden. Nu is me dat bespaard gebleven.”

Lees ook: Hart en knieën krijgen de klappen

De jaren op het internaat vormden hem. „Ik heb veel gevochten daar, en lang niet altijd won ik. Maar ik weet wat het is om voor je zaken te gaan staan. Daarmee dwing je respect af. Ik denk dat ik op dat internaat heb geleerd om nooit op te geven.”

Na twintig minuten rijdt Voigt zijn straat weer in. Het is half elf, over een half uur begint hij aan marathon vier. In de keuken slaat hij een vitaminedrankje achterover. Als hij zich aan het omkleden is, vertelt zijn manager Patrick Pilz hoe gebrekkig Voigts voorbereiding was. „Acht weken geleden hebben we besloten dat we dit zouden gaan doen. Het idee was om 120 kilometer per week te trainen, maar daar kwam hij niet bij in de buurt. Hij doet dit op mentale kracht. En hij blijft beweren dat hij zo’n enorme motor heeft, dat het wel goed komt.”

Onzinverhalen

Op vijf minuten rijden van Voigts huis ligt de parkeerplaats waar hij elke dag van start gaat, aan de rand van het Grunewald, een groot bos in het westen van Berlijn. Er staan vijfentwintig hardlopers te popelen om met Voigt mee te doen. Hij is ook in Duitsland mateloos populair.

Zijn marathons bestaan uit zes rondjes van iets meer dan zeven kilometer glooiend terrein. Een kilometer gaat door een woonwijk, de rest van het parcours ligt in het bos. Drie dagen geleden begon hij zijn challenge met drie medestanders. De groep met fans groeit elke dag. Voor het weekeinde hadden zich een kleine tweehonderd man aangemeld. Komende dinsdag zou hij in een week tijd bijna driehonderd kilometer hebben hardgelopen.

Lees ook: NRC checkt: ‘Voor elk uur dat je hardloopt, leef je 7 uur langer’

Maar zover komt het niet. „Scheisse, wat duurt die halve marathon lang”, klinkt het vrijdag halverwege. Hij heeft genoeg adem om honderduit over zijn wielercarrière te praten. Voigt begon met professioneel wielrennen in de jaren dat de sport werd beheerst door EPO-schandalen. Jarenlang maakte hij deel uit van de CSC-ploeg van Bjarne Riis, de Deense oud-renner en ploegleider die toegaf de Tour van 1996 op dope te hebben gewonnen. In Duitse kwaliteitskranten wordt ook Jens Voigt herhaaldelijk met doping in verband gebracht, maar nooit wordt hij betrapt.

Hij zegt ook niets van zijn collega-renners te hebben gezien of gehoord. „Jörg [Jaksche, oud-renner, red.] heeft me geregeld van dingen beschuldigd, maar hij zei dan weer net niet genoeg om hem voor het gerecht te slepen. Maar dat ik door onzinverhalen imagoschade heb opgelopen, moge duidelijk zijn”, zegt Voigt zwaar bewegend. Zijn loopstijl lijkt in geen velden of wegen op hoe hij op een fiets zat.

Zijn vierde marathon op rij voltooit hij, maar daarna is het voorbij. De bacteriële infectie aan zijn linkeronderbeen breidt zich dermate snel uit dat zijn arts hem zaterdagochtend verbiedt nog langer te lopen. Hij moet bedrust houden. Het is een van de weinige uitdagingen die Voigt in zijn leven niet kan volbrengen.

Tientallen vrienden en fans besluiten de Marathon Madness af te maken. Toen NRC zondagavond de laatste stand doorkreeg, hadden ze twaalfduizend dollar opgehaald, bijna tienduizend euro. Dat geld gaat naar ‘Tour de Cure’, een Australisch fonds dat geld inzamelt voor kankeronderzoek. Voigt liet zondagmiddag weten hongerig te zijn naar de volgende uitdaging. Volgend jaar wil hij nog een poging wagen om zeven marathons in een week te volbrengen.

    • Dennis Meinema