Palermo zegt addio tegen afpersing

Daniele Marannano Strijd tegen de maffia is niet alleen een zaak van justitie, zegt een minister. In Palermo is steun voor wie zich verzet.

Daniele Marannano Foto Marc Leijendekker

‘Ik betaal wie niet betaalt’. Daniele Marannano moet weer glimlachen als hij denkt aan de effectieve slogan waarmee hij en een groep gelijkgestemden in 2004 besloten de strijd aan te binden tegen de maffia. Al een tijd had hij zich afgevraagd wat je als burger kunt doen om je te verzetten tegen de macht van de georganiseerde misdaad. Toen kreeg hij een idee: inkopen doen bij winkels en bedrijven die weigeren beschermingsgeld te betalen aan de maffia, als steun in de rug daarvoor.

„Het was een nieuwe manier om je te verzetten”, zegt hij: je kunt de strijd tegen de maffia niet overlaten aan politie en justitie. Dat soort signalen uit de samenleving zijn van essentieel belang, zei minister van Binnenlandse Zaken Minniti zondag in een gesprek met het weekblad l’Espresso. Met het oog op de verkiezingen van 4 maart vraagt hij alle partijen een soort publiek pact te onderschrijven waarin ze beloven geen electorale steun van de maffia te zoeken of te accepteren, en ervoor te zorgen dat er geen mensen op hun lijst staan die beïnvloedbaar zijn door de maffia. Minniti: „De politiediensten en de magistratuur doen hun werk, maar de politiek kan niet op de rechters blijven wachten.”

Een ontwerp dat door studenten vormgeving is gemaakt ter ondersteuning van de organisatie Addiopizzo. Foto Marc Leijendekker

In die geest wilde Marannano iets ondernemen tegen de afpersing van iedereen met een economische activiteit. Dat was jarenlang de realiteit in Palermo. Wie weigerde, werd bedreigd: een briefje met een kogel, een onverklaarbaar brandje. Iedereen herinnerde zich nog de moord op Libero Grassi, de textielondernemer die in een open brief in de Giornale di Sicilia had verklaard dat hij weigerde de zogeheten pizzo te betalen. Dat was in januari 1991. Zeven maanden later, nadat hij in tv-programma’s anderen had opgeroepen hetzelfde te doen, werd hij doodgeschoten.

„Grassi is in wezen niet vermoord omdat hij zich tegen afpersing verzette, maar omdat hij alleen werd gelaten, door de burgers, door zijn collega’s, door de overheid”, zegt Marannano. „We realiseerden ons dat wij, als consumenten, zelf iets konden doen. Door kritisch te consumeren, door te kopen bij mensen die weigeren de pizzo te betalen, steunden we hen.” Zo ontstond de organisatie Addiopizzo.

Aan de muur van het kantoortje in Palermo hangen steunbetuigingen, naast een schilderij van de beroemde foto van de vermoorde rechters Giovanni Falcone en Paolo Borsellino. Op een tafeltje liggen stickers die winkels en bedrijven die meedoen, op het raam kunnen plakken. Marannano vertelt dat nu een duizendtal winkels en bedrijven meedoet.

De maffia verandert ingrijpend: minder geweld, meer schimmige deals aan de vergadertafel. Er is nu een grote grijze zone. Lees daarover: ‘Nieuwe maffia is gevaarlijker, omdat die moeilijker te herkennen is’

Op een totaal van…?

„Tienduizenden. We zijn een minderheid, een voorhoede. Maar het klimaat is veranderd. In 2004 was het aantal aanklachten op de vingers van één hand te tellen. Daarna hebben we honderden winkeliers begeleid als ze aangifte wilden doen. De sfeer is veranderd – natuurlijk niet alleen door ons, ook door het werk van de politie en justitie, die harde klappen hebben uitgedeeld aan de maffia. Ten tijde van Grassi zag de meerderheid in Palermo het nog als iets onvermijdelijks als er smeergeld werd betaald. Mede door ons initiatief keurt de publieke opinie het nu af als er wordt betaald.”

Maffiabestrijders zeggen dat ook de macht van de maffia sterk is ingeboet.

„Ze zijn inderdaad niet meer in staat hele gebieden te controleren zoals ze vroeger deden. Cosa nostra is niet meer de Cosa nostra van vroeger. Het fenomeen ‘afpersing’ is niet meer tot in de haarvaten van de samenleving aanwezig. Dat komt ook door de economische crisis. In via Roma [een van de belangrijkste straten van Palermo] zijn veel vitrines leeg, rollluiken naar beneden. De winkeliers kunnen niet eens meer betalen.”

Addiopizzo blijft tot nu toe vooral beperkt tot Palermo.

„In Catania en Messina, twee andere grote steden, zijn een paar initiatieven die op ons geïnspireerd zijn. Maar het is daar niet zo groot als in Palermo.”

Is daar minder afpersing?

„Er zijn een paar verklaringen. Om te beginnen: bij ons zijn de bloedbaden geweest [de aanslagen op rechters Giovanni Falcone en Paolo Borsellino in 1992]. Dat heeft een enorme indruk gemaakt. Dat is elders niet in die mate gebeurd. Bovendien gaat het er in andere steden anders aan toe. In Trapani bijvoorbeeld betalen mensen vaak uit zichzelf, omdat er slachtoffers en daders gedeelde belangen hebben, en vaak de markt hebben verdeeld. In een kleinere stad als Agrigento komt afpersing ook meer voor. In kleinere centra is het moeilijker. Je afperser speelt in hetzelfde team, je kinderen zitten op dezelfde school als de zijne. Je kent elkaar, de mensen kijken naar elkaar, en dan is het nog moeilijker om keuzes te maken die tot een breuk leiden.”

Volgens een onderzoek van een paar jaar geleden levert afpersing Cosa Nostra ongeveer een miljard euro op.

Een ontwerp dat door studenten vormgeving is gemaakt ter ondersteuning van de organisatie Addiopizzo. Foto Marc Leijendekker

„Ik geloof niet in dat soort cijfers, je weet nooit precies wat er zwart gebeurt. En daarbij: afpersing is financieel gezien niet zo belangrijk. Het gaat Cosa nostra niet om wat het economisch opbrengt, maar om de controle over een bepaalde gebied, een bepaalde wijk, die ze zo weet te realiseren. Die controle is fundamenteel, omdat ze op die manier allerlei andere illegale activiteiten kunnen ontwikkelen. Het gaat ook om bedragen die heel makkelijk op te brengen zijn door de winkeliers. Iemand met een kraam op de markt betaalt 50 euro per maand, een banketbakker betaalt met Pasen en kerst 1.500 euro.”

Cosa nostra reorganiseert zich, zeker na de dood van Riina. En de maffia zoekt andere manieren om zich te doen gelden dan via afpersing. Het gaat nu vaker om corruptie, chantage, dreigen met geweld.

„Zeker. We zijn in een overgangsfase. Cosa nostra doet minder aan afpersing dan in het verleden. Er is nog een andere ontwikkeling: tientallen mensen die een winkel willen beginnen, een bedrijfje willen opzetten, zoeken contact met ons. Ze willen deel uitmaken van het netwerk, een sticker van ons op de ruit. Zo willen ze laten zien hoe ze zich opstellen. Uit politie-onderzoeken blijkt nu dat maffiosi niet naar winkeliers en ondernemers gaan die met ons meedoen, uit angst dat ze worden aangeklaagd. Ze vinden het de moeite niet meer. Ik vind dat erg hoopgevend.”

De Nederlandse politie tuigt een team op dat achter de Italiaanse maffia aan moet. Waarom is Nederland zo populair onder de maffiosi?
    • Marc Leijendekker