Onbehandelbare pedofiel wilde ‘kinderen beschermen’

Wie: Jan (65)

Kwestie: kinderporno

Waar: Utrecht

‘Maar wat moeten we nu met Jan?”, zo vat de advocaat aan het einde van de twee uur durende zitting samen, met de hand op de schouder van z’n cliënt. Dat Jan het gedaan heeft, betwijfelt niemand. Hoewel er strijd is over de vraag of Jan tien jaar geleden zélf dubieuze foto’s heeft gemaakt van zijn zwakbegaafde, minderjarige huisvriend. Jan ontkent het hevig, terwijl hij het verzamelen en verspreiden van een grote hoeveelheid kinderporno erkent.

Jan is die middag om half drie rillend de zaal ingeleid, vanuit het cellenblok waar hij sinds acht uur ’s ochtends moest wachten. Hij zit sinds een half jaar in voorarrest. Een kleine, kalende man van 65, met een papiertje in z’n hand dat hij graag meteen wil voorlezen, „omdat ik het moeilijk vind met vreemde mensen te praten”.

Maar dat wil de voorzitter niet. Die wil „gewoon met u praten”. Een psychiater en een psycholoog beschreven Jan in hun rapporten als iemand die zich naïef voordoet, zich niet bloot wil geven en neigt naar bagatelliseren en manipuleren. En dus moet Jan meteen een paar confronterende vragen beantwoorden van een kort aangebonden voorzitter. Waarom verzamelde hij nou zulke hoeveelheden kinderporno? En waarom stelde hij anderen in staat om in zijn collectie digitaal te zoeken en er afbeeldingen uit te downloaden?

Jan zegt: ja, ik ben een pedofiel, maar daarmee geen kindermisbruiker. Al dat beeldmateriaal haalde hij van internet omdat hij onderzoek deed naar kinderporno. Hij schrijft er namelijk een rapport over. Achteraf was dat natuurlijk een „domme actie”, maar hij had gehoord dat op internet 18.000 kinderpornografische films te vinden zijn, met daarin ten minste 30.000 slachtoffertjes.

Jan wilde die kinderen met zijn rapport, bedoeld voor diverse instanties, juist beschermen. „Dat geeft mij voldoening als pedofiel.” Bent u dan een wetenschapper, vraagt de voorzitter? Zeker, antwoordt Jan, „ik heb aan Harvard gestudeerd”. De rechter vindt het allemaal „bijzonder”.

Pedoseksuele verlangens heeft hij niet, zegt hij, „alleen visuele interesse”. Daarom was hij ooit vrijwilliger bij de scouting en het Kindervakantiewerk. Uiteindelijk had hij zo’n 17.000 foto’s en 7.700 films verzameld. „Had ik m’n verstand gebruikt, dan had ik het weggegooid”, zegt hij. Maar hij geeft toe „eigenlijk” verslaafd te zijn. „Dat spul hing constant in m’n hoofd.”

Jan is vijfmaal eerder vervolgd, altijd wegens ontucht met minderjarigen. Van een straf uit 2015 staan nog tien maanden open, die van de officier alsnog uitgezeten moeten worden. Voor de nieuwe feiten eist ze achttien maanden cel en tbs met voorwaarden.

Zowel de reclassering, de psychiater als de psycholoog is somber. Jan wordt verminderd toerekeningsvatbaar gevonden, onbehandelbaar en met een hoog herhalingsrisico. Hij zou een ‘vermijdende persoonlijkheidsstoornis’ hebben – waarbij hij zich zielig voordoet, wegduikt als het moeilijk wordt – en narcistisch zijn aangelegd. Hij laat zich leiden door zijn behoeften, heeft geen probleembesef en ontkent alles.

Zelf zegt Jan het „helemaal eens” te zijn met de eis. De officier, deskundigen en de advocaat debatteren daarna over de vraag of reclassering en de ggz wel in staat zijn om Jan zo te controleren dat het niet weer fout gaat.

De advocaat wijst erop dat Jan snel in oude gewoontes vervalt. Hij leeft alleen, heeft geen goede dagbesteding en zit zich in z’n flatje te vervelen. „Er moet iemand zijn die me af en toe onder m’n sodemieter schopt”, brengt Jan in. De advocaat vraagt zich af of die voorwaarden „hem wel voldoende steunen om aan die drang weerstand te bieden”. Een taakstraf vindt hij beter om Jan aan sociale controle te helpen.

De rechtbank acht Jan twee weken later verminderd toerekeningsvatbaar en veroordeelt hem tot 15 maanden cel en tbs met voorwaarden. Daarna moet hij de 10 maanden uitzitten van zijn vorige straf. De voorwaarden houden een internetcontactverbod met minderjarigen in, een verbod op het bezoeken van pornografische sites, een behandelplicht en toezicht door de reclassering.

    • Folkert Jensma