Opinie

    • Jutta Chorus

Naar Noord-Korea om ‘Kimmie’ te steunen

‘Niets van gemerkt”, zegt Gerard Veldman opgewekt. De gepensioneerde bankemployee uit een Fries dorpje was in september in Noord-Korea; juist op het moment dat Kim Jong-un twee rakettesten liet doen.

Zijn reisgezelschap – 4.000 euro per persoon – hoorde van de testen via de reisleiding, die voor 300 euro een Noord-Koreaanse sim-kaart had aangeschaft en zo contact hield met het buitenland. Als de sancties maar niet worden opgevoerd, zeiden ze tegen elkaar. Dan kwamen ze het land misschien niet meer uit.

Op de Vakantiebeurs voor Bijzondere Reizen, dit weekend in Amsterdam, kijkt Veldman naar een diaserie over Noord-Korea. „Laten we het nou eens op een menselijk vlak bekijken”, zegt de reisorganisator. Veldman is benieuwd of het dezelfde plaatjes zijn als hij tijdens zijn reis zag.

„Ik wil het zó graag zien”, zegt een vrouw met krullen bij de stand voor Noord-Koreareizen. Op het voorhoofd van haar man staan zweetdruppeltjes. „Hij vindt het eng”, zegt ze. „Dan stuurt u hem toch voor straf”, zegt de reisadviseur.

Maurits Bouwman, directeur van Sovjet Reizen, maakt hetzelfde grapje bij de Noord-Koreaanse dia’s. „U kunt uw schoonmoeder meenemen op een enkele reis.” Het publiek van zestigers op bergschoenen lacht.

Wat een vrolijke dia’s! Een vol park tijdens een feestdag. „Deze vrouw probeert een radslag te maken”, zegt Bouwman. Een kermis, een circus, een terrasje waar je sekt kunt drinken. Duitse sekt? De ogen van de toeschouwers worden groter. „Men denkt dat er geen handel wordt gedreven”, zegt Bouwman. „Maar vorig jaar ging er een [onofficiële] Nederlandse handelsmissie naartoe. Kimmie heeft onze steun af en toe nodig.”

In de organisatie van de vakantiebeurs was Noord-Korea wel een „discussieonderwerp” geweest. „Wie daar met vakantie gaat, brengt er valuta naartoe”, zegt een crew-lid. „Je moet het land helemaal boycotten.” Gerard Veldman is het daarmee eens. „Je spekt de rijke bovenlaag. Je houdt een perverse dictatuur in stand die burgers in kampen opsluit.” Op het platteland zag hij 19de-eeuwse ploegen.

Waarom ging hij dan? „Uit nieuwsgierigheid. Het is het laatste land ter wereld dat zo gesloten is.” Hij vergaapte zich aan het geregisseerde volksvermaak. „Niemand lacht.” Cuba, Sovjet-Unie, China – hij was voor al die communistische dictaturen te laat. „Noord-Korea zal ook ooit open gaan. Beter maar snel zijn.”

Of het ontketent een oorlog met zijn kernraketten, zeg ik. Dat kan Veldman zich niet voorstellen. „Als er een oorlog komt, is de belangrijkste mythe weg: de Kim-dynastie. Dat zullen ze niet willen.” Hij loopt het zaaltje uit. Het waren inderdaad dezelfde plaatjes als hij op zijn reis voorgeschoteld kreeg.

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.
    • Jutta Chorus