Geluk is de nieuwe religie

De jonge toneelregisseur Nina Spijkers schrijft met haar acteurs een nieuw stuk over de desperate zoektocht naar geluk – „een modern probleem van jongeren tussen de twintig en dertig”.

Een van de paradoxen in het toneelstuk Geluk: als geluk koopwaar is, waarom zijn we dan niet allemaal supergelukkig? Foto Mette Stam/Toneelschuur Producties

Geen van de grote toneelschrijvers biedt regisseur Nina Spijkers (29) een tekst over geluk. „Tsjechov niet, niemand niet”, zegt ze in de Studio van Toneelschuur Producties in Haarlem. „Er is wel repertoiretoneel over geluk, maar dat gaat over negentiende eeuws geluk of ongeluk. Wij zoeken antwoord op de vraag waarom in deze tijd de gelukshysterie zulke vormen aanneemt, dat mensen van mijn leeftijd er juist van opbranden, depressief raken, een burn-out krijgen.”

Met vier acteurs repeteert en schrijft Spijkers aan de nieuwe toneeltekst Geluk. Ieder mag scènes aandragen, liedteksten verzinnen, naar hartelust citeren uit dichters, schrijvers en filosofen. De desperate zoektocht naar geluk is „een modern probleem van jongeren tussen de twintig en dertig die snel geluk en instant happiness willen”, aldus Spijkers. „Geluk is de nieuwe religie, geluk kun je kopen in de winkel. Be happy! en Smile! lacht de koopwaar je toe. Waar komt dit extreme najagen van materieel geluk vandaan? Is het omdat oude religieuze waarden zijn weggevallen en er niets nieuws voor in de plaats is gekomen?”

Boven het glitterdecor met glinsterende discobal staat in zuurstokroze geschreven: ‘Happiness’. Een roze bank op de bühne verbeeldt een lome loungeplek. Een dag eerder hebben de acteurs een lied geschreven met een absurde wending. Ze zingen: „Ik heb alles wat ik wilde, meer gekregen dan ik wou.” Dan volgt een opsomming van een villa met diamanten schouw, tien Ferrari’s „behalve een rode” en een enerverend sociaal leven. Maar de vraag die hen achtervolgt is: „Waarom eten panda’s geen vlees?” Spijkers herinnert zich hoe dit lied de repetitie binnensloop: „Het is een parodie op het gegeven dat je alles hebt en toch ongelukkig bent. Ondanks jeugd, geld, een baan.”

De inspiratie voor Geluk vinden Spijkers en de spelers in hun nabije omgeving: „Ik sprak met wetenschappers en deed research om te ontdekken hoe omvangrijk het probleem is. Mede door sociale media is ieder op de hoogte van wat de ander doet: ‘Kijk, zij zijn gelukkig - en ik niet!’ Al is het een schijngeluk, het zorgt voor paniek.”

Zoals Spijkers tijdens de repetitie ontspannen op de roze leuning van de bank zit en het een theatrale geluksspel met de acteurs repeteert, lijkt het of alles geluk ademt. Dat is beslist niet zo: „Ik herken het onderwerp van dichtbij. Ik ben er eens bijna aan onderdoor gegaan en vond mijn leven nogal uitzichtloos. Gelukkig betekende het theater mijn redding. Theater is mijn allereerste liefde.” Haar ouders, Jaap Spijkers en Myranda Jongeling, waren sinds oprichting verbonden aan het Amsterdamse gezelschap De Trust. „Als klein kind stond ik in pyjama en met een beer op mijn arm naar spelers te kijken die op en af gingen tussen de coulissen. De kostuum- en decorzolder van het Compagnietheater waren mijn speeldomein. Mijn eerste herinneringen zijn verbonden met toneel. Daar leerde ik hoe mensen veranderen als ze opgaan en met welke techniek ze een ander worden. Mijn vader die zijn toneelhoofd van de dode Danton bloedend op een ijzere pin plaatst. Mijn moeder vertelde me dat je nepbloed niet uit je jurk kunt wassen. Het was een spannende wereld.”

De Trust muntte uit door repertoirevoorstellingen, zoals Drie Zusters of Hamlet. Dat vindt Spijkers nog steeds het belangrijkste aan het toneel, want repertoire leert je naar je eigen tijd te kijken door de spiegel van vroeger. Toch maakt ze nu, heel ongewoon, een eigen voorstelling en put ze niet uit het repertoire, zoals ze eerder deed met Phaedra’s Love van Sarah Kane en Ivanov van Tsjechov. „Ik zou niet zonder het fundament van repertoire kunnen”, zegt ze. „Dat is ijkpunt van alle toneel. Ik wil het volgende seizoen De getemde feeks opvoeren, kort na #MeToo. Recente maatschappelijke ontwikkelingen stellen andere eisen aan dit stuk over de onderwerping van de vrouw. Zo verandert repertoire voortdurend met de tijd mee. Met Geluk zoeken we zelf de tijdgeest op: we improviseren, stelen, herscheppen. Elke acteur heeft, afhankelijk van zijn of haar karakter, een eigen inbreng. De een is pessimistisch als het gaat om het vinden geluk, de ander cynisch, een derde melancholisch en de vierde optimistisch. Dit is een ideale combinatie: zonder een dwingend antwoord te geven komen alle facetten van het gelukszoeken aan de orde.”

De groep bevindt zich na de oriënterende fase in die van het stellen van vragen: wat betekent geluk voor jou? Waarom is geluk het hoogst haalbare en waar komt dat vandaan? Spijkers: „We leven in een maatschappij geregeerd door geluksfundamentalisme. Als geluk koopwaar is, waarom zijn we dan niet allemaal supergelukkig? Dat is een van de paradoxen van dit toneelstuk.”

Lees ook: Regisseur Nina Spijkers maakt Phaedra

Voor Spijkers biedt toneel vooral troost: „Een stuk als Drie Zusters gaat over het verlangen naar geluk maar het laat eigenlijk vooral de keerzijde zien, verdriet en ongeluk. Als je doordenkt over geluk dan kom je onherroepelijk uit bij het tegendeel, verdriet, ongeluk en rouw. Veel mensen willen dat juist vermijden en wegduwen, maar bedenk eens dat je verdriet ook kunt koesteren. Dat is het begin van alle kunsten.”

    • Kester Freriks